Ziryab

Monumentje voor Ziryab, Córdoba

Toen ik eens keek naar een documentaire over het Apolloproject viel me op dat de geleerden die ervoor zorgden dat de mensheid de maan bereikte, meest mannen overigens, allemaal witte overhemden droegen. Toen ben ook ik witte overhemden gaan dragen. Wat ik maar zeggen wil: je hebt smaakmakers en smaakvolgers. En dat was vroeger ook zo. Neem Abu al-Hasan ‘Ali ibn Nafi (789-857), bijgenaamd Ziryab, wat een zangvogel is.

Ziryab speelde de oud (een luit zonder fretten) aan het hof van de Abbasidische kalief Harun ar-Rashid. Op zeker moment – wellicht nadat het Kalifaat van Bagdad in 806 te maken kreeg met een opstand die overging in een conflict tussen Haruns opvolgers – reisde Ziryab af naar het westen. Via het hof van de Aghlabidische emir van Kairouan (in Tunesië) bereikte hij in 822 Córdoba, waar hij in dienst trad van emir Abd ar-Rahman II (r.822-852). Daar gold hij niet alleen als de grootmeester op de oud, maar ook als arbiter elegantiae: hij zette de toon op velerlei gebied.

Lees verder “Ziryab”

Tweemaal de Eerste Tussenperiode

Een grafmodel uit Henen-Nesut (Herakleopolis) (Nationaal Museum, Kopenhagen)

De geschiedenis van Egypte begint in de Naqada-tijd, met dat mooie rood-zwarte aardewerk, toen het land langzaam een eenheid werd. Ongetwijfeld heeft daarbij de scheepvaart op de Nijl een rol gespeeld. Rond 3000 v.Chr. ontstond ook het koningschap: het Palet van Narmer toont de vorst als overwinnaar, wat blijkbaar een belangrijke taak was van de vroege heersers. Die taak kaderde in een andere, nog belangrijkere koninklijke verantwoordelijkheid: het handhaven van Maät, ofwel orde en gerechtigheid. Verder representeerde de farao de mensheid tegenover de grote goden.

Hofcultuur

Zo iemand was meer dan een gewoon mens en zo iemand raakte je dus niet aan. Een hoveling die koning Khufu (Cheops) per ongeluk wél had aangeraakt, noteerde later opgelucht dat de vorst hem had toegestaan te blijven leven. Wat we hier feitelijk zien, is het ontstaan van een hofcultuur: een geritualiseerde levenswijze, waarin bepaalde handelingen waren toegestaan, andere handelingen waren verboden, en alle handelingen waren onderworpen aan regels. We zien het ook aan de hoftitels: de hovelingen hadden taken die alleen zij mochten uitvoeren. Niet dat anderen er niet competent voor waren, maar de rol was nu eenmaal aan iemand anders opgedragen. Een ritueel.

Lees verder “Tweemaal de Eerste Tussenperiode”

Het Nieuwe Rijk van Egypte

Hatshepsut (Medelhavsmuseet, Stockholm)

Ik heb al eerder geschreven over de driedelige History of Ancient Egypt van John Romer. Het eerste deel (2013) vertelde het fascinerende verhaal van het ontstaan van de cultuur van de farao’s: zeg maar de Naqada-tijd, de unificatie van de Nijlvallei en uiteindelijk de bouw van de Grote Piramide. Het tweede deel, verschenen in 2017, vond ik heel sterk: het vertelde niet alleen het verhaal van het Oude Rijk, de Eerste Tussentijd en het Middenrijk, maar toonde ook hoe het beeld dat wij hebben van de Bronstijd, is geschapen door de negentiende-eeuwse archeologen. Ik was diep onder de indruk van dat boek. Ik wou dat ik zoiets kon schrijven.

Egypte zonder Egyptenaren

En nu is er het derde deel, waarin Romer het Nieuwe Rijk behandelt. Zeg maar de Dynastieën Vijftien tot en met Twintig. Opnieuw biedt Romer naast het verhaal over het oude Egypte een analyse van de wijze waarop onze kennis uit vondsten en teksten is opgebouwd én de wijze waarop ons beeld door negentiende-eeuwse en twintigste-eeuwse geleerden is gevormd. Dat zijn vrijwel allemaal Fransen, Duitsers en Britten; Labib Habachi is de enige Egyptenaar waar Romer aandacht aan besteedt.

Lees verder “Het Nieuwe Rijk van Egypte”

Het oude Egypte van John Romer

Koning Senusret III van Egypte (“Sesostris”;Metropolitan Museum of Art)

Het verhaal is overbekend: toen Napoleon naar Egypte trok, reisden geleerden mee, die daar de steen van Rosetta vonden. Hiermee kon Champollion de hiërogliefen ontcijferen en de grondslagen leggen van de egyptologie. Zoals het gaat met dit soort heldenverhalen is het kort door de bocht maar in de kern juist: de egyptologie is als wetenschap ontstaan in de negentiende eeuw.

En dat maakt uit. Oudheidkundigen beschikken namelijk vrijwel altijd over te weinig informatie. Dataschaarste is hét methodologische probleem dat de oudheidkundige disciplines verbindt en onderscheidt van de meeste andere wetenschappen. Door dit informatietekort is het onvermijdelijk dat bij de reconstructie van de antieke culturen de aannames van de onderzoeker een rol spelen, zodat de hoofdlijnen die de eerste egyptologen in hun vakgebied ontwaarden, hun negentiende-eeuwse wereld weerspiegelden. En aangezien latere oudheidkundigen voortbouwden op het werk van hun voorgangers, spelen die ideeën nog altijd een rol.

Lees verder “Het oude Egypte van John Romer”