Het einde van Marcus Claudius Marcellus

Zomaar een Romein, niet per se Marcus Claudius Marcellus (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

Het was laat in de lente of vroeg in de zomer van het jaar waarin Julius Caesar zonder collega het consulaat bekleedde (45 v.Chr.). U herkent het intro en weet te zijn beland in een nieuw blogje in de vandaag inaccuraat “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” genoemde reeks. Inaccuraat, want het gaat in dit blogje over een van de bijfiguren in het drama van de ondergang van de Romeinse Republiek: Marcus Claudius Marcellus.

Dit was een bestuurder die carrière had gemaakt in de jaren waarin Caesar in Gallië verbleef. In 51 v.Chr. was Marcellus consul en dat maakte dat hij onvermijdelijk kwam te staan voor een van de grote kwesties van dat moment: de dreiging van een crisis. We keren even terug naar die Rechtsfrage: de aanleiding tot de Tweede Burgeroorlog.

Die Rechtsfrage

Caesars consulaat, in 59 v.Chr., was onrustig verlopen en hij had voor dat consulaat op het Iberische Schiereiland en na dat consulaat in Gallië oorlogsmisdaden begaan. Om niet aangeklaagd te worden, moest Caesar een ambt bekleden. Nu was afgesproken dat Caesars opvolging in Gallië niet besproken zou worden vóór 1 maart 50 en dat de eerste die hem kon opvolgen, een consul zou zijn uit het jaar 49. Iemand die dus feitelijk was benoemd door Caesar en zijn bondgenoten. Caesar mocht ook, zo hadden de volkstribunen bedongen, kandidaat zijn in absentia. Dit betekende dat Caesar de gelegenheid had te dingen naar het consulaat van 48 – en aangezien verkiezingswinst gegarandeerd was, betekende dat dat Rome een nieuw, onrustig jaar tegemoet ging. De nachtmerrie van elke conservatief. Als consul veranderde Marcus Claudius Marcellus daarom de spelregels.

Lees verder “Het einde van Marcus Claudius Marcellus”

De Elbe

De Elbe bij Zollenspieker

Met een lengte van bijna 1100 kilometer (1.094 om precies te zijn) is de Elbe, de antieke Albis, een van de langste rivieren van Europa. Hij ontspringt in Bohemen ofwel Tsjechië en stroomt vervolgens door oostelijk Duitsland naar de Noordzee. Het rotsachtige Helgoland, waar men al vanaf de Oudheid barnsteen wint, ligt tegenover de Elbemonding.

De onbekende bron

De antieke geografen wisten dat de rivier ontsprong in Bohemen, het land dat zijn naam dankte aan de Boiërs maar in historische tijden werd bewoond door de Marcomannen. De Griekse en Romeinse auteurs waren echter niet zeker van de precieze locatie van de bron. Aan het begin van de tweede eeuw schrijft de Romein Tacitus dat de rivier “ontspringt in het gebied van de Hermonduriërs” (Germania 41.2), terwijl de Grieks-Romeinse aardrijkskundige Ptolemaios van Alexandrië denkt aan het Sudetengebergte (Geografie 2.11.1).

Lees verder “De Elbe”

De slag bij Farsalos (7)

De maan

[Zevende deel van het verslag over de slag bij Farsalos. Het eerste was hier.]

De door Caesar behaalde overwinning bij Farsalos was totaal en zijn manschappen wilden al beginnen met de plundering van Pompeius’ kamp. Een deel van het vijandelijke leger had zich echter in veiligheid gebracht op wat nabijgelegen heuvels. Omdat onduidelijk was hoe groot dit leger was, en dus niet viel uit te maken of Caesars mannen het terrein werkelijk meester waren, verlegde Caesar zijn aandacht naar de Pompeianen in de heuvels.

Caesar schrijft het volgende – net als in de eerdere stukken geeft ik het weer in de vertaling van Hetty van Rooijen.

Lees verder “De slag bij Farsalos (7)”

Pompeius in Larisa

Gnaeus Pompeius, de verliezer in Farsalos (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Als ik u zeg dat het 2 sextilis was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Gaius Julius Caesar (voor de tweede keer) en Publius Servilius Isauricus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 22 juni 48 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Pompeius 2069 jaar geleden?”

