V Macedonica in Dacië

Trajanus’ monument in Adamclisi

De verdere geschiedenis van V Macedonica volgt die van de andere legioenen uit de regio. Manschappen namen deel aan de oostelijke campagne van keizer Lucius Verus, die tussen 162 en 165 de Parthen versloeg. Bij terugkeer werd het legioen gestationeerd in Potaissa, het huidige Turda in Roemenië. De overplaatsing was noodzakelijk omdat verschillende, zoals de Sarmaten en Quaden, onrustig waren geworden. Keizer Marcus Aurelius bracht bijna tien jaar van zijn regering door aan de Midden-Donau. Vroeg tijdens het bewind van keizer Commodus (r.180-192) voerden Pescennius Niger en Clodius Albinus (beide toekomstige keizers) het bevel over V Macedonië en XIII Gemina. Samen versloegen ze de Sarmaten.

Toen deze oorlog eenmaal tot een goed einde was gebracht, richtten de Romeinen hun aandacht op de Daciërs in het binnenland. Arbeiders van de goudmijnen waren in opstand gekomen en hadden huurlingen in dienst genomen. Toen V Macedonica die had verslagen, kende keizer Commodus het in 185 of 187 de titel Pia Constans (“trouw en betrouwbaar”) of Pia Fidelis (“trouw en loyaal”) toe.

Lees verder “V Macedonica in Dacië”

De Maronitische Wereldkroniek (7) Herakleios

Herakleios en zijn zoon Konstantinos (Staatliche Münzsammlung, München)

[Dit is het zevende van tien blogjes met de vertaling van de Maronitische Wereldkroniek. Een inleiding, literatuur en een waarschuwing de vertaling niet al te letterlijk te nemen, vindt u hier.]

921 SE. ≡ okt.609/sept.610

Vanaf het jaar 921 regeerde Herakleios … zij kwamen af op de stad … voor hen lag de stad …
……
…… en de Romeinen werden verdreven uit de gebieden van Syrië en Egypte, en de Perzen beheersten het twintig jaar lang. Zoiets was al heel lang niet voorgekomen: sinds de Romeinen het hun heerschappij hadden gevestigd, nog vóór de komst van onze Heer Christus, was dit gebied door geen vreemd volk bestuurd. De Romeinen trokken zich volledig terug, tot op de dag van vandaag. Maar eer zij Degene die doet wat Hem behaagt.
Aan het begin van de heerschappij van Herakleios was er een man uit het volk van de Arabieren, wijs in zijn uiterlijk en kennis
……

Lees verder “De Maronitische Wereldkroniek (7) Herakleios”

De Maronitische Wereldkroniek (6) Catastrofe

Justinus II (Bode-Museum, Berlijn)

[Dit is het zesde van tien blogjes met de vertaling van de Maronitische Wereldkroniek. Dit deel, vrijwel zonder lacunes, beschrijft de implosie van het Byzantijnse gezag in de late zesde eeuw. Een inleiding tot deze kroniek, literatuur en een waarschuwing de vertaling niet al te letterlijk te nemen, vindt u hier.]

877 SE. ≡ okt.565/sept.566

In het jaar 877 regeerde Justinus II, een verwant van de eerste. Toen hij aantrad, betoonde hij zijn zorg voor de toestand van de kerken en schreef hij een orthodoxe geloofsbelijdenis. Die bijdrage stuurde hij naar alle provincies en hij beval dat allen die de kerk niet volgden, uit hun positie zouden worden ontheven.
Aan het begin van zijn regering was gedurende een jaar in het noorden iets te zien dat leek op een vuurkolom.

Lees verder “De Maronitische Wereldkroniek (6) Catastrofe”

De Maronitische Wereldkroniek (4) Ariadne

Keizer Leo I (Louvre, Parijs)

[Dit is het vierde van tien blogjes met de vertaling van de Maronitische Wereldkroniek. Dit keer de tijd van 457 tot en met 527 na Chr., toen de keizers Leo I, Zeno I, Anastasius I en Justinus I regeerden over de Romeinse wereld. Een inleiding, literatuur en een waarschuwing de vertaling niet al te letterlijk te nemen, vindt u hier.]

