Het Kalifaat van Córdoba

De door Al-Hakam II gebouwde mihrab in de moskee van Córdoba

[Derde van vier blogjes over het Emiraat van Córdoba, dat zo meteen verandert in een kalifaat. Het eerste blogje was hier.]

Ik heb al eens geschreven over de geschiedenis van Ifriqiya, het gebied tussen zeg maar Tripoli in Libië en Algiers in Algerije, met als hoofdstad het Tunesische Kairouan. Het gold, zoals in het vorige blogje aangegeven, als bufferstaat tussen het Emiraat van Córdoba en het Kalifaat van Bagdad, en werd bestuurd door de Aghlabiden. Dat veranderde in 910, toen de macht in Ifriqiya in handen kwam van een nieuwe dynastie, de Fatimiden, die in de loop der tijd haar gezag zou doen gelden in heel noordelijk Afrika en Palestina, en bovendien het kalifaat opeiste.

Het Kalifaat van Córdoba

Dit laatste kon de emir van Córdoba niet over zijn kant laten gaan. Als er dan toch meer dan één kalief moest zijn, dan was hij niet de mindere van de Abbasidische heerser in Bagdad en de Fatimidische kalief in Caïro. Vanaf 929 presenteerde Abd al-Rahman III (r.912-961) zich dus ook als “heerser der gelovigen”. Hij had enig recht van spreken, want zijn staat was machtiger dan ooit. In het noorden was Asturië uiteengevallen, de diverse opvolgersstaatjes en de ooit door Karel de Grote ingestelde markgraafschappen betaalden tribuut aan Córdoba en erkenden de emir/kalief als leenheer. Abd al-Rahmans zoon Al-Hakam II (r.961-976) vergrootte zijn macht nog in de richting van Marokko.

Lees verder “Het Kalifaat van Córdoba”

Een dienstreis naar Munda

De heuvelrug bij Munda

Vandaag was de grote dag: ik ging op weg naar Munda, de plaats waar Julius Caesar op 16 maart 45 v.Chr. zijn gevaarlijkste tegenstander versloeg: Gnaeus Pompeius Junior. Als u mijn Caesar-reeks volgt, bent u bent hem al tegengekomen als vlootcommandant. Caesar had in de slag bij Farsalos weliswaar Pompeius Senior verslagen, maar was vervolgens in Egypte vast komen zitten, waarop zijn republikeinse tegenstanders het verzet hadden gereorganiseerd in Tunesië en Spanje.

Het Spaanse leger was groter dan wat Caesar in het veld kon brengen en de Pompejanen hadden redenen om bloedfanatiek te zijn. Ook had Pompeius het slagveld zorgvuldig gekozen en feitelijk een val voor Caesar opgezet. De dictator zou zegevieren, maar verklaarde achteraf niet alleen te hebben gevochten voor de overwinning, maar ook om te overleven. Latere bronnen schrijven hem zelfs zelfmoordplannen toe. Munda was een enorm belangrijk gevecht.

Lees verder “Een dienstreis naar Munda”

Een dag in Córdoba

Een Turdetanische dame (Archeologisch Museum van Córdoba)

Ik ben dus in Córdoba, een van de voornaamste steden in Romeins Andalusië. En Andalusië was weer een van de voornaamste provincies van het imperium. De regio stond vol olijfbomen, langs de Guadalquivir waren pottenbakkersovens, de groengele olie ging per schip richting Rome, waar de amforen belandden op een enorme schervenberg. De olie diende als brandstof voor lampjes, als zeep en als smaakmaker in het eten van de mensen. Andalusië moet 52.000.000 liter per jaar hebben geëxporteerd. De geleerde die het allemaal heeft onderzocht, was de op deze blog al eens genoemde Heinrich Dressel.

Antieke stad

Córdoba was ouder. De naam bevat het element qrt, “stad”, wat duidt op Karthaagse aanwezigheid, maar die is archeologisch niet geïdentificeerd. Ik hoorde vandaag een andere etymologie, namelijk dat de naam is afgeleid van Fenicische koteba, “olijfpers”. Ook heb ik gelezen dat achter het woord Cordoba de naam van de stam der Turdetaniërs schuilgaat. (Ik schreef al eens over dit Iberische volk.) Ten westen van de huidige stad is inderdaad een heuvelfort gevonden van de Turdetaniërs, die ook wel worden aangeduid als de Tartessiërs. Volgens mij is dat hetzelfde woord. Ik laat het voor wat het is.

Lees verder “Een dag in Córdoba”

Irak kort (14): Ibn Firnas

Ibn Fernas, Bagdad

Het reisbureau in Bagdad waar we onze tickets naar Istanbul en Amsterdam omboekten, was vernoemd naar Abbas ibn Firnas. Het standbeeld van de Arabische geleerde, die leefde in de negende eeuw, ziet u hierboven. Het staat langs de weg naar het vliegveld. Ibn Fernas moet een van de grootste uitvinders van zijn tijd zijn geweest. Niet alleen vond hij een methode om kleurloos glas te maken, hij sleep ook vergrootglazen en bedacht een manier om bergkristal te bewerken. Hij bouwde een waterklok en hield zich bezig met astronomie.

De eerste vliegenier

Hij is echter beroemd geworden als de eerste mens die het luchtruim zou hebben gekozen. De Arabische auteur Ahmad al-Maqqari schrijft:

In Firnas bekleedde zich met veren, maakte een vleugelpaar aan zijn lichaam vast en wierp zich vanaf een verhoging in de lucht. Volgens verscheidene betrouwbare bronnen, die ooggetuigen zijn geweest, vloog hij zelfs een aanzienlijke afstand, alsof hij een vogel was. Toen hij echter landde bij zijn vertrekpunt, bezeerde hij zijn rug, omdat hij onvoldoende had begrepen dat vogels op hun staart neerkomen en was vergeten zich daarmee uit te rusten.

Lees verder “Irak kort (14): Ibn Firnas”