Vragen rond de jaarwisseling (4)

Een van de vragen ging over het oude Ierland. Dit is oud-Ierse “bijenkorf”-architectuur

Net als vorig jaar gebruik ik de laatste blogjes van 2023 om uw vragen te beantwoorden. Gisteren behandelde ik vier vragen over de oude talen en zojuist ging ik in op vijf andere onderwerpen. Nu de laatste vragen.

Wat weten we van Ierland na de Romeinse verovering van Engeland en Wales?

Daarvoor ging ik te rade bij Herman Clerinx, de auteur van boeken als boek De god met de maretak. Kelten in de Lage Landen (waarover ik het hier had). Die herinnerde me eraan dat we geen geschreven bronnen hebben uit deze tijd en dat de archeologie ons niet veel verder helpt. De IJzertijd is een archeologisch probleem. “Ons beeld over Ierland in die periode is erg brokkelig,” schrijf Clerinx. “Pas vanaf de vijfde eeuw wordt het beeld duidelijker.”

Lees verder “Vragen rond de jaarwisseling (4)”

Ontsporende wetenschapscommunicatie

In zijn geestige toespraak over het belang van de geesteswetenschappen, “Oud maar nieuw”, gaf de Nijmeegse classicus Vincent Hunink onlangs lucht aan een diepgevoelde en o zo herkenbare frustratie. Hij hield zijn toehoorders voor:

U moet natuurlijk iets leren, of beter gezegd: iets willen leren, iets willen aannemen, iemand een bepaald gezag toemeten. Om de zoveel tijd krijg ik verzoeken van mensen die iets in het Latijn willen om dat op hun arm of borst te tatoeëren. … [R]egelmatig blijken die mensen mij eerst als deskundige op de universiteit te benaderen, maar vervolgens niets van mij te willen aannemen. Of ze gaan mijn voorstel controleren bij vrienden op internetfora, alsof die er wel verstand van hebben. Met andere woorden: deze consumenten leren niets van mij, omdat ze mij eigenlijk niet vertrouwen.

Het is krek zo. Iemand vraagt je iets, je geeft een beleefd antwoord en wordt daarvoor beloond met wantrouwen. Ik maak dat bijna wekelijks mee: de hoeveelheid e-mail die ik op de Livius-website ontvang is vrij groot, ik beantwoord die geheel pro deo en het is vrij frustrerend als men dan mijn antwoord in twijfel trekt. “Val mij niet lastig als je het beter weet”, denk ik dan. Het kan erger. Ik ken een hoogleraar die de moeite nam in te gaan op een verzoek om uitleg en bij wijze van bedankje al in het derde mailtje een godwin kreeg. Zo bont heeft men het bij mij niet gemaakt, maar ik word er wél elke maand zo’n drie keer aan herinnerd dat ik niet verder ben gekomen dan doctorandus en dus zeker ongelijk moet hebben als professor doctor Zus-en-zo iets anders zegt.

Lees verder “Ontsporende wetenschapscommunicatie”