De slag bij Munda (4)

Een zegevierende Numidische ruiter, zoals in Munda (Bardomuseum, Tunis)

Vandaag 2069 jaar geleden vond de slag bij Munda plaats, waarin Julius Caesar zijn republikeinse tegenstanders beslissend versloeg. In het vorige stukje beschreef ik dat Caesars mannen zich moeizaam een weg omhoog vochten, tegen een heuvel op. De strijd ging urenlang gelijk op.

De generaals

Cassius Dio concentreert zijn verslag op de twee commandanten. Die konden allebei niet langer aanzien dat de strijd nu eens gunstig verliep voor de eigen partij, dan weer voor de tegenpartij. Daarom sprongen ze van hun paarden om te voet deel te nemen aan de strijd, hopend door hun fysieke aanwezigheid de balans te kunnen laten doorslaan in het voordeel van de eigen troepen.

Lees verder “De slag bij Munda (4)” →

De slag bij Munda (3)

Caesar (Museum van Korinthe)

Vandaag 2069 jaar geleden vond de slag bij Munda plaats, waarin Julius Caesar een zwaarbevochten overwinning behaalde op zijn laatste republikeinse tegenstanders. In het vorige stukje beschreef ik dat Caesars mannen, na tijdens een kilometerslange opmars een rivier te zijn overgestoken, zich hadden opgesteld aan de voet van een heuvelrug. Daarboven stonden de mannen van Gnaeus Pompeius Magnus, klaar om de aanval op te vangen.

Burgers tegen medeburgers

De auteur van De Spaanse Oorlog beschrijft het gevecht.

Aan onze kant stonden de mannen van het Tiende opgesteld op hun vaste plaats, de rechtervleugel, en die van het Derde en Vijfde met de rest, hulptroepen en ruiterij, op de linker. De strijdkreet werd aangeheven en het gevecht begon.noot Ps.Caesar, De Spaanse Oorlog 30; vert. Hetty van Rooijen.

Lees verder “De slag bij Munda (3)” →

De slag bij Munda (2)

De soldaten die bij Munda vochten droegen zware schilden en pantserhemden, zoals deze re-enactors.

Vandaag 2069 jaar geleden vond de slag bij Munda plaats, waarin Julius Caesar een zwaarbevochten, beslissende overwinning behaalde op zijn tegenstanders. In het vorige stukje beschreef ik dat de soldaten aan beide zijden er niet gerust op waren. Gnaeus Pompeius Junior had zijn manschappen in de nacht opgesteld op een heuvelrug achter een rivier. En de voortekens voor Caesar waren slecht: het dier dat hij voor de strijd wilde offeren, bleek geen ingewanden te hebben.noot Appianus, Burgeroorlogen 2.116.

De opmars

Terwijl onze mannen in rustig tempo de stroom dichter naderden, bleven de vijanden consequent in de verdediging,

schrijft de auteur van De Spaanse Oorlog, die daarmee aangeeft dat Pompeius’ mannen op de heuvelrug afwachtten hoe hun vijanden de afstand van zeven, acht kilometer van hun kamp aflegden en de rivier overstaken.

Lees verder “De slag bij Munda (2)” →

De slag bij Munda (1)

De heuvelrug bij Munda

Het was de zeventiende maart van het jaar waarin Julius Caesar zonder collega het consulaat bekleedde (45 v.Chr.). En met die constatering weet u te zijn beland in een aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” Na het blogstukje van eergisteren zal het u niet verbazen dat het de dag was van de slag bij Munda. Het is een van de grootste gevechten uit de Romeinse geschiedenis, groter dan bijvoorbeeld de slag bij Farsalos, maar minder beroemd. Dat heeft alles te maken met de bronnen. Die focussen op het conflict tussen Caesar en Pompeius Senior, dat in Farsalos werd beslist. Antieke bronnen gaan altijd vooral over personen. Voor de latere fasen van de Tweede Burgeroorlog was daarom minder aandacht.

Voor de slag

Onze voornaamste bron is bovendien weinig aantrekkelijk: het ooggetuigenverslag van de auteur van De Spaanse Oorlog. Geen groot auteur. Hij vertelt dat Gnaeus Pompeius Junior zijn troepen had opgesteld op de hoogte waarop ook Munda lag. “Vanaf de stad”, lezen we, “strekte zich een vlakte uit. Deze liep af naar een stroom, die het terrein voor hun nadering uiterst moeilijk maakte; want de grond bij de oever aan onze rechterflank was moerassig en vol modderkolken.” Het komt niet als een verrassing dat de auteur toevoegt dat sommige van Caesars manschappen bang waren, “omdat ze allemaal in een situatie waren beland waarin het onzeker was wat een uur later hun lot zou zijn”.

Lees verder “De slag bij Munda (1)” →

Pompeius en Caesar bij Munda

De campagne bij Munda volgens Kromayer

Als ik u zeg dat het de idus van maart was in het jaar waarin Julius Caesar zonder collega het consulaat bekleedde (45 v.Chr.), dan weet u dat dit een nieuwe aflevering is in de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

In de voorgaande weken had Caesar zijn tegenstanders, die je kunt aanduiden als republikeinen die stand hielden in Spanje, of als Pompeianen die geen alternatieven meer hadden, overwonnen in verschillende gevechten. Hij had eerst Ulia ontzet. Een overval op Córdoba was niet gelukt, maar Ategua was bezet zonder al te veel gevechten. Zijn tegenstander Pompeius Junior had slechts enkele nauwelijks serieuze tegenaanvallen gedaan. Ucubis was op last van Pompeius in brand gestoken. Ventipo was zonder noemenswaardige problemen in Caesars handen gevallen. Carruca was door Pompeius zelf achtergelaten en in brand gestoken. Steeds meer soldaten liepen over naar Caesar en dat dwong Pompeius tot actie.

