Kwakgeschiedenis: de Ark

De verkeerde berg is wel erg mooi.

Elke antieke beschaving kende mythen over het ontstaan van de wereld. In het Babylonische scheppingsverhaal werden fasen van opbouw afgewisseld door fasen van verwoesting. Het bekendste voorbeeld van zo’n verwoestingfase is de grote overstroming die een einde maakte aan de pas geschapen mensheid. Alleen de opvarenden van een wonderbaarlijk schip overleefden. Deze populaire mythe werd al in het derde millennium opgeschreven en werd eindeloos doorverteld. Zo kwam ze terecht in Griekenland, op het Arabisch Schiereiland en in Judea, waar het verhaal werd opgenomen in de Bijbel.

Sommige moderne gelovigen hebben zó veel respect voor hun heilige boek, dat ze in het oosten van Turkije op zoek zijn gegaan naar de restanten van het grote schip, de Ark van Noach. James Irwin (1930-1991), de piloot van de maanlander van de Apollo-15, organiseerde verschillende expedities, zonder iets te vinden; Ron Wyatt (1933-1999) claimde meer succes en zou bij andere gelegenheden ook nog de Toren van Babel, Sodom en Gomorra alsmede de Ark van het Verbond hebben weten op te sporen. Zo zijn er miljoenen dollars besteed aan de zoektocht naar een scheepswrak op de berg die tegenwoordig wordt aangeduid als Ararat. En dat is de verkeerde plek. De Bijbel noemt namelijk geen berg met die naam.

De Statenvertaling van de Bijbel is secuur:

De ark rustte in de zevende maand, op den zeventienden dag der maand, op de bergen van Ararat.

Dit Ararat wordt ook elders in de Bijbel genoemd, en dan is er steeds sprake van een landstreek. We kennen die ook uit andere bronnen. Het gebied wordt meestal Urartu genoemd en komt overeen met het huidige Koerdistan. Het misverstand dat Ararat een berg zou zijn, komt voort uit een vergissing in de Latijnse Bijbelvertaling die bekendstaat als de Vulgaat. Deze werd vooral gebruikt in West-Europa, en het waren dan ook westerse reizigers als Marco Polo die als eersten de niet-bestaande bijbelse bergtop identificeerde met de vulkaan die in het Turks ‘Ağrı Dağı’ heet.

Toevallig is bekend welke top men in de Oudheid beschouwde als de plaats waarop de Ark rustte. In de tweede eeuw v.Chr. is de joodse schrijver van het Boek der Jubileeën (5.28) wat specifieker over de landingsplaats, die hij ‘Lubar’ noemt. De ongeveer even oude Dode Zee-rol die bekendstaat als het Genesis-apocryphon vermeldt dat de Ark bleef vastzitten op een van de bergen van Hurarat (=Urartu), en dat Noach daarna afdaalde om een wijngaard te planten op de berg Lubar. De Joodse historicus Flavius Josephus, die omstreeks 90 n.Chr. schreef, citeert de Babylonische auteur Berossos (derde eeuw v.Chr.), die de top ‘Baris’ noemde en deze lokaliseerde in de landstreek die destijds Gordyene heette, het huidige Koerdistan (Joodse oudheden 1.93). Dat staat ook in de Aramese Bijbelvertalingen, waarin ‘het land Ararat’ wordt weergegeven als ‘Qardania’ en ‘Kardu’.

Koerdistan dus. Daar is inderdaad een berg Al-Gudi, tegenover het huidige Cizre, iets ten oosten van de Tigris. Oosterse gelovigen, die zich nooit veel hebben aangetrokken van Latijnse Bijbelvertalingen en westerse topografische identificaties, vereren daar nog altijd het graf van Noach. Zij staan in een traditie die drie millennia ouder is dan Marco Polo.

[Oorspronkelijk opgenomen in Spijkers oplaag water; vergelijk dit]