Hunebed van de dag: D31 (Exloo-Zuid)

Hunebed D31 bij Exloo

Laten we er geen doekjes om winden: één hunebed moet het minst interessante zijn en ik denk dat het hunebed D31 is. Het ligt even ten zuiden van Exloo op een helling in het bos. De aanzet van de dekheuvel die er ooit overheen lag, zou nog herkenbaar zijn maar ik heb die zelf niet herkend.

Het grafmonument is niet groot: zeven meter lang en 3¼ meter breed. Ik kan zelf geen hunebed bouwen. Ik ben nooit verder gekomen dan in Archeon duwen tegen zo’n rolling stone. Dus ik doe het de hunebedbouwers allemaal niet na, maar toch, om eerlijk te zijn, daar bij Exloo maakten ze zich er wat makkelijk vanaf. En inmiddels is dit prehistorische monument ook nogal beschadigd. Wetenschappelijk onderzoek van de kelder is vooralsnog achterwege gebleven. Herman Clerinx typeert het in Een paleis voor de doden als ruïne.

Lees verder “Hunebed van de dag: D31 (Exloo-Zuid)” →

Hunebed van de dag: D30 (Exloo-Noord)

Hunebed D30 bij Exloo

Het op tweeëntwintig na zuidelijkste hunebed in Nederland, hunebed D30, staat ook bekend als Exloo-Noord. In 1918, toen Albert van Giffen hier het eerste wetenschappelijk onderzoek verrichtte, was de dekheuvel er nog. De begrenzing is nog te herkennen aan de kransstenen.

Van de dekheuvel is vastgesteld dat die in twee fasen is aangebracht. De eerste fase stamt uit de tijd van de hunebedbouwers zelf, dus uit het Neolithicum. De tweede fase is uit de Bronstijd – meer precies ten tijde van de Wikkeldraadcultuur – en mogen we plaatsen tussen 2100 en 1800 v.Chr. Dat betekent, zoals zo vaak, dat deze plek in gebruik is gebleven na de bouw van het grafmonument. De mensen in de omgeving bleven er steeds teruggekomen.

Lees verder “Hunebed van de dag: D30 (Exloo-Noord)” →

Hunebedden van de dag: D28 en D29 (Buinen)

De hunebedden D28 (vooraan) en D29

Ik zal niet snel zeggen dat dit of dat hunebed mijn enige favoriet is. Ook een kleine stapel zwerfkeien heeft charmes, zeker als je na een fietstochtje je bestemming vindt. Maar ik heb een zwak voor de hunebedden D28 en D29. Ze liggen in een klein bosje halverwege Borger en Buinen. Een foto die ik er van de bomen maakte – mooi zacht licht, een vermoeden van regen – dient op mijn computer als bureaublad.

Niet dat de hunebedden D28 en D29 zo speciaal zijn. Het bezoek was echter zo’n zeldzaam moment van harmonie. Alles klopte even. En dat is eigenlijk het grotere doel van mijn fietstochtjes: de landschappen van Drenthe zijn, als ik een cliché mag slaken en negeren dat ik vlakbij de N374 stond, vaak zo sereen dat je even weggetrokken bent uit het jachtige hier en nu. De hunebedden zelf zijn al even tijdloos. Anderen mogen houden van de gezellige drukte van een festival, maar ik zoek rust. (Ik bedenk ineens dat toen ik als dienstplichtige naar de kazerne moest, ik reisde in het goederencompartiment van de trein om niet te hoeven luisteren naar gesprekken.) Als ik werk zou kunnen vinden in Drenthe, zou ik de verhuizing serieus overwegen.

Lees verder “Hunebedden van de dag: D28 en D29 (Buinen)” →

Hunebed van de dag: D26 (Drouwenerveld)

Hunebed D26 bij Drouwen

Het op zevenentwintig na noordelijkste hunebed in Nederland, uiteraard als we het nep-hunebed bij Gasselte niet meetellen, ligt te zuidwesten van Drouwen, ongeveer op dezelfde breedte als de hunebedden bij Bronneger: het groepje D22 en D21 en het drietal D23, D24 en D25. Je krijgt de indruk dat hier in de tijd van de hunebedbouwers een doorgaande weg was die vanuit Grolloo naar het oosten liep, in de richting van de monding van een beekje dat bij Bronneger van de Hondsrug neer kwam stromen.