Pompeius’ leger

Hij kwam aan in Larisa, de hoofdstad van Thessalië, die al was bezet door Metellus Scipio. In zijn Burgeroorlog vertelt Caesar dat Pompeius alle legioenen in één legerkamp samentrok en vanaf nu het oppercommando deelde met Scipio. Pompeius gunde zijn collega zelfs de eer dat hij de signalen liet trompetteren vanaf diens commandotent. Later zouden ze hun kamp verplaatsen in de richting van dat van Caesar bij Farsalos.

Deze vervolgt zijn verslag met een bijna pesterige beschrijving van de stemming in Pompeius’ kamp. Daar was men inmiddels huiden gaan verkopen voordat de beer was geschoten.

Lees verder “Pompeius in Larisa”

Caesar verovert Marseille

Zomaar een Romeinse adelaar (Museum van Constantine)

Als ik u zeg dat het op de Romeinse kalender eind oktober was in het jaar waarin Marcellus en Lentulus consuls waren, en als ik dat omreken naar eind september 49 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Clementie in het vooruitzicht

Hij was terug in Marseille na beide Iberische provincies te hebben overmeesterd en hij maakte zich nu op voor de inname van de havenstad. Het was een van Romes oudste bondgenoten buiten Italië en als zodanig een bevriende stad. Ook nu de Massilioten zich tegen Caesar verzetten, hadden ze enkele onomschreven maar daarom niet mindere morele rechten. Het is niet onvergelijkbaar met de gevoelens die de Spartanen behielden voor de Atheners: toen ze de vijandelijke stad in 404 v.Chr. belegerden, wilden ze toch enige genade betonen voor de kleinkinderen van degenen die driekwart eeuw eerder zij aan zij met hen hadden gestreden tegen de Perzen. Zo mochten ook de bewoners van Marseille rekenen op enige consideratie. Temeer omdat Caesar graag een show maakte van zijn clementie.

Lees verder “Caesar verovert Marseille”

Het beleg van Marseille begint

Re-enactors in de uitrusting van soldaten uit de tijd van Caesar

Als ik u zeg dat het de vierde dag was van mei, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Marcellus en Lentulus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 4 april 49 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag eergisteren 2069 jaar geleden?”

Antwoord: hij begon met de belegering van Marseille. Zoals ik in de eerdere afleveringen vertelde, had hij vrij snel Italië onderworpen. De Senaat en zijn generaal Pompeius waren naar Griekenland gevlucht, Caesar had de Lex Roscia laten aannemen die hem toestond mensen uit de provincie tot Romeins burger te maken en als legionairs te rekruteren, en was daarop naar het westen gegaan, waar Pompeius troepen had liggen. Zij het zonder generaal, want die was met een groot aantal senatoren in Griekenland.

Lees verder “Het beleg van Marseille begint”

Caesar verovert Corfinium

Caesar (Vaticaanse Musea, Rome)

In de nacht van 16 op 17 december 50 v.Chr. (11/12 januari volgens de Romeinse kalender), was Julius Caesar Italië binnengevallen door de Rubico over te trekken. Dat was het begin van de Tweede Burgeroorlog. Hij was namelijk gouverneur van wat ik gemakshalve even zal aanduiden als Gallië en de Povlakte, en door met een leger zijn provincie te verlaten, was hij formeel in opstand tegen de Senaat.

Ik wijdde er al een stukje aan en beschreef in een tweede stukje hoe Caesar langs de Adriatische kust oprukte naar het zuidoosten, terwijl zijn kolonel Marcus Antonius de Apennijnen overtrok richting Umbrië. Met de inname van Arezzo stelde hij Caesars aanvoerlijnen vanuit Gallië veilig. Ondertussen evacueerden de consuls en hun generaal Pompeius, die hun macht zagen afbrokkelen, de hoofdstad. Alleen in het zuiden konden ze nog soldaten rekruteren. Ik was in deze reeks gekomen tot Caesars inname van Ascoli op 8 januari (5 februari op de Romeinse kalender). Wat gebeurde er in de daarop volgende weken?

Lees verder “Caesar verovert Corfinium”