De vrede van Hannibal

Een Romeinse soldaat uit de tijd van Hannibal (monument van Aemilius Paullus, Delfi)

Terwijl de Romeinen en Karthagers de Eerste en Tweede Punische Oorlog uitvochten, streden in het oostelijk Middellandse-Zee-bekken de Ptolemaiën en Seleukiden om het bezit van Hol Syrië, ruwweg Libanon en Israël. Volgens een verdrag had dat gebied Seleukidisch moeten zijn maar het was in feite Ptolemaïsch. Er was een Karische Oorlog, er was een Eerste Syrische Oorlog, de Tweede Syrische Oorlog ging ergens anders over, in de Derde Syrische Oorlog ofwel Laodikese Oorlog bereikten het Ptolemaïsche leger zelfs Babylon, in de Vierde Syrische Oorlog verhingen de Seleukiden de bordjes, maar het was pas in de Vijfde Syrische Oorlog dat ze het hele gebied in handen kregen, waarna de Zesde Syrische Oorlog een preventieve Seleukidische aanval op Egypte zelf was. Het is waanzinnig interessant, al is het laatste boek dat erover is verschenen, een schoolvoorbeeld van falende peer review.

Wat deze oorlogen gemeen hebben is dat het conflict oplaait als in een van de twee landen een nieuwe koning aantreedt, dat het komt tot gevechten en dat na een of twee grote veldslagen een compromisvrede wordt getekend, waaraan beide koningen zich vervolgens ook houden, tot weer een van de ondertekenaars overlijdt. Iets dergelijks lijkt ook elders het geval te zijn geweest: Macedonië vocht nog weleens met de Griekse stadstaten en dan was één veldslag vaak beslissend en kwam het tot een compromisvrede.

Lees verder “De vrede van Hannibal”

Misverstand: Archimedes

Athanasius Kircher legt uit waarom het niet lukt

Misverstand: Archimedes stak Romeinse schepen in brand met spiegels

In 264 v.Chr. brak oorlog uit tussen de Romeinse Republiek en Karthago. Deze Eerste Punische Oorlog ‘duurde zonder onderbreking vierentwintig jaren en was de meest lange, intensieve en grootschalige oorlog uit de geschiedenis’, noteerde de Griekse historicus Polybios (ca. 200- ca. 118). Hij overdreef niet. Aan één gevecht, de zeeslag bij Eknomos, namen 287.000 soldaten deel, een cijfer dat vermoedelijk niet overdreven is. Na afloop van het enorme conflict was Rome meester van Sicilië en zon Karthago op wraak.

De Tweede Punische Oorlog brak uit in 218. De Karthaagse generaal Hannibal (247-192) verbaasde de wereld door laat in het seizoen nog over de Alpen te trekken en Italië te veranderen in een oorlogszone. Onder de indruk van Hannibals successen koos de Siciliaanse havenstad Syracuse, een Romeinse bondgenoot, partij voor Karthago. In 213 begonnen de Romeinen aan de belegering van de afvallige stad, waarbij hun gevaarlijkste tegenstander de slimme ingenieur Archimedes (287-212) was, die allerlei nieuwe wapens ontwikkelde.

Lees verder “Misverstand: Archimedes”

Sofonisba

De stad waar ik u gisteren had achtergelaten was Constantine, het antieke Cirta. Het was de scène van een reeks gebeurtenissen uit de Tweede Punische Oorlog die even beroemd als complex zijn. Om te beginnen: ten westen van Karthago lagen twee Numidische koninkrijken, enerzijds het westelijke, dat van de Masaeisylische Numidiërs, geregeerd door Syfax, anderzijds het oostelijke, dat van de Massylische Numidiërs, geregeerd door Gaïa. Het laatste was met Karthago verbonden. Gaïa’s zoon Massinissa streed bijvoorbeeld in Spanje in het leger van een broer van Hannibal.

Massinissa zou trouwen met een zekere Sofonisba (Sapanbaäl in het Karthaags), de dochter van de Karthaagse edelman Hasdrubal. Onze bronnen presenteren haar, zoals u vermoedelijk al verwacht, als jong, beschaafd, muzikaal en verleidelijk mooi. Prins Massinissa had zijn verloofde echter nog nooit gezien en voelde zich dan ook niet gehouden aan het bondgenootschap tussen zijn vader en Hasdrubal. De oorlog in Spanje, die desastreus verliep voor de Karthagers, gaf Massinissa een voorgevoel van wat komen ging en hij overwoog zich te verbinden met de Romeinen.

Lees verder “Sofonisba”

De Tweede Punische Oorlog (14): Zama

Scipio Africanus: de man die de Tweede Punische Oorlog besliste in Romes voordeel (Capitolijnse Musea, Rome)

[Dit is het laatste deel van een reeks over de Tweede Punische Oorlog (218-201 v.Chr.). Het eerste is hier. In het dertiende deel overlegden Hannibal en Scipio vergeefs over het einde van de strijd. Het zou nog één keer komen tot een veldslag.]

