Een Gallische inscriptie uit Alesia

Gallische inscriptie uit Alesia (Bezoekerscentrum)

Gallische inscripties, die lees je niet dagelijks, en dat is ook logisch, want er zijn er niet veel. Het Gallische boek dat wij onderhand zo goed kennen,noot Xavier Delamarre, Dictionaire de la langue gauloise (2018); zie de stukjes over plaatsnamen, meer plaatsnamen, militaire termen, boerderijwoorden, kleding, andere Gallische woorden en nog meer Gallische woorden. biedt in een appendix een selectie van een stuk of zeventig korte en acht lange teksten. Een compleet overzicht verschijnt op de Recueil informatisé des inscriptions gauloises: een mooi gemaakte site waar je met plezier wat rondkijkt.

Alesia

De bovenstaande Gallische inscriptie is in 1839 gevonden in Alise-Sainte-Reine, en hielp om vast te stellen dat dat heuveldorp het antieke Alesia moest zijn geweest, waar Julius Caesar een belangrijke overwinning boekte op de Galliërs. De vorm is echter heel Romeins: een stuk kalksteen met daarin uitgehouwen een vierkant vlak, netjes omlijst met links en rechts twee driehoekige vleugeltjes. Zou het een Latijnse inscriptie zijn, dan zouden we het een tabula ansata noemen. De tekst is trouwens geschreven in Romeinse letters en een ligatuur, met leuke fleurons tussendoor, wat ook al bijdraagt aan het Romeinse aanzicht.

Lees verder “Een Gallische inscriptie uit Alesia”

Prebunking: Halloween

Halloween op Curaçao

Een paar decennia geleden waaiden enkele feesten naar ons over vanaf de andere kant van de Atlantische Oceaan: Valentijnsdag en Halloween. Migranten hadden eerder deze feestdagen de andere kant op meegenomen. Kort door de bocht kun je stellen dat de Amerikanen feesten voor ons hebben behouden en bewaard. Althans voor de Nederlanders, want elders in Europa zijn deze feesten nooit weggeweest.

Met name Halloween is behoorlijk misvormd tot ons gekomen. Of, positiever gezegd, in een ontwikkelingsfase waarbij speelsheid en commercie overheersen. Behoudende christelijke gemeenschappen hebben zich, ongehinderd door enige kennis, inmiddels tegen Halloween gekant, veronderstellend dat het een orgie van hekserij, magie en dood zou zijn. En dat is jammer, want de oorsprong van Halloween verraadt heel andere intenties. En omdat het over ruim drie weken weer zover is, en omdat de media ongetwijfeld flauwekul gaan rondbazuinen, zal ik proactief wat betere informatie bieden. Want Halloween is een intrigerend brok Keltische volkscultuur.

Lees verder “Prebunking: Halloween”

De monniken van West-Europa

Beda van Jarrow

De stichting van de abdij van Iona in Schotland, waarover ik het gisteren had, markeert het moment waarop het Ierse christendom naar buiten trad. Er volgden meer stichtingen en al snel speelden monniken uit Engeland een even belangrijke rol bij het overschrijven van Latijnse en Griekse teksten. Dit waren de jaren eind zesde eeuw, toen Gregorius van Tours klaagde dat de schrijfcultuur in Gallië in verval was en zelfs op sterven na dood.

Kloosterstichtingen

Je zou denken dat toen de Ieren abdijen gingen bouwen op het continent, dat weinig minder was dan een beschavingsoffensief. Dat zou echter wat overdreven zijn, want er waren meer mensen die boeken kopieerden, maar de stichting van Ierse kloosters was een versterking van de schrijfcultuur. Een van de betrokkenen was Columbanus, die in 590 Ierland verliet, drie abdijen bouwde in de Vogezen, doorreisde naar Italië en in de noordelijke Apennijnen de abdij van Bobbio stichtte. Ik noemde hem al eens toen ik het had over Chrodoara van Amay.

Lees verder “De monniken van West-Europa”

De monniken van Ierland

Clonmacnoise, een oud Iers klooster

Ik vertelde al eerder dat de zesde eeuw een grote crisis markeerde. De antieke cultuur liep ten einde. In West-Europa was bijvoorbeeld de financiering van de scholen, die ooit in elke stad in het Romeinse Rijk hadden gestaan, problematisch geworden. Dat de kunst van het lezen en schrijven dreigde te verdwijnen, blijkt wel uit kerkelijke richtlijnen betreffende ongeletterde geestelijken. Ook ontbraken de middelen om versleten boeken te kopiëren, zodat de bibliotheken in verval raakten. In Sevilla was bisschop Isidorus de koning te rijk met zijn vierhonderd boeken, terwijl zijn tijdgenoot paus Gregorius in Rome met moeite één bibliotheek geopend kon houden. In Tours begon zijn naamgenoot, bisschop Gregorius, zijn Geschiedenis van de Franken met de vaststelling:

De schrijfcultuur in Gallië is in verval en zelfs op sterven na dood. Intussen wisselen goed en kwaad elkaar af: volksstammen gaan barbaars tekeer, koningen razen als nooit tevoren, ketters vallen kerken aan, rechtgelovigen verdedigen ze, het christendom telt vele vurige aanhangers, maar ook tal van afvalligen, kerken worden door vrome mensen rijkelijk begiftigd en door ongelovigen leeggeroofd. En toch is er geen enkel getalenteerd auteur om dit alles in proza of in poëzie te beschrijven. Hoe vaak heb ik de klacht niet gehoord: “Wat een tijd! De letteren zijn verdwenen en er is niemand meer om de gebeurtenissen van vandaag te boek te stellen!”