Met een lengte van twaalf meter en een breedte van 3¾ meter is dit grafmonument middelmatig groot. De kransstenen zijn nog zichtbaar.

Lees verder “Hunebed van de dag: D26 (Drouwenerveld)” →

Hunebedden van de dag: D23 en D24 en D25 (Bronneger)

D23 en D24 en D25 liggen vlak bij elkaar bij Bronneger. Dit is D23.

Eigenlijk is het natuurlijk best bijzonder, drie hunebedden vlakbij elkaar: D23 en D24 en D25. Zeker als er even verderop nog eens twee liggen. Maar ik zal eerlijk zijn: het deed me niet zoveel toen ik er op een grijs en herfstig langs kwam fietsen. De hunebedbouwers maakten zich er dit keer met een Jantje van Leiden vanaf.

Hunebed D23 (de noordelijkste van het drietal) is zes meter lang en 2¾ meter breed. Hunebed D24 (het zuidwestelijkste) is iets langer en smaller: het meet 6¾ bij 2½ meter. Het derde grafmonument, D25, is het oostelijkste en grootste van het trio: het is 7½ meter lang en ruim 3½ meter breed. Dit hunebed is ook het beste bewaard. De twee andere zijn, zoals Herman Clerinx het verwoordt in Een paleis voor de doden, “niet veel meer dan wat losse keien”. Website Hunebedden.nl noemt het “twee zielige steenhoopjes”.

Lees verder “Hunebedden van de dag: D23 en D24 en D25 (Bronneger)” →

Hunebedden van de dag: D19 en D20 (Drouwen)

Hunebedden D20 en D19 bij Drouwen

De hunebedden van Drouwen staan ook bekend als de “Steenhopen”: een weinig verrassende naam voor twee verrassend mooie grafmonumenten. Ze liggen even ten westen van het dorp, tegen de bosrand, vlakbij een tunneltje onder de N34 Emmen–Eelde.

Tussen de hunebedden en Drouwen ligt, als een open plek in het bos, een oud meertje. Dat zien we wel vaker bij zo’n prehistorisch graf.

Lees verder “Hunebedden van de dag: D19 en D20 (Drouwen)” →

Hunebedden van de dag: D17 en D18 (Rolde)

Hunebed D17 bij Rolde

Even ten noordoosten van het oeroude kerkje van Rolde liggen twee hunebed D17 en hunebed D18. Heel toepasselijk ligt er tussen deze twee monumenten en het kerkje een recenter grafveld. Ik zou er niet van opkijken als iemand nog eens ontdekte dat er ook in de Bronstijd, IJzertijd, Romeinse tijd en Middeleeuwen mensen begraven zijn geweest. Het staat immers van veel hunebedden vast dat ze ook na de tijd van de hunebedbouwers, zoals dat heet, funeraire activiteiten aantrokken. Die strekt zich meestal niet uit tot in de christelijke tijd, maar op die regel kan best een uitzondering bestaan.

Herman Clerinx wijst er in Een paleis voor de doden op dat “in de christelijke Middeleeuwen grafheuvels en hunebedden een slechte reputatie hadden en als duivels werden beschouwd, en daarom moesten verdwijnen”. In Rolde lijken de priesters toch anders gedacht te hebben over het op achttien en negentien na noordelijkste hunebed van Nederland. Misschien is het wel omdat dit tweetal, dat blijkens een landkaart uit 1642 bekendstond als de Reuzenstien bekendstond, “gewoon” werd toegeschreven aan de hunen (giganten). Dat waren niet per se duivels.

