[Eerder dit jaar overleed Hans Overduin, die me een groot aantal blogs naliet over volkscultuur, een onderwerp waar hij graag over vertelde. Hij schreef ook twee stukjes waarin hij uitlegde wat de wetenschappelijke bestudering van de volkscultuur inhield. Vandaag het eerste van die twee blogjes; morgen het tweede.]
Anders dan eerbiedwaardige disciplines als wiskunde en astronomie, is de bestudering van de volkscultuur een jonge wetenschap. Ze is eigenlijk pas in de tweede helft van de vorige eeuw tot wasdom is gekomen. Dat ging gepaard met vallen en opstaan, waarbij fouten werden gemaakt waar we nog steeds last van ondervinden. Die fouten zijn op zich ook weer spannende materie. Ik ken wetenschappers wier dag je kunt verknallen door in verband met de volkscultuur de term “Germanen” te laten vallen.
[Dit is het derde van vier door Hans Overduin geschreven blogjes over de Notre-Dame van Parijs. Het eerste was hier.]
Een blog over de Notre-Dame zou incompleet zijn zonder een paar opmerkingen over de spookverhalen in en rond de Parijse kathedraal. Ter zake dus, en dan beginnen we met het boek dat (mede) aanleiding was tot alle gespook.
Quasimodo
Rond 1830 verkeerde de kerk in een dermate deplorabele staat – vooral het interieur – dat de Parijzenaars overwogen de kerk maar af te breken. Met de publicatie van de roman Notre-Dame de Paris (1831) van Victor Hugo, in de Nederlandse vertaling bekend onder de titel De klokkenluider van de Notre Dame, kwam de kerk echter dermate in het middelpunt van de belangstelling te staan dat koning Louis Philippe besloot de kathedraal te laten restaureren.
Het overbekende boek biedt een accuraat portret van het middeleeuwse Parijs, zoals men zich dat voor de geest haalde in de vroege negentiende eeuw. Met verwijzingen naar de eigen tijd. Het is namelijk aannemelijk dat het fictieve personage van Quasimodo is geïnspireerd op een gebochelde steenhouwer die rond 1820 werkzaamheden aan de kathedraal zou hebben verricht en die Hugo persoonlijk gekend zou hebben. De man zou als kluizenaar hebben geleefd en bekend hebben gestaan als Monsieur Le Bossu, “de gebochelde”.
Een paar decennia geleden waaiden enkele feesten naar ons over vanaf de andere kant van de Atlantische Oceaan: Valentijnsdag en Halloween. Migranten hadden eerder deze feestdagen de andere kant op meegenomen. Kort door de bocht kun je stellen dat de Amerikanen feesten voor ons hebben behouden en bewaard. Althans voor de Nederlanders, want elders in Europa zijn deze feesten nooit weggeweest.
Met name Halloween is behoorlijk misvormd tot ons gekomen. Of, positiever gezegd, in een ontwikkelingsfase waarbij speelsheid en commercie overheersen. Behoudende christelijke gemeenschappen hebben zich, ongehinderd door enige kennis, inmiddels tegen Halloween gekant, veronderstellend dat het een orgie van hekserij, magie en dood zou zijn. En dat is jammer, want de oorsprong van Halloween verraadt heel andere intenties. En omdat het over ruim drie weken weer zover is, en omdat de media ongetwijfeld flauwekul gaan rondbazuinen, zal ik proactief wat betere informatie bieden. Want Halloween is een intrigerend brok Keltische volkscultuur.
De abdij van Heisterbach, aan de voet van het Zevengebergte in het Rijnland, zal wel voor eeuwig geassocieerd worden met een van de middeleeuwse bewoners: Caesarius, die u moet plaatsen tussen 1180 en 1240. Ten behoeve van zijn novicen noteerde hij tal van stichtelijke anekdotes (exempelen), die vaak over het kloosterleven gaan, maar even zo vaak over het dagelijks leven buiten de abdij. Caesarius van Heisterbach maakte visitatiereizen door onder meer de toenmalige Nederlanden, waar hij allerlei verhalen optekende over wonderen, visioenen en verschijningen.
Zoals we straks zullen lezen, ging hij nauwkeurig te werk. Hij had de intentie de historische werkelijkheid vast te leggen. Kortom: we hebben hier te maken met één van de schaarse schriftelijke middeleeuwse bronnen van Nederlandse volkscultuur.
Een paar dagen geleden bezocht ik het Bardomuseum in Tunis. Dat het museum is gevestigd in het paleis van de Ottomaanse onderkoning, de bey, zie je aan het feit dat boven veel deuren de Turkse maansikkel is afgebeeld. Alleen is die een kwart slag gedraaid, waardoor het symbool wat lijkt op een hoefijzer. Ineens bedacht ik dat ik niet wist waarom we in Nederland hoefijzers boven de deur hangen. En ik miste Hans Overduin.
Die zou het wel hebben geweten. Hij zou er zeker een stukje over hebben geschreven op de website Sargasso. Gedurende ruim vijf jaar – om precies te zijn: van maart 2018 tot en met september 2023 – publiceerde hij daar 129 stukjes. Of eigenlijk 130, want de redactie heeft een ervan, dat Hans’ veelzijdigheid mooi illustreerde, opnieuw gepubliceerd nadat hij op vrijdag 19 april overleed.
Barlaam en Josafat op een twaalfde-eeuwse Byzantijnse miniatuur.
Vorige week is Hans Overduin overleden, de auteur van allerlei stukken op deze blog. Bescheiden als hij was, stelde hij geen prijs op een necrologie. Het onderstaande stuk illustreert echter zijn brede belangstelling voor volkscultuur, religie, de Middeleeuwen, ja eigenlijk alles wat op zijn pad kwam.
