Wilhelmus

Willem van Oranje (Schuberstraat 1, Amsterdam)

Een storm in een glas water. De burgemeester van Zutphen, zo meldt de krant voor wakker Nederland, heeft bezwaar tegen het zingen van het zesde couplet van het Wilhelmus (dat toch al nauwelijks wordt gezongen) omdat het een religieuze inslag heeft. Ik voor mij vind het wat al te principieel, maar het lijkt me wel een respectabel standpunt.

Jammer, ondertussen, dat er nu over ons volkslied wordt gediscussieerd, want de tekst ervan is gewoon mooi. Het is geen Holland Holland boven alles, het is geen adoratie van de driekleur, het is geen oproep om met onzuiver bloed de akkers te bevloeien, maar een behoorlijk rebelse tekst. Willem de Zwijger beschrijft hoe hij steeds naar eer en geweten heeft gehandeld, dat het wanbeleid van de boven hem gestelde (den Coninck van Hispaengien) hem heeft gedwongen zich te verzetten en dat hij bereid is geweest daarvoor een hoge prijs te betalen – zijn broer Adolf was gesneuveld – omdat hij van mening was dat hij dit verplicht was aan zijn “ondersaten”.

Lees verder “Wilhelmus” →

Effectief goropiseren

“Antwerpen” komt van “hand werpen”, iedereen weet dat.

Johannes Goropius Becanus (1519-1572) was een van die briljante geleerden uit de late Renaissance: hij was niet alleen arts, maar ook letterkundige en taalkundige. Een homo universalis in de beste zin van het woord. Helaas stond de taalkunde destijds nog in haar kinderschoenen, en dat heeft de reputatie van Goropius geen goed gedaan.

Ook grote geleerden hielden er destijds de wonderlijkste taalkundige ideeën op na. Zo opperde Hugo de Groot dat Amerika was gekoloniseerd vanuit een Germaanssprekend gebied, aangezien veel Azteekse plaatsnamen uitgingen op /-lan/, wat zou zijn afgeleid van /-land/. Meer over De Groot hier.

Lees verder “Effectief goropiseren” →

De Val van Icarus

Pieter Bruegel, Landschap met de Val van Icarus (Museum voor Schone Kunsten, Brussel)

“Over het lijden zaten ze er nooit naast, de Oude Meesters”, zoals Auden schreef over een van ’s werelds mooiste schilderijen. Maar museumconservatoren kunnen er behoorlijk naast zitten: ik lees net dat is gebleken dat “De Val van Icarus” niet is geschilderd door Pieter Bruegel. Dat hebben onderzoekers vastgesteld, maar veel details worden niet gegeven. Het berichtje in De Morgen bevat alleen de conclusie: “Materiaalonderzoek toont onder meer aan dat … het originele doek van rond 1600 dateert. Bruegel stierf in 1569.”

Gek genoeg verandert dat iets, zoals het ook uitmaakt dat “De Man met de Gouden Helm” niet is geschilderd door Rembrandt. Welbeschouwd zou het met schilderijen zo moeten zijn als met romans, dat het niet uitmaakt wie de maker is, maar ik voor mij ervaar dat anders. Bizar.

Lees verder “De Val van Icarus” →

De grootste geleerde van Nederland

Scaliger (Museum Martena, Franeker)

Sommigen zullen Stevin, Huygens, Boerhave, Van der Waals of Brouwer de grootste geleerde noemen die ooit in Nederland leefde, maar ik denk eerlijk gezegd dat de totaal vergeten Joseph Justus Scaliger (1540-1609) nog net een tikje belangrijker was.

Zijn oeuvre is, net als dat van de apostel Paulus, te vergelijken met een tijdbom: in beide gevallen gaat het om ogenschijnlijk eenvoudige innovaties die pas na enige tijd leidden tot een explosie van vrijheid. In het geval van Paulus gaat het om de simpele constatering dat alle christenen onderling gelijk moeten zijn, een constatering die in de christelijke tijd steeds weer werd herhaald en eerst leidde tot verbetering van de positie van slaven en uiteindelijk tot het einde van de slavernij. De Leidse geleerde Scaliger hield zich bezig met de chronologie van de Oudheid, maakte een einde aan het autoriteitsgeloof en ontketende de secularisering van het wereldbeeld.

Lees verder “De grootste geleerde van Nederland” →

Kapitalisme

Een zestiende-eeuwse munt als gevelsteen (Zandhoek 14, Amsterdam)

In de Middeleeuwen gold het maken van winst als zondig. De scholastieke filosofen wezen erop dat het niet te rechtvaardigen is dat iemand die bijvoorbeeld een brood over heeft, aan een hongerende voor dat brood geld vraagt. (Vandaar dat de kerk leerde dat het armen was toegestaan brood te stelen.) Hoe de koopman, die toch weinig kwaads in de zin had, in de hemel kon komen, was een berucht filosofisch probleem.

De grote reformator Johannes Calvijn (1509-1564) negeerde het in zijn moraaltheologische geschriften: hij ging er niet van uit dat handel gerechtvaardigd moest worden, maar zocht naar wegen om de schadelijke effecten te beperken. Dit maakte de weg vrij voor het kapitalisme. Toen het Calvinisme tegen het einde van de zestiende eeuw voet aan de grond kreeg in de Lage Landen, ontstond daar de eerste zuiver kapitalistische economie.

Lees verder “Kapitalisme” →