Om de vijand schrik aan te jagen plaatste Hannibal de olifanten voorop. Het waren er tachtig, het grootste aantal dat hij ooit in een slag had ingezet. Daarachter stonden de Ligurische en Gallische hulptroepen, vermengd met Balearen en Moren. In de tweede linie stelde hij de Karthagers en Libiërs op en een legioen Macedoniërs; en ten slotte, na een kleine tussenruimte, de reserve, bestaande uit Italische soldaten […]. Hij plaatste de ruiterij aan weerszijden op de vleugels; de rechtervleugel werd bezet door de Karthagers, de linker door de Numidiërs.

Deze woorden van Livius lijken sterk op de beschrijving van hetzelfde leger door Polybios. Er is echter één verschil. Bij de Griekse historicus is geen sprake van een “legioen Macedoniërs”. Dat lijkt een verzinsel van Livius, die de lezer er bij de beslissende slag blijkbaar aan wilde herinneren dat de Romeinen het in deze oorlog niet alleen tegen de Karthagers hadden opgenomen.

Lees verder “De Tweede Punische Oorlog (14): Zama”

De Tweede Punische Oorlog (13)

Numidisch ruiterzwaard, zoals gebruikt in de Tweede Punische Oorlog (Musée de Cirta, Constantine)

[Dit is het voorlaatste stukje in een reeks over de Tweede Punische Oorlog (218-201 v.Chr.). Het eerste is hier. In het twaalfde deel behandelde ik Scipio’s landing in Afrika.]

Die winter deed Syfax een vredesvoorstel dat erop neerkwam dat de Romeinen zich uit Afrika en Hannibal zich uit Italië zou terugtrekken. Dat liet Rome in het bezit van Spanje: een formidabele winst.

Scipio was echter niet uit op vrede en wilde de eer van de eindzege. De onderhandelingen boden hem evenwel een kans het kamp van Syfax en de Karthaagse commandant te verkennen, en toen de onderhandelingen op niets waren uitgelopen, had hij genoeg gezien. Hij keerde ’s nachts terug, omsingelde het kamp, stak het in brand en vernietigde het complete leger. Hierop besloten Syfax en de Karthaagse generaal, die het inferno hadden overleefd, in Numidië een tweede leger op de been te brengen, maar Scipio trok het tegemoet. Op de plaats waar de rivier de Mejerda vanuit Numidië het Karthaagse gebied binnenstroomde, ruwweg bij het huidige Suq el-Khemis, kwam het tot een veldslag. Scipio behaalde een eenvoudige overwinning op zijn vijanden, merendeels rekruten. Terwijl de Romeinse bondgenoot Massinissa zijn rivaal Syfax achtervolgde en gevangennam, deed Scipio een vredesvoorstel aan de Karthagers. Livius werd geconfronteerd met bronnen die elkaar tegenspraken:

Lees verder “De Tweede Punische Oorlog (13)”

De Tweede Punische Oorlog (12)

Een Romeins zilverstuk van voor de inflatie, die de eindoverwinning in de Tweede Punische Oorlog mogelijk maakte

[Dit is het twaalfde deel van een reeks over de Tweede Punische Oorlog (218-201 v.Chr.). Het eerste is hier. In het elfde deel behandelde ik hoe de Romeinen Spanje veroverden.]

Scipio stond nu op het toppunt van zijn roem en de Senaat zag die met lede ogen aan. De jonge consul was te machtig voor het republikeinse staatsbestel. Toen hij zei dat hij naar Afrika wilde oversteken om de Karthagers daar te bestrijden, wezen de senatoren dat af, al stemden ze in met een vredesverdrag met koning Filippos, waardoor de weinige troepen die aan de oorlog tegen Macedonië hadden deelgenomen, elders konden worden ingezet. Ook stemde de Senaat ermee in dat Scipio de provincie Sicilië kreeg toegewezen en de bevoegdheid kreeg op eigen kosten een vloot uit te rusten. Vanuit noordelijk en centraal-Italië stroomden de vrijwilligers toe en opnieuw verlustigt Livius zich in een opsomming van wat de verschillende steden toezegden. Het charisma van Scipio was sterker dan het traditionele gezag van de Romeinse overheid.

Lees verder “De Tweede Punische Oorlog (12)”

De Tweede Punische Oorlog (11): Spanje

Iberische soldaten, zoals ze in de Tweede Punische Oorlog vochten, op een een kruik uit Catalonië (Museu d’Arqueologia de Catalunya, Barcelona)

[Dit is de elfde aflevering van een feuilleton over de Tweede Punische Oorlog (218-201 v.Chr.). Het eerste is hier. In het laatste stukje van gisteren verkeerde de strijd in een impasse en diende de jonge Romeinse generaal Scipio zich aan.]

De Romeinen hadden sinds de dood van Scipio’s vader in Spanje terrein moeten prijsgegeven, maar beheersten nog altijd het gebied benoorden de Ebro. Bovendien waren ze goed getraind. Elders op het Iberische schiereiland waren drie Karthaagse legers actief en de jonge generaal begreep dat hij niet moest wachten tot die zich tegen hem verenigden.