Lees verder “Hunebedden van de dag: D17 en D18 (Rolde)” →

Hunebed van de dag: D16 (Balloo)

Hunebed D16 bij Balloo

Toen ik onlangs een gewaardeerde collega vertelde over deze reeks, zei ze me dat ze die hunebedden een beetje saai vond. Ik kon me daar eigenlijk wel iets bij voorstellen. Het lukt me wel om over elk van die prehistorische grafmonumenten iets te vertellen, maar de eigenlijke informatie is zo spectaculair niet. Neem hunebed D16, tussen Assen en Balloo, het op zeventien na noordelijkste hunebed van Nederland. Het is 15½ meter lang en bijna vier meter breed. Aan de lange kant, maar geen ongebruikelijke afmetingen. Het is gebouwd langs een oost-west-as, zoals de meeste hunebedden. Er liggen nog negen dekstenen, er is een portaal en er liggen nog wat stenen in een krans omheen. Kortom: een goed bewaard hunebed zonder noemenswaardige bijzonderheden.

Het bordje met uitleg dat bij elk hunebed staat, vertelt dat de Deense archeoloog Petersen in 1987 in een van de dekstenen van hunebed D16 zes “cup marks” heeft ontdekt die blijkbaar nog niet eerder waren gezien. Cup marks zijn die onbegrepen kuiltjes die ik ook noemde bij hunebed D12 op de Eexteres. Op een andere deksteen zijn er nog eens drie. Misschien dateren ze uit de Bronstijd en dan is het de zoveelste aanwijzing voor wat u inmiddels al weet: dat de hunebedden ook na de tijd van de hunebedbouwers nog werden bezocht en gebruikt.

Lees verder “Hunebed van de dag: D16 (Balloo)” →

Hunebed van de dag: D14 (Eexterhalte)

Hunebed D14 bij Eext

Tot 1975 leidde een spoorlijntje van Assen via de hunebedden bij Rolde (D17 en D18) en het hunebed D14, met een kronkel over Gasselte naar Stadskanaal. Eext lag niet aan die spoorlijn, maar had wel een stationnetje, een half uurtje wandelen bezuiden het dorp. Er liggen nog altijd wat rails en de Eexterhalte bestaat nog als hoofdgebouw van een camping. En even verderop ligt ’s Neêrlands op zestien na noordelijkste hunebed.

Hunebed D14 is enigszins te dateren: het oudste aardewerk stamt uit 3250-3125 v.Chr. Het is een opvallend groot grafmonument, want het is achttien meter lang en 4½ meter breed. Bovendien is het redelijk intact, compleet met kransstenen. Al met al een reden is om er eens langs te gaan. D14 schijnt ooit bekend te zijn geweest als de “dikke stenen”. Een begrijpelijke bijnaam.

Lees verder “Hunebed van de dag: D14 (Eexterhalte)” →

Hunebed van de dag: D13 (Eext)

Hunebed D13 bij Eext

Hunebed D13, het op vijftien na noordelijkste hunebed in Nederland, is ook een van de meest merkwaardige. Het is erg klein: het meet slechts 4¼ bij 3¼ meter en dan rond ik nog naar boven af ook. Het bijzondere is dat het nog in de heuvel ligt die erover is opgetrokken. Een flinke heuvel trouwens, met een doorsnede van een meter of dertig.

Het graf is rond 1735 ontdekt door een Eexter boer die een hol geluid hoorde. Om die reden zou de heuvel ook Klankenberg en Stemberg genoemd zijn geweest, al kan die laatste naam ook een verbastering zijn van Steenberg (vgl. hunebed D1, dat deze naam gaf aan het nabijgelegen dorp Steenbergen). Later is het grafmonument ontdaan van enkele stenen. Zwerfkeien waren immers nuttig voor de versterking van de beschoeiing van de diverse waterwerken. Eén steen was in Eext nog tot 1976 in gebruik als bruggetje. De website Hunebedden.nl voegt toe dat er geruchten gaan over een soortgelijke grote steen bij de kerk van Eext.

Lees verder “Hunebed van de dag: D13 (Eext)” →