***
Prins Siddhartha Gautama, de historische figuur waar het boeddhisme op gebaseerd is, leefde een kleine vijfhonderd jaar vóór Jezus van Nazareth in het huidige India. Na zijn dood werden al snel biografieën opgetekend die onderling de nodige verschillen vertoonden maar altijd drie elementen bevatten:
een profetie van astrologen die voorspelden dat Siddhartha óf een groot koning óf een grote heilige zou worden (waarna zijn vader hem opsloot in het paleis),
de tijdelijke ontsnapping uit het isolement op zijn negenentwintigste jaar, waarbij de prins tijdens een rijtoer een oude man, een zieke man en een dode man zag en aldus werd geconfronteerd met het leed dat zijn vader al die tijd voor hem verborgen had gehouden,
de poging van hofdames om hem te verleiden en hem van het spirituele pad af te houden.
Deze elementen komen ook voor in een van de populairste legenden uit de Middeleeuwen, het verhaal van Barlaam en Josafat. Het duurde echter tot de opkomst van de indologie, tot Europese geleerden in de gaten kregen dat de christelijke legende gebaseerd moest zijn op de biografie van Boeddha. De ontdekker was de Franse geleerde Edouard de Laboulaye (1859).
Wie Heerlen associeert met het Romeinse verleden, denkt uiteraard eerst aan het Romeinse badhuis: een van de grootste ruïnes uit de Romeinse tijd, sinds 1977 te zien in het Thermenmuseum. Minder bekend is de Hessenberg, in de twintigste eeuw verbasterd tot Heksenberg, een heuvel van 138,2 meter boven NAP in het zuidwestelijke deel van de Brunssummerheide die ongeveer vijfentwintig meter boven zijn omgeving uitsteekt. Het is de hoogste heuvel uit de omgeving, vlakbij de huidige woonwijk Heksenberg. Vanwege de hoogte van de heuvel is de top gebruikt voor het maken van geografische kaarten.
De Brunssummerheide ligt tussen Heerlen en de Duits-Nederlandse grens, en vormde in de vijftiende eeuw een woest en onherbergzaam bos- en heidegebied. Je kunt hierbij direct al de vraag stellen in hoeverre dit landschap de volkscultuur heeft beïnvloed, maar laten we niet op de zaken vooruitlopen.
Een tijdje geleden plaatste Dieter Verhofstadt hier een mooi vierdelig artikel over het Ros Beiaard. Sindsdien ben ik erop gespitst en ik heb het edele dier al op verschillende plekken gezien. Het mooiste vond ik het taxibedrijf uit Brussel dat was gespecialiseerd in het vervoer van kinderen van en naar school. In Dinant zag ik vorige week de enorme rots die Beiaard ooit met een enkele hoeftrap had doen splijten.
[Derde van vier door Dieter Verhofstadt geschreven stukken over de legende van het Ros Beiaard en de Vier Heemskinderen. Het eerste deel was hier.]
De Dendermondenaren hebben de legende niet alleen gerecupereerd maar uitvergroot tot een weerkerend spektakel dat vandaag de identiteit van de stad en haar inwoners uitmaakt. Dendermonde IS de Ros Beiaardstad. Het is dus moeilijk, zeker voor een Dendermondenaar, te aanvaarden dat het eigenlijk gaat om een wijde Europese traditie met wortels in Frankrijk, met name de Maasvallei en de Ardennen. Er valt echter niet aan te ontkomen als men die streek verkent.
Bogny-sur-Meuse
Het meest tot de verbeelding sprekende landschapskenmerk zijn de vier heuveltoppen op een rij in Bogny-sur-Meuse, iets ten noorden van Charleville-Mézières. Of die heuveltoppen de inspiratie hebben gevormd voor de legende is niet geweten, noch zijn de vier broers in enige variant versteend. Op die heuvelrij staat niettemin een standbeeld van het Ros Beiaard en de Vier Heemskinderen, met een folkloristische wandeling waar de mythe wordt naverteld. Op diezelfde plek bevinden zich de ruïnes van het kasteel Regnault, dat historisch gezien eigendom was van Hughes van Réthel, maar dat een evidente kandidaat is voor het mythische kasteel Montessor. De wijk beneden de ruïnes heet overigens Château-Regnault. Aan de overkant van de Maas ligt de site l’Ermitage, waar Malegijs zijn laatste jaren zou hebben doorgebracht als kluizenaar. Niet ver daar vandaan vindt men nog ruïnes, die van het kasteel van Waridon. De naam is hier opvallend gelijkend met “Oridon”, een Ardens kasteel dat vaak voorkomt in Middeleeuwse gedichten. Dit zou een andere inspiratie kunnen geweest zijn voor Montessor.
De waterval bij Afqa, bron van de rivier de Adonis.
We moeten het eens over Adonis hebben. Maar u weet het: oudheidkundigen hebben altijd te weinig informatie. Dataschaarste is wat de oudheidkunde onderscheidt van andere wetenschappen. Leren denken over wat je weten kunt als je te weinig gegevens hebt, is de voornaamste vaardigheid die het vak biedt. En vaak weet de oudheidkundige helemaal niets. Of bijna niets.
Romeinse mythe
Zoals bij de mythe van Adonis. De naam is onmiskenbaar Semitisch – Adon betekent zoiets als “heer” – maar over de oudste, Fenicische mythe valt weinig te weten. We moeten tot de Romeinse tijd wachten eer we een bron hebben. Dat is de dichter Ovidius, die leefde aan het begin van onze jaartelling. In zijn Metamorfosen vertelt hij dat Adonis een knappe jager was die de aandacht trok van de godin Venus. Tot haar verdriet doodde een everzwijn haar minnaar, uit wiens bloed de anemoon was ontstaan.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.