Een Romein in Marokko: Juba II

Juba II (Musée de l’histoire et des civilisations, Rabat)

Hij was, met een woord van de Grieks-Romeinse auteur Ploutarchos, wel de allergelukkigste krijgsgevangene: Juba II. Hij was de zoon van Juba I, de koning van Numidië (zeg maar Algerije) die in het conflict tussen de Romeinse Republiek en de opstandige generaal Julius Caesar op het verkeerde paard had gewed en, in 46 v.Chr. verslagen bij Thapsus, op een wonderlijke manier zelfmoord had gepleegd. Caesar had geen reden om Juba’s tweejarige zoon te doden, voerde hem mee in zijn triomftocht en nam hem vervolgens op in zijn huishouding. Zijn achternichtje Octavia Minor voedde de kleuter op.

Octavia’s tiental

Octavia’s broer Gaius was een van de potentaten die na de dood van Caesar vochten om de heerschappij. Om een bondgenootschap te sluiten, huwde hij zijn zus uit aan zijn rivaal Marcus Antonius, die haar in 33 verstootte om te kunnen trouwen met Kleopatra VII Filopator van Egypte. Terwijl haar broer en haar voormalige echtgenoot een burgeroorlog uitvochten, en ook daarna, bleef Octavia in Italië wat op de achtergrond, maar (of: want) ze was verantwoordelijk voor een complete klas aan hoogadellijke kinderen.

Lees verder “Een Romein in Marokko: Juba II”

De Karolingische Renaissance (1)

Een Exodus-manuscript; het onderste deel is geschreven in Karolingische minuskels die tijdens de Karolingische Renaissance werden geïntroduceerd.

In eerdere blogjes heb ik het gehad over mensen als Cassiodorus en de Ierse monniken die, in de tijd na de desintegratie van het Romeinse staatsapparaat in West-Europa, antieke teksten bleven kopiëren. Er is een beeldspraak – ik weet niet van wie – dat zij bij de stadspoort stonden en de West-Europese mensen, die de Oudheid verlieten en op reis gingen naar de Middeleeuwen, nog iets te lezen meegaven. Ik heb dat altijd een mooi beeld gevonden. Het stond me voor de geest toen ik LiviusOrg maakte.

Hoe ging het verder? Ik schreef al over de Europese monniken die de door Cassiodorus en de Ierse monniken begonnen kopieeractiviteit voortzetten. Eigenlijk is dat de culturele analogie van de wetgevingsactiviteit van de post-Romeinse vorsten. Voor een koning was het uitvaardigen van wetten core business; het overschrijven van teksten was dat niet en werd overgelaten aan de kerk. Dat begon te veranderen met de “Karolingische Renaissance”.

Lees verder “De Karolingische Renaissance (1)”

Maecenas

Maecenas (Archeologische collectie, Arezzo)

Hij is een van de beroemdste Romeinen maar eigenlijk kent niemand hem: Gaius Maecenas. Zie boven. Geboren in 70 v.Chr. in Arezzo, behoorde hij tot de stedelijke aristocratie van Italië, die in de tijd van keizer Augustus steeds belangrijkere posities kreeg in het Romeinse Rijk. Maecenas zelf had een vliegende start: van vaderszijde kwam hij uit een vooraanstaande familie in Arezzo en van moederszijde behoorde hij tot het beroemde Etruskische geslacht van de Cilnii. Dan heb je alvast een aardig netwerk. Het hielp daarnaast dat hij bevriend raakte met Gaius Octavius, eveneens afkomstig uit de stedelijke aristocratie – ik meen dat zijn stad Velletri was maar heb geen zin om dat uit te zoeken.

Hoe dat ook zij, Octavius viel omhoog en sleepte Maecenas mee. Toen Caesar was vermoord, bleek Octavius de erfgenaam van de dictator. Voortaan heette Octavius “Gaius Julius Caesar”, waar historici “Gaius Julius Caesar Octavianus” ofwel “Octavianus” van hebben gemaakt – de Caesar uit de Octavius-familie. Vanzelfsprekend heeft de beste man die naam nooit gedragen. De naam “Caesar” was immers zijn fortuin.

Lees verder “Maecenas”

Wetenschapsfraude in 1498

Renaissance-geleerde, niet per se Giovanni Nanni (Liebieghaus, Frankfurt)

In 1498 publiceerde een geleerde monnik uit Viterbo, Giovanni Nanni (1432-1502), zeventien delen met Commentaria super opera diversorum auctorum de antiquitatibus loquentium, ofwel “Commentaren op de werken van diverse oudheidkundige auteurs”. Het ging om aantekeningen bij materiaal dat hij deels had gekregen van een Armeense monnik en deels had aangetroffen in een bibliotheek in Mantua.

Het was voor de geleerden van die tijd volkomen nieuw, al waren de auteursnamen Berossos en Megasthenes vertrouwd en waren uit hun oeuvre zelfs wat fragmenten bekend. Ook Manethon was een oude bekende: verschillende antieke auteurs verwezen naar zijn Egyptische geschiedenis. De vondsten vormden een sensatie, aangezien onder de herontdekte teksten beschrijvingen waren van gebeurtenissen waarbij het Joodse volk betrokken was geweest. Talloze Bijbelpassages waarvan de historische betrouwbaarheid in twijfel was getrokken, vonden nu onafhankelijke bevestiging, zodat het gelijk van de Kerk was vastgesteld.

Lees verder “Wetenschapsfraude in 1498”