Hunebed van de dag: D16 (Balloo)

Hunebed D16 bij Balloo

Toen ik onlangs een gewaardeerde collega vertelde over deze reeks, zei ze me dat ze die hunebedden een beetje saai vond. Ik kon me daar eigenlijk wel iets bij voorstellen. Het lukt me wel om over elk van die prehistorische grafmonumenten iets te vertellen, maar de eigenlijke informatie is zo spectaculair niet. Neem hunebed D16, tussen Assen en Balloo, het op zeventien na noordelijkste hunebed van Nederland. Het is 15½ meter lang en bijna vier meter breed. Aan de lange kant, maar geen ongebruikelijke afmetingen. Het is gebouwd langs een oost-west-as, zoals de meeste hunebedden. Er liggen nog negen dekstenen, er is een portaal en er liggen nog wat stenen in een krans omheen. Kortom: een goed bewaard hunebed zonder noemenswaardige bijzonderheden.

Het bordje met uitleg dat bij elk hunebed staat, vertelt dat de Deense archeoloog Petersen in 1987 in een van de dekstenen van hunebed D16 zes “cup marks” heeft ontdekt die blijkbaar nog niet eerder waren gezien. Cup marks zijn die onbegrepen kuiltjes die ik ook noemde bij hunebed D12 op de Eexteres. Op een andere deksteen zijn er nog eens drie. Misschien dateren ze uit de Bronstijd en dan is het de zoveelste aanwijzing voor wat u inmiddels al weet: dat de hunebedden ook na de tijd van de hunebedbouwers nog werden bezocht en gebruikt.

Er liggen in de buurt van hunebed D16 ook enkele grafheuvels en een Celtic Field. Je komt er langs als je van Assen aan komt fietsen.

Een mooie grafheuvel bij het hunebed van Balloo

En uiteraard is er een meertje. Grappig genoeg staat het niet op oude landkaarten; het is alsof het lange tijd landbouwgrond was en pas recent weer vol water is gezet.

Portaal van Hunebed D16

Ik geef u gelijk als u zegt dat u er eigenlijk niet zoveel mee kunt. Die hunebedden liggen daar maar te dromen in een mooi stukje Drents landschap. Daarom was ik blij dat ik boeken als de Gids voor de hunebedden van Wijnand van der Sanden en Herman Clerinx’ Een paleis voor de doden bij me had. Die geven net wat meer informatie.

Van der Sanden weet bijvoorbeeld dat een deel van de zwerfkeien is te kwalificeren als biotietgraniet, terwijl andere stenen zijn te classificeren als migmatietgneis, Stockholmgraniet, Upplandgraniet of Rapakivi. Dit zijn jargontermen om aan te geven dat het landijs ze in de voorlaatste ijstijd, het Saalien, uit Midden- of Zuidwest-Zweden heeft meegesleept.

Meer weten over de Trechterbekercultuur?

Google Earth: hier. Bezocht op 20 december 2020, fietsend rond Assen.

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]