Collatio Legum (3): Waar, Waarom, Wanneer

Theodosius II (Bodemuseum, Berlijn)

Vorige keer hebben we de tekst van de Collatio onder de loep genomen. We weten vrijwel zeker dat die is gestructureerd aan de hand van de Tien Geboden. We weten ook zeker dat het doel van de compilatie is om de overeenkomsten te laten zien tussen de Mozaïsche en de Romeinse wetten. De identiteit van de collator is moeilijk vast te stellen, maar het lijkt waarschijnlijk dat hij een christen was.

Waar?

Als we op zoek gaan naar waar de Collatio is geschreven, leiden de sporen alle kanten op. De mogelijke verbanden met de  Codex Theodosianus suggereren een oostelijke plaats van oorsprong, maar de overgeleverde handschriften duiken juist op in Italië, Oostenrijk en recent nog Kroatië. Uiteindelijk lijkt Rome zelf de meest waarschijnlijke kandidaat, al is dat eerder een geleerde gok dan een echte vondst.

Lees verder “Collatio Legum (3): Waar, Waarom, Wanneer”

Oost en West

Het missorium van Theodosius, met naast hem Valentinianus II en Arcadius: drie keizers in oost en west (Archeologisch Museum, Mérida)

Het zestiende hoofdstuk van het handboek van De Blois en Van der Spek zou beter in tweeën gesplitst kunnen worden.noot Net als het voorgaande, dat beter verdeeld kan worden in een hoofdstuk over het politieke systeem van de Vroege Keizertijd en een hoofdstuk over sociale, economische en religieuze aspecten. De eerste helft van hoofdstuk zestien zou dan kunnen gaan over de Crisis van de Derde Eeuw tot en met Constantijn, en de tweede helft zou dan de Late Oudheid behandelen.

Periodisering

Een eerste punt is hier dat van de periodisering. De geleerden van de Renaissance introduceerden een drieslag: eerst was er de Oudheid (goed), toen waren er de Middeleeuwen (niet goed) en tot slot was er de Nieuwe Tijd, waarin men aansluiting zocht bij de Oudheid. Die verdeling is sindsdien grotendeels gehandhaafd, maar is uiteraard problematisch. Elke begrenzing schept grensgevallen. De laatste tijd leggen historici vooral de nadruk op de continuïteit van Constantijn tot Karel de Grote en schuiven ze de late Romeinse tijd en de Vroege Middeleeuwen ineen tot een nieuw tijdvak, de Late Oudheid. Daarna beginnen de Arabische en Latijnse bronnen even rijk te stromen als de Griekse en is er definitief een einde gekomen aan de Oudheid, die we definiëren als de tijd waarin we naast de archeologie wel bronnen hebben maar onvoldoende voor echte geschiedschrijving.

Lees verder “Oost en West”

Reptilis: kruipend beest

Een hagedis is een reptiel

Volgens de etymologiebank is een reptiel een “kruipend dier”. Het woord komt van het Latijnse reptilis, dat op zijn beurt afgeleid is van het Latijnse werkwoord repere, “kruipen”. Dat klinkt allemaal heel toepasselijk. We vinden echter geen bewijs voor het bestaan van dit woord in het klassieke Latijn. Het komt dan ook niet voor in woordenboeken van het klassieke Latijn. Hoe kan dat?

Vetus Latina en Vulgaat

We vinden het woord reptilis voor het eerst in vertalingen van de joodse Bijbel, dus pas in de Late Oudheid. De joodse Bijbel is grotendeels in het Hebreeuws geschreven. Al in de Oudheid kenden niet alle joden Hebreeuws meer, daarom ontstond er vanaf de derde eeuw v.Chr. een vertaling in het Grieks, de zogenaamde Septuaginta. Met de komst van het christendom ontstond er behoefte aan een Latijnse vertaling van de Bijbel, en dat gebeurde vanuit het Grieks, de lingua franca van die tijd. Deze vertaling vanuit de Griekse Septuagint wordt de Vetus Latina genoemd.

Lees verder “Reptilis: kruipend beest”

Wat is een “alabastron”?

Albasten flesje (Archeologisch museum, Zadar)

[Het Nieuwe Testament bevat een verhaal over een vrouw die een albasten flesje breekt en de inhoud uitgiet over het hoofd van Jezus. Eh, albast? Is dat geen steensoort? Mijn goede vriend Richard Kroes legt uit hoe het zit.]

***

Bierfles

Soms hebben onopvallende gebruiksvoorwerpen in een antieke tekst – of eigenlijk: elke literaire tekst – een functie. Wij herkennen die functie echter niet altijd omdat we niet dezelfde materiële cultuur hebben als de schrijvers. Gebruiksvoorwerpen verschillen nu eenmaal per cultuur. Daarom herkennen wij niet meteen wat het albasten flesje symboliseert dat de evangelist Marcus vermeldt.

Toen hij in Betanië in het huis van Simon – degene die aan een huidziekte had geleden – aanlag voor de maaltijd, kwam er een vrouw binnen. Ze had een albasten flesje bij zich dat gevuld was met zeer kostbare, zuivere nardusolie. Ze brak het flesje open en goot de olie uit over zijn hoofd. (Marcus 14.3; NBV21)

Lees verder “Wat is een “alabastron”?”

