De Stervende Galliër

De Stervende Galliër (eigenlijk een Galaat) (Capitolijnse Musea, Rome)

Zo rond het midden van het eerste millennium v.Chr. ontstond in het gebied van Lotharingen, Elzas, het Zwarte Woud en Beieren een nieuwe archeologische cultuur: La Tène. We mogen deze mensen gelijkstellen aan de Kelten, al moeten we daarbij aantekenen dat de betekenis van de term niet precies vastlag. De Keltische stammen en staten hebben zichzelf nooit beschouwd als één Keltisch volk, terwijl de Grieken en Romeinen allerlei volken die niet behoorden tot de La Tène-cultuur en die ook geen Keltische taal spraken, aanduidden als Kelten. Vaak was de term synoniem met “barbaar”.

De vierde eeuw was de tijd van de Keltische migraties: Gallische Kelten vielen Italië binnen en meer oostelijk levende stammen trokken langs de Donau naar het Balkanschiereiland. In de eerste weken van 279 bezetten zulke groepen het noordwesten van het huidige Bulgarije, van waaruit ze het Thracische koninkrijk van de Odrysen bedreigden. Die vroegen hulp bij de pas aangetreden koning van Macedonië, Ptolemaios Keraunos, maar deze weigerde: hij hoopte dat de Thraciërs, die het zijn voorganger Lysimachos knap lastig hadden gemaakt, verzwakt zouden raken. Dit was een blunder, maar toen Ptolemaios dat inzag, was het te laat.

Lees verder “De Stervende Galliër”

“Die Welt der Kelten”, Stuttgart

De kunst van de Kelten: glazen armbanden uit Manching

Als archeologen het hebben over de Kelten, bedoelen ze meestal de Hallstatt– en La Tène-culturen, ofwel de IJzertijdbeschaving van de mensen die tussen pakweg 800 en 50 v.Chr. leefden in een gebied dat als kernland de streek van Bourgondië, Lotharingen, Elzas, Baden-Württemberg, Beieren en Bohemen had. In Stuttgart zijn daarover momenteel twee tentoonstellingen, die samen worden aangeduid als “Die Welt der Kelten”.

De expositie over  de“Kostbarkeiten der Kunst” in het Altes Schloβ vond ik zelf vrij geslaagd, al haat ik het als voorwerpen in het halfdonker geheimzinnig liggen te zijn. De bezoeker krijgt vrij gedegen uitleg over de manier waarop kunsthistorici naar de ontwikkeling en functie van de Keltische voorwerpen kijken, waarbij een vraag als “is het eigenlijk wel kunst?” niet wordt geschuwd. Het belang is dat het idee dat de Kelten eigenlijk maar een soort primitieve imitaties maakten van de klassieke kunst, nog altijd bestaat. Het feit dat het in 1944 verschenen Early Celtic Art van Paul Jacobsthal nog altijd een standaardwerk is, bewijst dat er nog steeds betrekkelijk weinig onderzoek plaatsvindt.

Lees verder ““Die Welt der Kelten”, Stuttgart”