3500 jaar Sint-Joris (2)

Sint-Joris (Historisch Museum, Sofia)

In het eerste deel toonde ik hoe de legende van Sint-Joris via de legende van Sint-Theodorus teruggaat op het verhaal over Perseus. Maar het is ouder.

De groene man

Nog niet zo heel lang geleden waren er in het Midden-Oosten cultusplaatsen die werden gedeeld door christenen en moslims en soms ook door druzen en joden. Dat is niet zo vreemd. De grenzen tussen godsdiensten zijn niet overal en altijd scherp. In Libanon bestond lange tijd de gewoonte dat moslims, vóór de pelgrimage naar Mekka, de zegen kwamen vragen van de dorpspriester. Want waarom ook niet? Het had eeuwenlang reizigers beschermd, dus zo’n gebruik schaf je niet af. Moslims lieten zich ook weleens dopen, niet om christelijk te worden, maar omdat het doopsel kwade geesten op afstand hield. Ook dat was eeuwenlang goed gegaan, ook dat schafte je niet af. En in elk dorp waren de kinderen islamitisch ten tijde van het Suikerfeest en christelijk met Pasen. Je geloof is waar snoep valt te halen.

In zo’n wereld (waarvan je in Israël, Libanon, Syrië en Irak nog sporen ziet) kan het gebeuren dat heiligdommen voor Sint-Joris ook islamitische bezoekers kennen. Zij vereren daar Khidr, “de groene man”. Het verhaal, dat (zonder de naam Khidr) is te lezen in de Koran, is dat hij Mozes meenam op een wandeling, waarbij Khidr een boot kapotslaat, een kind vermoordt en in een goddeloze stad een huis herbouwt. Mozes verbaast zich, maar Khidr legt uit dat hij de boot beschadigde om te verhinderen dat een slechte koning de eigenaren zou doden om de boot te confisqueren, dat het kind veel onheil zou aanrichten en dat zijn ouders een zuiverder kind zouden krijgen, en dat onder het herbouwde huis een schat lag die beter verborgen kon blijven tot twee weeskinderen oud genoeg waren om haar te vinden.

Moslims en druzen vereren deze Khidr dus in heiligdommen waar christenen Sint-Joris vereren. Wonen er joden, dan vereren zij daar weleens de profeet Elia.

Khidr en Elia (Perzische miniatuur)

Baäl

De nogal oecumenische cultus blijkt nog ouder dan de historische Georgius, Theodorus en Perseus. Ze gaat terug op de verering van de Kanaänitische stormgod Baäl, die werd aanbeden op allerlei diverse berg- en heuveltoppen in het Midden-Oosten. In de Bijbel gelden de priesters van Baäl als de grote tegenstanders van de joodse priesters uit Jeruzalem, die slechts één god wilden vereren. Baäl is in de Bijbel de spreekwoordelijke afgod, maar de opkomst van het monotheïsme heeft hem niet volledig doen verdwijnen. Dat is gedocumenteerd door Amerikaanse geleerde Robert D. Miller. In een klein boekje, Baal, St. George, and Khidr (2019), toont hij aan dat gedeelde heiligdommen van Georgius, Khidr en Elia vaak teruggaan op tempels voor Baäl.

Eén zo’n cultusplaats is te vinden op de berg Karmel. Daar is het verband logisch. Het Bijbelboek 1 Koningen vertelt immers hoe de profeet Elia hier een conflict heeft uitgevochten met de profeten van Baäl. Het oeroude grotheiligdom is tot 1948 gedeeld geweest door joden, moslims en christenen én de baha’i, die even verderop verblijven in de havenstad Haifa. Tegenwoordig zijn de meeste bezoekers joods maar nog altijd schijnen vrouwen van alle gezindten, als ze een kinderwens hebben, te komen naar de grot.

In de Oudheid was hier een orakel. De Griekse filosoof Pythagoras zou er enige tijd zijn geweest. De Romeinse generaal Vespasianus raadpleegde het orakel voordat hij een staatsgreep uitvoerde. En in de Late Oudheid veranderde de verering van de god Baäl van de Karmel dus in die van voor ons herkenbaardere geloofshelden.