Misverstand: Ararat

James Irwin (links) zocht op de verkeerde berg naar de Ark van Noach

Misverstand: De Ark van Noach liep aan de grond op de berg Ararat

Elke antieke beschaving kende mythen over het ontstaan van de wereld. In het Babylonische scheppingsverhaal Enuma Elisj werden fasen van opbouw afgewisseld door fasen van verwoesting. Het bekendste voorbeeld van zo’n verwoestingfase is de grote overstroming die een einde maakte aan de pas geschapen mensheid. Alleen de opvarenden van een wonderbaarlijk schip overleefden. De populaire mythe werd al in het derde millennium opgeschreven en werd eindeloos doorverteld. Zo kwam ze terecht in Griekenland, op het Arabisch Schiereiland en in Judea, waar het verhaal werd opgenomen in de Bijbel.

Sommige moderne gelovigen hebben zó veel respect voor hun heilige boek, dat ze in het oosten van Turkije op zoek zijn gegaan naar de restanten van het grote schip, de Ark van Noach. James Irwin (1930-1991), de piloot van de maanlander van de Apollo-15, organiseerde verschillende expedities, zonder iets te vinden; Ron Wyatt (1933-1999) claimde meer succes en zou bij andere gelegenheden ook nog de Toren van Babel, Sodom en Gomorra alsmede de Ark van het Verbond hebben weten op te sporen. Zo zijn er miljoenen dollars besteed aan de zoektocht naar een scheepswrak op de berg die tegenwoordig wordt aangeduid als Ararat. En dat is de verkeerde plek. De Bijbel noemt namelijk geen berg met die naam.

Lees verder “Misverstand: Ararat”

Riviergod

De rivier Gichon (Qasr Libya)

Een van de aardige aspecten van de laatantieke kunst is de fusie van oude joodse en christelijke ideeën en klassieke vormen, zoals in het mozaïek hierboven, dat ooit was te zien in het museum van Qasr Libya in het noordoosten van Libië, waar de vondsten lagen uit twee van de kerken van de Byzantijnse stad Theodorias. Hoe de situatie nu is, weet ik niet, maar ik heb niet gehoord van oplaaiend geweld in die regio. Wel over religieus fanatisme, dus het muntje kan beide kanten op zijn gevallen.

Hoe dat ook zij, de kerkmozaïeken tonen het paradijs, met allerlei vogels en vissen, wilde en tamme dieren. Er zijn ook afbeeldingen van schepen die een haven binnenvaren, zoals mensen naar de kerk werden geacht te komen voor hun redding. Er zit ergens een pandoura spelende Orfeus (ofwel Christus, die eveneens afdaalde in de Onderwereld) en middenin is een mooie pauw, wiens staart de wederopstanding symboliseert. Orfeus is, zoals u weet, een klassiek motief; de pauw treffen we in de grafkunst – als ik het wel heb – voor het eerst aan op het mausoleum van keizer Hadrianus in Rome.

Je kunt twee kanten op met dit soort heidens-christelijke cross-overs. Sommige kunsthistorici zeggen: de heidense motieven zijn door de makers niet meer herkend als heidens en waren gewoon een bruikbaar motief. Denk hier ook aan de Babylonische horoscopen met Griekse zonnegod in de synagogen van Galilea. Het andere standpunt is dat je in die dagen heidens én christelijk tegelijk kon zijn. Wie zegt immers dat je slechts één religie tegelijk kunt hebben? Ik denk niet dat deze twee visies elkaar uitsluiten. Het zal allebei wel waar zijn, per stad en per kerkbezoeker verschillend.

Lees verder “Riviergod”

Kwakgeschiedenis: de Ark

De berg waar de Ark van Noach niet liggen kan is wel erg mooi.

Elke antieke beschaving kende mythen over het ontstaan van de wereld. In het Babylonische scheppingsverhaal werden fasen van opbouw afgewisseld door fasen van verwoesting. Het bekendste voorbeeld van zo’n verwoestingfase is de grote overstroming die een einde maakte aan de pas geschapen mensheid. Alleen de opvarenden van een wonderbaarlijk schip overleefden. Deze populaire mythe werd al in het derde millennium opgeschreven en werd eindeloos doorverteld. Zo kwam ze terecht in Griekenland, op het Arabisch Schiereiland en in Judea, waar het verhaal werd opgenomen in de Bijbel.

Sommige moderne gelovigen hebben zó veel respect voor hun heilige boek, dat ze in het oosten van Turkije op zoek zijn gegaan naar de restanten van het grote schip, de Ark van Noach. James Irwin (1930-1991), de piloot van de maanlander van de Apollo-15, organiseerde verschillende expedities, zonder iets te vinden; Ron Wyatt (1933-1999) claimde meer succes en zou bij andere gelegenheden ook nog de Toren van Babel, Sodom en Gomorra alsmede de Ark van het Verbond hebben weten op te sporen. Zo zijn er miljoenen dollars besteed aan de zoektocht naar een scheepswrak op de berg die tegenwoordig wordt aangeduid als Ararat. En dat is de verkeerde plek. De Bijbel noemt namelijk geen berg met die naam.

Lees verder “Kwakgeschiedenis: de Ark”