Vaak heb ik over deze en andere verzuchtingen nagedacht. Ten slotte besloot ik zelf iets te doen om het verleden bij het nageslacht levendig te houden. Ondanks mijn gebrekkige stijl kon ik het niet laten de twisten van booswichten en het leven van rechtschapen mensen op te tekenen.noot Gregorius van Tours, Geschiedenis van de Franken, proloog; vert. Jef Ector.

Lees verder “De monniken van Ierland”

Vragen rond de jaarwisseling (4)

Een van de vragen ging over het oude Ierland. Dit is oud-Ierse “bijenkorf”-architectuur

Net als vorig jaar gebruik ik de laatste blogjes van 2023 om uw vragen te beantwoorden. Gisteren behandelde ik vier vragen over de oude talen en zojuist ging ik in op vijf andere onderwerpen. Nu de laatste vragen.

Wat weten we van Ierland na de Romeinse verovering van Engeland en Wales?

Daarvoor ging ik te rade bij Herman Clerinx, de auteur van boeken als boek De god met de maretak. Kelten in de Lage Landen (waarover ik het hier had). Die herinnerde me eraan dat we geen geschreven bronnen hebben uit deze tijd en dat de archeologie ons niet veel verder helpt. De IJzertijd is een archeologisch probleem. “Ons beeld over Ierland in die periode is erg brokkelig,” schrijf Clerinx. “Pas vanaf de vijfde eeuw wordt het beeld duidelijker.”

Lees verder “Vragen rond de jaarwisseling (4)”

Keltische verhalen

Cernunnos, over wie geen Keltische verhalen bekend zijn (Musée de Cluny, Parijs)

Als de Vlaamse auteur Herman Clerinx, aan de trouwe lezers van deze blog bekend als de auteur van door mij bewonderde boeken over de hunebedden en de Romeinen in de Lage Landen, in zijn nieuwe boek Het oudste geheugen op aarde. Verhalen uit de Keltische wereld de La Tène-cultuur moet typeren, dus de tweede grote fase van de Keltische beschaving, schrijft hij:

deze kunstenaars leefden gelijktijdig met de meesters van de klassieke Griekse kunst. Maar terwijl de Grieken bedreven waren in het realistisch afbeelden van mensen, hadden de Keltische kunstenaars een andere belangstelling. De dagelijkse werkelijkheid boeide hen niet; zij toonden liever hun dromen, hun angsten, hun fantasie en hun mythen. Ook dat herkennen we in de verhalen uit de Keltische wereld. Realistisch kunnen we die moeilijk noemen, fantasierijk des te meer.

Ineens dacht ik: ja, dát is het. Wonderlijke goden met hertengeweien of drie gezichten, toverketels waar allerlei goeds in zit en dat in oneindige hoeveelheden, wezens van het duister, rondzwervende demonen: het zijn droomgezichten, fantasieën en soms ook angsten. Clerinx is een goede docent die vaak precies de juiste formulering weet te vinden.

Lees verder “Keltische verhalen”

DNA, Ieren, Etrusken, Karthagers en Chinezen

Karthaags masker, eind zesde eeuw (Musée national du Bardo, Tunis)

Voor de oudheidkundige is het DNA-onderzoek nog vooral een belofte. Ik heb in eerdere stukjes enkele ontwikkelingen geschetst, maar die betroffen vooral de Prehistorie: hoe de mensheid wegtrok uit Afrika, de verspreiding van de landbouw en de migraties van de Indo-Europeanen. De conclusie is dat Europa in twee enorme golven bevolkt is geraakt: één golf van landbouwers en één golf van Indo-Europees-sprekenden.

Als we in de historische tijd aankomen, wanneer we geschreven bronnen krijgen, zijn de grote migraties al voorbij. Het DNA-onderzoek zal eerst verfijnder moeten raken vóór we veel verder kunnen kijken. Dat zal nog wel gebeuren, want het uitvoeren van tests wordt steeds meer routine (en goedkoper).

Overigens is geschreven documentatie niet helemáál zonder betekenis: de Centraal-Aziatische samenleving van de Indo-Iraniërs is enigszins gedocumenteerd in geschreven teksten, namelijk in het oudste deel van de Avesta, het heilige boek van de Iraanse volken: een wereld van nomadische veetelers op de steppe. Het is een wereld met een dualistisch wereldbeeld dat we misschien ook archeologisch kunnen documenteren.

Lees verder “DNA, Ieren, Etrusken, Karthagers en Chinezen”