Balu en Yammu

Robert Miller noemt meer van zulke heiligdommen, maar die slaan we over om nog verder terug te gaan, naar de Bronstijd-havenstad Ugarit. Die ligt in Syrië, vlakbij de grens met Turkije. Hier zijn duizenden kleitabletten uit de veertiende en dertiende eeuw v.Chr. opgegraven. Daarbij is de zogeheten Cyclus van Balu, wat gewoon de oude naam is van Baäl. De ontdekking van deze kleitabletten was een sensatie: hier kregen oudheidkundigen de beschikking over de mythen van de priesters van Baäl waaraan de samenstellers van de Bijbel zo’n hekel hadden.

Kleitablet met de Ugaritische mythe van Baäl en Yammu (Louvre, Parijs)

En laat nu een van de verhalen gaan over Balu die strijdt met een zeemonster, Yammu. Later verslaat de stormgod ook de dood en bouwt hij een tempel voor zichzelf op de bij de zee gelegen berg Kasios. Dit is dus, om zo te zeggen, het oerverhaal van Sint-Joris en de draak. Het is via de verering van Baäl, via Perseus, via Theodorus gekoppeld aan de martelaar uit Lydda.

Soennitische moslims in Turkije vereren Khidr op 23 april (op de juliaanse kalender), wat ook de laatste dag is waarop joden Pesach kunnen vieren, én de dag waarop ooit een koning Seleukos Nikator de berg Kasios beklom om te offeren aan de stormgod. Kortom, de monotheïsten in het Midden-Oosten vertellen al vele eeuwen verhalen die zijn ontstaan in een nog vele eeuwen oudere cultus voor een in havensteden vereerde stormgod die een zeemonster versloeg.

Een heidense Sint-Joris: Horus in gevecht met Set (Louvre, Parijs)

Een universeel verhaal

Sint-Joris bestrijdt zijn draak al minstens drieëndertig eeuwen. Misschien kunnen we iets verder gaan. We kunnen hier een specifieke combinatie van motieven volgen: held doodt zeemonster, held bevrijdt dame, verering in Levantijnse havensteden, bergen vlakbij zee. Steeds andere namen, steeds hetzelfde verhaal.

Maar drakendoders kennen we ook van plekken die geen havensteden zijn. De Babylonische oppergod Marduk doodde Tiamat, in Egypte versloeg Horus Set, de Athener Theseus versloeg de Minotaurus, in Rome schakelde Hercules Cacus uit, de Germaanse held Siegfried rekende af met Fafnir, de Angelsaksische Beowulf doodde Grendel en z’n moeder. Steeds hetzelfde verhaal. Steeds anders. Uit onze eigen tijd kennen we de bloedstollende SF-film Alien.

Echte draken bestaan niet. Echte drakendoders bestaan evenmin, maar ze zijn overal en van alle tijden.

Een onbekende, christelijke drakendoder uit Hadrumetum (Archeologisch museum, Sousse)

***

Dit was het nawoord dat ik schreef bij het mooie boek Drakeblood, dat fotografe Robin Butter maakte over het zevenjaarlijkse draaksteken in het Limburgse Bessel. Het boek kan hier worden besteld.


De oudste poëzie

oktober 9, 2024

Fabeldieren

augustus 25, 2019
Deel dit:

6 gedachtes over “3500 jaar Sint-Joris (2)

  1. Dirk Zwysen

    Mochten Baal, Perseus, Khidr of Sint-Joris een draak over het hoofd hebben gezien, dan rekent Sint-Michiel daar wel mee af, zoals mooi uitgebeeld op het Brusselse stadhuis en de pakjes Groene Michel.

    1. Roger Van Bever

      Je was me voor, Dirk. Sint-Michiel (Saint-Michel), is de patroonheilige van Brussel en staat op het stadhuis in Brussel te pronken. Welke Belg van een bepaalde leeftijd kent ze niet, de groene pakjes Groene Michel! Ik heb ze ook nog een tijdje gesmoord. Straffen toebak zonder filter.
      De merknaam heeft ook een leuke en ook een wat pikante geschiedenis:
      https://www.nieuwsblad.be/cnt/g0n2qbdp5

  2. Toch een kleine correctie, Jona, redenerend vanuit de 13e eeuw. Draken bestaan wel, want ze staan in de bijbel. Eenhoorns dus ook. Maar konijnen bestaan niet, want die staan niet in de bijbel. En dat is logisch, want ze zijn na 28 dagen weer klaar voor voortplanting en dat was in de ark van Noach nooit 40 dagen en nachten goed gegaan.

Reacties zijn gesloten.