De slag bij Kadesh (3)

Kadesh

[Derde van vier à vijf blogjes over de Egyptisch-Hittitische Oorlog in Syrië. Het eerste was hier.]

Farao Ramses II wilde de Egyptische invloed op de Syrische vazalkoningen vergroten, en had in Amurru al enig succes gehad. De Hittitische koning Muwatalli II had alle reden om verdere Egyptische expansie te beletten en trok daarom zuidwaarts. Behalve het leger dat hij had meegenomen uit zijn hoofdstad Hattusa, waren er contingenten uit Anatolische en Syrische steden en streken. Eén daarvan wordt in een Egyptische tekst aangeduid als Drdny, een groep die we ook kennen als een van de Zeevolken. Deze naam wordt wel gevocaliseerd als Dardanoi, wat in de Ilias de koninklijke familie is van Troje. Nee, ik beweer niet dat er bewijs is dat een Priamos, een Hektor of een Alexandros aanwezig is geweest in Kadesh, maar wel dat denkbaar is dat we hier twee echo’s horen van dezelfde naam uit dertiende-eeuws Noordwest-Anatolië.

Muwatalli’s krijgsplan

Hoe dat ook zij, Muwatalli bezette Kadesh, waar hij een Egyptische aanval verwachtte. Misschien verwachtte hij die vanuit Amurru in het westen, langs de Nahr al-Kabir, waar inderdaad de Egyptische Ne’arin waren geland. Misschien was Muwatalli’s krijgsplan dat hij wachtte tot het vijandelijke leger was samengetrokken, zodat in één groot, beslissend gevecht kon worden afgerekend met de vijand. Die zou dan weten dat de Hittitische legers oppermachtig waren. Hij bezette alvast de oostelijke oever van de Orontes, zodat de Egyptische troepen zich konden opstellen op de westelijke oever.

Lees verder “De slag bij Kadesh (3)”

De slag bij Kadesh (2)

Ramses II met de blauwe khepresh-oorlogskroon (Staatliche Sammlung für Ägyptische Kunst, München)

[Tweede van vier à vijf blogjes over de Egyptisch-Hittitische Oorlog in Syrië. Het eerste was hier.]

De Egyptisch-Hittitische Oorlog om Syrië kwam niet uit de lucht vallen. Ooit, in de vijftiende eeuw v.Chr., had Toetmoses III, de Egyptische legers tot aan de Eufraat gebracht en hij claimde te regeren over de hele Levant. Er zijn online nog volop landkaarten te vinden die Egypte en de regio tot aan de Eufraat een en dezelfde kleur geven, alsof het hele gebied behoorde bij één staat onder één vorst. Feitelijk ging het om een verzameling kleine en grote vazalstaatjes, die zo loyaal waren aan de farao als deze interesse toonde. Egyptologen hebben wel gemeend dat de Egyptische invloed afbrokkelde ten tijde van farao Echnaton, die meer bezig zou zijn geweest met religie dan met de buitengewesten, maar dit beeld is gebaseerd op het uit diens regeringstijd overgeleverde staatsarchief (de Amarna-brieven). Uit de tijd van zijn voorgangers hebben we zoveel documentatie niet, en vermoedelijk was hun greep op de regio even los.

Amurru

Een van de vazalstaatjes was Amurru, dat u moet zoeken in het noordwesten van Libanon, langs de Nahr al-Kabir. Deze stroom, die weliswaar “grote rivier” heet maar feitelijk nogal klein is, is belangrijk omdat hier een zeer goed begaanbare weg ligt van de zee naar het binnenland; deze doorgang tussen de bergen staat bekend als de “Homs Gap” en het strategisch belang werd nog eeuwenlang erkend. Zo bouwden de Kruisvaarders de Krak des Chevaliers om deze weg te bewaken. Aan het einde van deze corridor ligt de vruchtbare Orontesvlakte, met daarin de stad Kadesh.

Lees verder “De slag bij Kadesh (2)”

Pons van Tripoli

De zuidgrens van het graafschap Tripoli. Dromedarissen waden door de monding van de Nahr al-Kalb; de kaap erachter is nauwelijks te passeren (schets van Joseph Bonomi, 1834).

Ik vertelde al over de kruisvaarder Raymond van Saint-Gilles, die in het noorden van Libanon een graafschap voor zichzelf was begonnen. Toen hij in 1105 sneuvelde, ontbrak alleen de hoofdstad Tripoli nog, maar zijn zoon Bertrand wist die in te nemen. Daarvoor had hij zich weliswaar moeten verplichten tot leenhulde aan koning Boudewijn I van Jeruzalem, maar keizer Alexios I Komnenos in Constantinopel en emir Toghtekin van Damascus erkenden hem als zelfstandig. Tot zover was ik gistermorgen gekomen.

De jeugd van Pons van Tripoli

Graaf Bertrand bezweek op 3 februari 1112 aan een ziekte, waarna enkele voorname officieren het regentschap aanvaardden voor zijn minderjarige zoon Pons van Tripoli. Dus niet zijn moeder, zoals we zouden hebben verwacht. Het is jammer dat we niet veel meer weten over de regenten, want ze namen het cruciale besluit Pons op te laten nemen onder de ridders van prins Tancred van Hauteville in Antiochië. Dat komt als verrassing na het conflict in 1109, waarin Pons’ vader tegenover de Antiochenen had gestaan en zich had geplaatst onder bescherming van koning Boudewijn van Jeruzalem.

Lees verder “Pons van Tripoli”

Raymond van Saint-Gilles

Het mogelijke graf van Raymond van Saint-Gilles (Qalat Sanjil, Tripoli)

Ik blogde gisteren over Tripoli en noemde het Kruisvaarderskasteel. Over het graafschap Tripoli is wel iets meer te vertellen en dat begint in 1071 , als de Byzantijnse keizer Romanos IV oprukt tegen de Seljukische Turken. Bij Manzikert verslaat sultan Alp Aslan de Byzantijnen, die vervolgens een gunstig vredesverdrag met voeten treden en zo een Turkse invasie over Anatolië uitlokken. (Dit is het moment waarop zeelieden uit Bari het gebeente van Sint-Nikolaas uit Myra roven.) De Byzantijnen zoeken nu steun in het westen, en inderdaad komen duizenden ridders naar Constantinopel, waar ze keizer Alexios trouw zweren. Ze rukken op door Anatolië, drijven de Seljuken terug en veroveren Antiochië.

Eerste Kruistocht

En daar gaat iets verkeerd. De keizer begint de Kruisridders – want we hebben het natuurlijk over de Eerste Kruistocht – te wantrouwen en andersom. Beide partijen beschouwen de eed van trouw als verbroken. Meteen daarna loopt nog iets spaak: de relatie tussen de Kruisridders en de Fatimiden. Dat was de sji’itische dynastie in Egypte, die traditioneel het Nabije Oosten deelde met de christelijke Byzantijnen, met als grens de Nahr al-Kabir, die ook nu de grens vormt tussen Syrië en Libanon. Tot dan toe hadden niet alleen de Byzantijnen maar ook de Fatimiden de westerse barbaren beschouwd als bondgenoten tegen de Seljuken, maar nu de Kruisvaarders oprukten richting Jeruzalem, keerden ook de Fatimiden zich tegen de indringers.

Lees verder “Raymond van Saint-Gilles”