Lees verder “Pompeius en Caesar bij Munda” →

Poëzie: Julius Caesar

Julius Caesar (Vaticaanse Musea, Rome)

[Fragment uit een verloren gewaand handschrift van Suetonius, teruggevonden in de abdij van Fulda, vertaald door Marieke Baert. Dit is het eerste deel van een twaalfdelige reeks over macht en onmacht in Rome.]

Een kale reus met een grote neus
Dictator voor het leven
Dit is wat we weten
Vertrouwde zijn vrienden voor geen meter

Wel belezen in de filosofie
Cicero zijn lieveling
Niet diens poëzie
Vond zijn eigen boekjes beter

Deelde het bed, puur voor de pret
Met Egyptische koninginnen
En baardeloze jongelingen
Meer een ziener dan een weter

***

Een gastbijdrage van onze huisdichter Hans Koonings. Wordt vervolgd. Dank je wel Hans!

Julius Caesar neemt Ategua

Reliëf van een Iberische ruiter, zoals Julius Caesar ontving uit Saguntum (Archeologisch Museum van Catalonië, Barcelona)

Als ik u zeg dat het 1984 was en als ik vertel dat de Tweede Kamer overwoog de dienstplichtigen vervelingstoeslag te geven, dan weet u dat bent beland in een blogje over een van Lenderings grootste frustraties: een jaar van je leven verspillen omdat de Russen mogelijk zouden komen. Iets plezierigs of voordeligs heb ik aan mijn soldatenbestaan nooit, nooit, nooit ontdekt. Nou ja, misschien één voordeel: ik denk te begrijpen wat er door de soldaten van Julius Caesar heenging toen ze 2069 jaar geleden het Iberische heuvelfort Ategua belegerden.

Ategua

De blokkade begon op 21 januari. Caesars mannen legden eerst belegeringswerken aan rond het stadje en vervolgens een reeks schansen om het eigen kamp te verdedigen. Grachten graven, wallen opwerpen, bomen kappen, takken verwijderen, palissades oprichten, dammen bouwen, schutdaken maken: het soldatenleven was in 45 v.Chr. bijna even saai als in 1984. Het verschil was natuurlijk dat Caesars manschappen wisten dat Gnaeus Pompeius Junior in de omgeving was.

Lees verder “Julius Caesar neemt Ategua” →

Caesar bij Córdoba

De brug van Córdoba stond er al in de tijd van Caesar

Het was 20 januari. Het was het jaar waarin een collegaloze Julius Caesar het consulaat bekleedde (45 v.Chr.). U weet dus dat u vandaag een nieuw blogje te lezen krijgt in de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” En jawel: hier is een nieuw blogje in de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Van Ulia naar Córdoba

In de vorige aflevering zagen we dat Caesar de blokkade van het strategisch belangrijke stadje Ulia had weten op te heffen, deels door versterkingen te sturen, deels door zelf naar Córdoba op te rukken en Gnaeus Pompeius Junior te dwingen de belegering af te breken. Die kon immers niet laten gebeuren dat de hoofdstad van Andalusië, verdedigd door twee legioenen onder commando van zijn broer Sextus, verloren zou gaan.

Lees verder “Caesar bij Córdoba” →

Caesar bevrijdt Ulia

Twee Romeinse soldaten (Archeologisch museum van Sevilla)

Als ik u zeg dat het 8 januari was in het jaar waarin Julius Caesar zonder collega het consulaat bekleedde (45 v.Chr.), dan vermoedt u al wat er komt: een antwoord op de vraag wat Julius Caesar 2069 jaar geleden liep te doen.

U zult zich wellicht herinneren dat Caesar in Obulco troepen aan het samentrekken was. Het ging langzaam. Toen verraders aanboden hem Córdoba, de hoofdstad van Andalusië, te overhandigen, had hij de troepen nog niet voor een snelle operatie. Ook het door Gnaeus Pompeius Junior belegerde Ulia kon Caesar niet ontzetten. Dat daar werd gevochten, is in 2020 archeologisch bevestigd. Hoewel de stad was afgesneden van de buitenwereld, was men wel op de hoogte van Caesars aankomst.

Lees verder “Caesar bevrijdt Ulia” →

IIII Macedonica

Munt van IIII Macedonica (Haltern)

In de Romeinse Republiek waren de legioennummers één tot en met vier gereserveerd voor de twee legers van de twee consuls. Het Vierde Legioen, dat later de bijnaam Macedonica zou krijgen, is dus geformeerd door een consul, en aangezien het in de lente van 48 v.Chr. voor het eerst in actie kwam in Dyrrhachion, moet die consul Julius Caesar zijn. In Dyrrhachion streed hij tegen de troepen van de Senaat, gecommandeerd door Pompeius, die de slag won.

Macedonië

Evengoed won Caesar later de slag bij Farsalos en de Tweede Burgeroorlog; zijn Vierde Legioen stationeerde hij daarna in Macedonië. De eenheid had zullen deelnemen aan Caesars campagne tegen het Parthische Rijk, maar die werd geannuleerd na de dood van de dictator. In de zomer van 44 v.Chr. riep Marcus Antonius daarom IIII Macedonica terug naar Italië; het was gestationeerd in het oosten van het schiereiland, waar het al snel partij koos voor Caesars geadopteerde zoon Octavianus. In de oorlog rond Modena (in april 43) streed het voor deze nieuwe commandant en leed daarbij zware verliezen.

Lees verder “IIII Macedonica” →