Cornucopia

Een vrouw uit Gandara met een cornucopia (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Onlangs zag ik in de supermarkt hoeveel soorten olijfolie leverbaar waren, en toen dacht ik aan overvloed en aan de “hoorn des overvloeds”: de cornucopia. Dit oude mythologische symbool is vanaf de Renaissance gedegradeerd tot decoratie, maar het bezit een diepere betekenis. Maar eerst de mythe.

Geitenhoorn

Over het ontstaan van de “hoorn des overvloeds” is weinig discussie. Hij stamt uit de Grieks-Romeinse mythologie. Het Latijnse cornucopia is een samentrekking van de woorden cornu (hoorn) en copia (voorraad) en het voorwerp heette in het oorspronkelijke Grieks Keras Amaltheias, de “hoorn van Amaltheia”. Dat was de geit die de jonge oppergod Zeus voorzag van melk. Toen één van haar hoorns afbrak vulde Zeus deze met allerlei rijkdommen en gaf hem aan de godin Tyche, de menselijke fortuin. Naast het roer (als richtinggever van het menselijk bestaan) en het “rad van fortuin” is de cornucopia een van de goddelijke attributen van Vrouwe Fortuna.

Lees verder “Cornucopia”

Polybios (5): De verloren tekst

Een modern beeld van Polybios in Megalopolis.

[Slot van een korte reeks over Polybios van Megalopolis. Het eerste deel was hier.]

Na het einde van zijn internering reisde Polybios veel. Hij bezocht de Karthaagse steden in de Maghreb en Marokko en waagde zich zelfs op de Oceaan. Hij bezocht Alexandrië en Sardes. In 133 v.Chr. was hij aanwezig bij het beleg van Numantia in Iberië. Bij een andere gelegenheid trok hij over de Alpen, waarbij hij keek of hij kon zien hoe Hannibal deze bergen was overgestoken. Dat wil overigens niet zeggen dat zijn verslag van die Alpentocht een eigen, op autopsie gebaseerde schepping is. Hij vat een oudere bron samen die ook door zijn Romeinse collega-geschiedschrijver Titus Livius wordt samengevat.

Polybios’ Alpentocht is echter opmerkelijk. Een van zijn grootste verdiensten is dat hij de landen die hij beschrijft ook werkelijk heeft gezien. (Dat spreekt nog altijd niet vanzelf.) Hij wist bovendien, net als bijvoorbeeld Xenofon, wat het was om een legeronderdeel te commanderen. Zijn uitleg over de superioriteit van een legioen ten opzichte van de falanx, die ik hier citeerde, is voorbeeldig. Ook streefde hij ernaar de mensen te interviewen die bij de gebeurtenissen betrokken waren geweest. Hij memoires en andere publicaties en consulteerde archieven. Net als zijn tijdgenoot, de auteur van 2 Makkabeeën, citeert Polybios uit verdragen, waarbij hij onhandige stijlbreuken accepteert. Stijl was minder belangrijk dan waarheid.

Lees verder “Polybios (5): De verloren tekst”

Polybios (4): Romes succes

Polybios benadrukt de rol van Tyche (Vaticaanse Musea, Rome)

[Vierde deel in een korte reeks over Polybios van Megalopolis. Het eerste deel was hier.]

Het was gemakkelijk te begrijpen waarom naties floreerden: de belangrijkste (maar niet de enige) verklarende factor was hun staatsbestel. Althans, zo zag Polybios het. Hij legt het uit in zijn fascinerende zesde boek, dat het verhaal over de Tweede Punische Oorlog onderbreekt. Na de Romeinse nederlagen bij het Trasimeense Meer en Cannae en na het verdrag tussen Hannibal en Macedonië, had Rome’s fortuin zijn dieptepunt bereikt, maar de republiek zou zich hernemen en de oorlog uiteindelijk winnen. In het zesde boek legt Polybios uit waardoor de Romeinen zich konden herstellen van een reeks rampen die het bestaan van elke andere natie zou hebben beëindigd. Vandaar dat Polybios een beroemde beschrijving van het Romeinse leger biedt en een al even beroemde beschrijving van het functioneren van de republiek.

Het was destijds niet ongewoon om drie soorten staatsbestel te onderscheiden, alsmede hun drie gedegenereerde tegenhangers:

  • monarchie en despotisme,
  • aristocratie en oligarchie,
  • democratie en ochlocratie (heerschappij door de massa).

Lees verder “Polybios (4): Romes succes”

De Tyche van Antiochië

Kopie van de Tyche van Antiochië (Vaticaanse Musea, Rome)

In het Griekse wereldbeeld was Tyche de personificatie van het geluk van een stad, een volk of een persoon. Volgens de dichter Hesiodos was het een godin en een dochter van Okeanos en Thetys. Twee eeuwen later beweerde Pindaros dat Zeus de vader was van Tyche. De Romeinen zouden de godin Fortuna noemen.

In de hellenistische tijd werd Tyche een steeds belangrijkere – of in elk geval: veel vereerde – godheid. De uitkomst van veel oorlogen leek van niets anders af te hangen dan het grillig toeval. Dichters en verhalenvertellers stelden haar inmiddels voor als de dochter van Hermes en Afrodite, terwijl andere auteurs haar verbonden met de cultus van Nemesis of de Agathos Daimon (“goede geest”). Soms werd ze vergeleken met de Anatolische godin Kybele of de Egyptische Isis.

Lees verder “De Tyche van Antiochië”

Griekse goden

Goden op het Schathuis van de Sifniërs (Delfi)

De Griekse religie behoort tot de beroemdste delen van de antieke cultuur. De namen van de goden en hun beleidsterreinen zijn algemeen bekend. Om die reden begrijp ik niet goed waarom het eerstejaars-handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, een overzichtstabel bevat. Wie heeft die nodig? Wie een letterenstudie gaat doen, weet wel dat Artemis gaat over de jacht en dat de zee ressorteert onder Poseidon. Een eerstejaars-handboek, dat dus wordt gebruikt in het onderwijs, dat het desondanks uitlegt, onderschat het niveau van de lezer. Dat is jammer. De didactische handeling komt er immers op neer dat je, als je iemand niet net bóven zijn niveau aanspreekt, dan toch aanspreekt óp zijn niveau.

Ter zake. De enorme bekendheid is wat problematisch. Althans, ik ervaar het als ingewikkeld. Naarmate ik langer met de Oudheid bezig ben, begrijp ik minder van de antieke religies. Vandaag dus een stukje over onduidelijkheden en onzekerheden, vooral ingegeven doordat ik almaar niet los kom van dat algemeen bekende standaardbeeld.

Lees verder “Griekse goden”