Wetenschap en politiek

Het probleem is steeds hetzelfde: PVV-leider Geert Wilders ziet ergens iets dat fout is en constateert die fout dan niet om haar te corrigeren, maar om er politiek gewin uit te halen. Dit keer valt hij over een uitspraak van de Tilburgse hoogleraar bestuurskunde Paul Frissen die oordeelt dat Wilders “het klassieke fascistische verhaal” vertelt en – zo lees ik hier – stelt “dat mensen in opstand moeten komen tegen de herhaaldelijke uitlatingen van Wilders over een nepparlement”.

Toevallig ben ik dat met Frissen eens. Ik mag dat zeggen, want ik ben een burger. Frissen mag dit als burger ook allemaal zeggen. Bovendien kan hij als wetenschapper concluderen dat Wilders’ betogen voldoen aan deze of gene definitie van fascisme. Het is echter een heel andere zaak als hij als wetenschapper mensen oproept in opstand te komen.

We hebben namelijk een kristalheldere afspraak, teruggaand op Webers “Wissenschaft als Beruf”, dat de politiek zich niet bemoeit met de wetenschap (de academische vrijheid) en dat de wetenschap de politiek de vrijheid laat (we zijn immers een democratie en geen technocratie). De in de wet vastgelegde maatschappelijke relevantie van de wetenschap is niet het geven van politieke oproepen, maar het ter beschikking stellen van informatie. Een hoogleraar moet zijn inzichten delen, kan desgevraagd adviseren maar kan – althans in zijn functie als hoogleraar – niet oproepen tot opstand.

Lees verder “Wetenschap en politiek”

Haatzaaien

haatzaaierijZie het plaatje hierboven. Ik kreeg het op Facebook en besloot het te “sharen”. Verschillende mensen “liken” het dan. Daar is niets mis mee. Het is vergelijkbaar met een vriendschappelijke por: een bevestiging dat je het met elkaar eens bent. Zonder dat soort gebaren zouden we ons geïsoleerd voelen. Nogmaals, er is niks mis mee.

Maar het levert natuurlijk ook niet zoveel op. De vraag is: wat doe je wérkelijk? Ik ben in elk geval geen held. Ik kan alleen antwoorden dat ik onlangs iemand heb aangesproken op een evident racistische uitlating. Het helpt dat ik bijna vijftig ben, dat geeft je enig (onverdiend) gezag. En ik heb dus een plaatje “geshared”. Niet bepaald veel.

Lees verder “Haatzaaien”

Het probleem met het Marokkanenprobleem

Ik heb wel eens een stuk mogen schrijven voor een boek van de COVS, de Centrale Organisatie van Voetbalscheidsrechters. Dat was vererend, want ik koester grote bewondering voor hen en voor de grensrechters. Probeer maar eens met wijsheid leiding te geven aan een met passie gespeelde wedstrijd. Toen in december grensrechter Richard Nieuwenhuizen werd doodgeschopt, was ik het volledig eens met de PVV: een Kamerdebat was op zijn plaats, al was het maar omdat de Kamer óók het volk vertegenwoordigt als het gaat om steunbetuigingen – bijvoorbeeld aan de mensen die het vrijwilligerswerk toch maar doen.

De verblindheid van de PVV, die van alles wat lelijk is de schuld wil geven aan Marokkanen en moslims, verhinderde de zinvolle discussie die had kunnen plaatsvinden. Ik denk niet dat de familie Nieuwenhuizen veel plezier aan het Kamerdebat heeft beleefd. Dat is, geloof ik, het voornaamste wat erover gezegd moet worden.

Lees verder “Het probleem met het Marokkanenprobleem”

De Hoogervorstnorm

Ik reis momenteel door het oosten van Turkije en heb niet altijd toegang tot het internet. Ik volg het Nederlandse nieuws niet bepaald op de voet, maar wat ik lees, is verbijsterend. Wilders heeft dus in de Kamer gezegd dat de minister-president effe normaal moest doen, en onze minister-president repliceerde in soortgelijke termen. Dat schijnt het voornaamste nieuws in Holland te zijn. De vorm van de discussie is belangrijker dan de inhoud.

Opmerking 1, die ik niet tegenkwam in de Nederlandse pers (die ik hier nauwelijks lees, dus dat zegt niks): dit is het soort taal dat wordt gebezigd door Marokkaans straattuig. Wilders lijkt op de mensen die hij zegt te bestrijden. Grappig.

Lees verder “De Hoogervorstnorm”