Het geluk lachte hem toe. De Karthaagse strijdkrachten bevonden zich ver van hun hoofdstad, Nieuw Karthago (het huidige Cartagena), en de jonge generaal liet zijn soldaten daar in zeven dagen naartoe marcheren: zeven dagmarsen van vijfenzestig kilometer. Er bestaan parallellen, maar ze zijn zeldzaam en de legionairs zouden het wellicht niet hebben gedaan als Scipio hun niet had verteld dat droomgezichten hem succes hadden voorspeld en dat hij mocht rekenen op de zeegod Neptunus. In zeven dagen presteerden de mannen het bijna onmogelijke. De Karthaagse commandant Mago was totaal verrast.

Lees verder “De Tweede Punische Oorlog (11): Spanje”

De Tweede Punische Oorlog (10)

De stadsmuren van Syracuse

[Dit is het tiende stukje in een reeks over de Tweede Punische Oorlog (218-201 v.Chr.). Het eerste is hier. In het negende deel behandelde ik de diplomatieke situatie na de Karthaagse overwinning bij Cannae.]

De Romeinen heroverden Syracuse in 212, hoewel de beroemde ingenieur Archimedes de Syracusanen bijstond met de grootste blijden die ooit waren gemaakt. (De beroemde anekdote dat hij met behulp van brandspiegels Romeinse schepen in brand wist te steken, is een sprookje.) Een jaar later viel ook Hannibals belangrijkste stad in Italië, Capua, hoewel Hannibal nog probeerde de aandacht af te leiden met een opmars richting Rome. Omdat die stad, zoals we al zagen, niet in te nemen viel, hoefden de Romeinen niet in paniek te raken en ze wachtten geduldig de capitulatie van Capua af.

Alleen in Spanje verliep de oorlog in Karthaags voordeel doordat de inheemse stammen zich afwendden van Rome en partij kozen voor hun oude meesters. Daardoor konden de Karthagers de legioenen terugdringen naar Catalonië. Al met al was de oorlog enigszins in balans gekomen en was alles nog mogelijk.

Lees verder “De Tweede Punische Oorlog (10)”

De Tweede Punische Oorlog (9)

De stadsmuur die Rome tijdens de Tweede Punische Oorlog beschermde

[Dit is het negende stukje in een reeks over de Tweede Punische Oorlog (218-201 v.Chr.). Het eerste is hier. In het achtste deel lazen we hoe de Karthaagse generaal Hannibal de Romeinen versloeg bij Cannae.]

Na de veldslag bij Cannae, zo vertelt Livius, vergaderden de Karthaagse commandanten, en de meesten waren het erover eens dat het leger eerst een dag mocht uitrusten. De aanvoerder van de cavalerie, Maharbal, dacht er anders over: als de overwinnaars nu op Rome marcheerden, zouden ze over vijf dagen dineren op het Capitool. Toen Hannibal aarzelde, repliceerde Maharbal dat de goden nooit alles aan één mens gaven en dat Hannibal beter wist hoe een veldslag te winnen dan te benutten. “Velen geloven dat het uitstel op die dag de redding heeft betekend van Rome en het Romeinse Rijk,” meende Livius.

Lees verder “De Tweede Punische Oorlog (9)”

De Tweede Punische Oorlog (8): Cannae

Cannae

[Dit is het achtste stukje in een reeks over de Tweede Punische Oorlog (218-201 v.Chr.). Het eerste is hier. In het zevende deel lazen we hoe de Romeinen zich opmaakten de Karthaagse generaal Hannibal beslissend te verslaan bij Cannae.]

Onze twee voornaamste bronnen, Polybios en Livius, presenteren Varro als de onbesuisde generaal en de aristocraat Paullus als zijn bedachtzame collega. Zulke karakteriseringen van niet-aristocraten en heren van stand zijn in de Romeinse literatuur gebruikelijk. Bij Livius moet deze presentatie de verklaring bieden voor de nederlaag. Niet het Romeinse leger en de Romeinse aristocratie hadden gefaald, maar de overmoedige Varro. (Op dezelfde wijze zou de nederlaag bij het Trasimeense Meer, waarover we het gisteren hadden, te wijten zijn geweest aan de onbezonnenheid van Flaminius.)

Het is maar de vraag of de verschillen tussen de twee consuls bij Cannae echt zo groot zijn geweest. Het was de verondersteld bedachtzame Paullus die ervoor koos Hannibal te benaderen over de kustvlakte, in plaats van de veiliger route door het binnenland te nemen, en het was de verondersteld onbesuisde Varro die op de vierde dag zijn tijd beidde. Dat laatstgenoemde uiteindelijk zou komen gelden als hoofdschuldige, zegt vermoedelijk veel over het heersende klimaat na de vernietiging van het leger. Als Rome ooit nog troepen op de been wilde brengen, was het beter er niet aan te herinneren dat rekruten niet tegen professionals waren opgewassen. Dat element werd daarom achterwege gelaten in de officiële rapporten, en dus moest de fout liggen bij de generaals. Dus kreeg Varro als enige de schuld. Zijn strijdplan was echter goed genoeg, zo lezen we bij Livius:

Lees verder “De Tweede Punische Oorlog (8): Cannae”