De madrasa en de universiteit

Mustansiriya-madrasa, Bagdad

[Dit is het laatste van acht blogjes over het ontstaan van het islamitisch recht. Het eerste was hier.]

In het vorige blogje beschreef ik hoe de ulama, de islamitische rechtsgeleerden, enkele jaren vervolgd waren geweest door de kalief. Dit was vanzelfsprekend traumatisch en het is logisch dat ze zich begonnen te organiseren. In eerste instantie gebeurde dat in de vorm van een gilde. Wie toetrad, moest de gebruikelijke drie rangen doorlopen: eerst was hij leerling ofwel mutafaqqih; na het afronden van zijn studie gold hij als gezel of sahib; blonk hij uit, dan kon hij meester ofwel mufti worden.

De madrasa

In tweede instantie versterkten de geleerden zich door deze gilden om te vormen tot een waqf, wat kan worden vertaald als “religieuze stichting”. Deze beheerde een groot vermogen, dat garandeerde dat de geleerden hun onafhankelijkheid konden handhaven. Vaak werd het kapitaal verworven door middel van een legaat of een andere schenking. Daarbij kon de schenker als voorwaarde stellen dat zijn afstammelingen bepaalde rechten zouden uitoefenen, wat handig was voor politici die hun kinderen wilden voorzien van geleerde raadsheren. Zulke rechtscolleges werden aangeduid als madrasa.

Lees verder “De madrasa en de universiteit”

Promoveren

Een half jaar geleden kreeg ik een mailtje van een bewonderde hoogleraar die opperde dat ik nog eens zou promoveren. Instinctief was mijn antwoord “nee” en ik heb in Algerije nagedacht waarom. Een deel van het antwoord luidt dat als ik onderzoeker was, ik niet de Oudheid maar de oudheidkunde zou onderzoeken. Welke fouten maken kwakhistorici nu het meest en wat zijn de tegenstrategieën? Ik wilde mijn vermoedens best eens testen maar dit soort vragen paste niet bij het instituut, dus ik heb de uitnodiging gelaten wat ze was, al was ik gevleid dat een hoogleraar meende dat ik iets had te bieden.

DNA en hermeneuse

De gedachte bleef echter hangen. Ik ben vijfenvijftig, ik kan het op dit moment nog doen. En ook: ik maak me zorgen om mijn vak en ik ben er vrij zeker van dat de huidige, hyperspecialistische onderzoekers niet in staat zijn de cruciale vraag van dit moment aan te pakken. Die vraag is: hoe moeten we de hermeneuse (de kunst het verleden goed te begrijpen) aanpassen nu de DNA-revolutie de hermeneutische buitengrens irrelevant maakt? Hoe vermijden we, als we onze netten wijder dan ooit moeten werpen, een situatie waarin “anything goes” en hoe scheiden we zinvolle van minder zinvolle interpretaties?

Lees verder “Promoveren”

Het gelijk van André Klukhuhn

De ernstigste consequentie van de snel groeiende publicatieberg is gelegen in de steeds toenemende starheid van de wetenschap. Immers, in iedere publicatie wordt gebruik gemaakt van stukken theorie en techniek, overgenomen uit andere publicaties, die ieder op hun beurt weer verwijzingen bevatten naar een volgende vertienvoudigde laag publicaties, enzovoort. Voor een kritische lezer is er zodoende geen beginnen meer aan om de betwijfelde uitkomsten van een publicatie ter discussie te stellen. Het graafwerk naar de wortels van de bewering zou al aanzienlijk meer dan een gemiddeld wetenschappelijk mensenleven in beslag nemen. Die consequentie is daarom zo ernstig, omdat de kritiseerbaarheid ermee verloren gaat, waarmee de wetenschap tot in de kern wordt geraakt.

Aan het woord was chemicus André Klukhuhn, destijds hoofd van het Studium Generale in Utrecht en auteur van Hypothese van het heden (1989). Pagina voor pagina legt hij uit hoe de wetenschap in de jaren tachtig het moeras in aan het lopen was. Sindsdien heeft hij jaar na jaar meer gelijk gekregen.

Lees verder “Het gelijk van André Klukhuhn”

Academische titels

malebolge

De Geschiedenis van rampen, de autobiografie van de Franse geleerde Pierre Abélard (1079-1142), is een van de sleutelteksten uit de geschiedenis van het westerse denken. De auteur moet een onuitstaanbare man zijn geweest: in een klooster waar hij te gast was, maakte hij zich onmogelijk door kritische vragen te stellen bij de historiciteit van de stichter. Al eerder, als leerling aan de kathedraalschool van de Notre Dame in Parijs, had hij het zijn docent Willem van Champeaux (1070-1121) zó moeilijk gemaakt dat deze hem had gezegd dat als de leerling het dan zo goed wist, hij de volgende les maar moest verzorgen.

Lees nog even terug en kijk wat daar feitelijk staat: de docent die accepteert dat zijn student het beter kan weten. Dit zou de kern worden van een nieuw schooltype. De aloude kathedraalschool was nog een plek waar het leergezag in handen was van de kerk. Waarheid was er gebaseerd op de autoriteit van de heilige schrift, van de kerkleraren, van concilies en bisschoppen. Veel, zo niet alles, draaide om autoriteit. En in zo’n school erkende Willem van Champeaux dat een student betere argumenten kon hebben. Dat is groots.

Lees verder “Academische titels”

116 dagen

Ik schreef, n.a.v. de Guttenberg-affaire, op 14 mei j.l. een stukje in het Handelsblad (hier). Ik wees erop dat het bizar was dat de frauderende doctor steeds in het nieuws terugkeerde, terwijl er meer mensen moesten zijn geweest die ervan geweten hadden. Ik wees er ook op dat dit dodelijk was voor het toch al sterk verminderende maatschappelijke vertrouwen in de universiteiten. Ik eindigde met:

Veel Nederlanders geloven de wetenschap niet langer. Wordt het, om het vertrouwen te herstellen, niet tijd voor een onafhankelijk onderzoek naar onze universiteiten? Of wachten we tot we ook in Nederland een affaire-Guttenberg meemaken?

Lees verder “116 dagen”

De madrasa volgens George Makdisi

Een (gesloten) madrasa in Jeruzalem

Wetenschappelijke rationaliteit is een van de kernwaarden van de westerse samenleving. De continuïteit ervan zou moeten worden gegarandeerd door onze universiteiten, die deze waarde doorgeven van de ene naar de andere generatie. Die duurzaamheid onderscheidt een waarde van een willekeurige opvatting.

Hoe oud is de universiteit? Nog geen dertig jaar geleden luidde het antwoord dat ze dateert uit de twaalfde eeuw. Historici wezen dan bijvoorbeeld op het ontstaan van de Sorbonne in Parijs en de rechtsschool van Bologna. Dit antwoord zou heel goed juist kunnen zijn, want er is geen aspect van de Europese cultuur dat in deze tijd niet radicaal van karakter veranderde. Men spreekt daarom vaak van de Renaissance van de Twaalfde Eeuw of de Proto-Renaissance, waarin de ideeën werden geboren die in de vijftiende eeuw (artistiek) doorbraken in de Italiaanse Renaissance.

Lees verder “De madrasa volgens George Makdisi”