769 SE. ≡ okt.457/sept.458

Tijdens het bewind van Leo vond in het jaar 769 op zondagochtend 14 maart een aardbeving plaats, en viel …

Commentaar

Deze aardbeving wordt ook vermeld in andere bronnen. De Antiocheense auteur Euagrios Scholastikos dateert de ramp op de vooravond van zondag 14 september 458,noot Evagrios, Kerkgeschiedenis 2.12. een datum die ook werkelijk kan bestaan. De samensteller van de Maronitische Wereldkroniek heeft twee dateringssystemen verward, zoals in deze periode wel vaker gebeurde. In de lacune die volgt op bovenstaand zinnetje moet het jaar 770 SE hebben gestaan: Simeon de Styliet overleed op 2 september 459.

Lees verder “De Maronitische Wereldkroniek (4) Ariadne”

Faits divers (48)

Zomaar een foto van Tipasa

Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers. Ik probeer altijd wat eenheid aan te brengen, wat soms lukt en soms niet, maar dit keer zijn de faits divers echt heel divers.

Egypte in Leiden

Eerst wat nieuws uit eigen land, namelijk uit ons eigen Leidse Rijksmuseum van Oudheden: de mooie expositie over het ontdekken van het oude Egypte is tot 3 mei verlengd. “Wegens succes geprolongeerd”, heet zoiets, en de tentoonstelling is inderdaad heel goed bezocht, zonder dat het onprettig druk is. Gaat dat zien dus.

Lees verder “Faits divers (48)”

Manicheeërs in China

Schijf met manichese motieven (Wereldmuseum, Leiden)

Het manicheïsme is een verdwenen godsdienst uit de Late Oudheid. De stichter was de Mesopotamische profeet Mani (216-274 na Chr.), die onderwees dat het universum was verdeeld in twee strijdige kampen, de kwade materiële wereld (“de Duisternis”)  en de goede wereld van de geest (“het Licht”). Dit dualisme deelde het manicheïsme met het Perzische zoroastrisme. Daarnaast accepteerde het elementen uit het neoplatonisme, het rabbijnse jodendom, de gnosis, de hellenistische godsdiensten van Mesopotamië en het vroege christendom. Mani beschouwde zich als de Trooster (Parakleet) die in het Johannes-evangelie wordt aangekondigd.noot Johannes 14.16. Mani kende ook de Indische godsdiensten en er zijn in de manichese geschriften ook boeddhistische elementen aan te wijzen.

Van Mani naar China

Het manicheïsme ontstond in het nog jonge Sassanidische Rijk, geregeerd door een dynastie die als voorvader een belangrijke priester van Anahita had. De eerste koningen waren geen scherpslijpers en kunnen Mani’s opvattingen, die een synthese vormden van alle binnen het rijk bestaande ideeën, hebben beschouwd als nuttig om eenheid te scheppen.

Lees verder “Manicheeërs in China”

Het einde van Valerianus

Valerianus (Archeologisch museum, Izmir)

Een christen zou zijn vijanden lief moeten hebben, maar een christen is ook maar een mens. Neem Lactantius. Kort nadat keizer Galerius in 311 op zijn doodsbed de christenvervolging had beëindigd en nadat diens opvolger Licinius in 313 de christenen compensatie had beloofd voor de door de vervolging toegebrachte schade, publiceerde Lactantius De dood van de vervolgers, waarin hij in geuren en kleuren beschreef hoe de vervolgers aan hun levenseinde waren gekomen. Galerius’ doodsbed zou één lange martelgang zijn geweest, maar Lactantius’ verslag zegt minder over wat er feitelijk gebeurde dan over wat de auteur de vervolger gunde (namelijk hetzelfde lot als jodenvervolger Antiochos IV Epifanesnoot2 Makkabeeën 9.5-9.).

En dan was er keizer Valerianus, die in 253 aan de macht was gekomen in een rijk dat op dat moment in crisis verkeerde. De inflatie gierde de bocht uit. Er waren diverse opstandelingen. De mijnen waren uitgeput. Een gruwelijke epidemie – vermoedelijk iets dat leek op ebola – had al tienduizenden slachtoffers gemaakt. Barbaarse stammen, zoals de Franken en de Goten, braken door. In het oosten was een nieuwe dynastie opgestaan, de Sassaniden uit Perzië, en die was een stuk agressiever dan de eerdere Arsakiden uit Parthen; koning Shapur had Antiochië al geplunderd. De Romeinse wereld leek gedoemd.

Lees verder “Het einde van Valerianus”

De Kushana’s

Een Kushana-prins uit Dalverzintepa (Nationaal Museum, Tasjkent)

Het begint dus in China. Of beter, ten noorden van China. Aan het begin van de tweede eeuw v.Chr. woonden daar twee groepen nomaden. In het noordwesten waren dat de Tochaars-sprekende Yuezhi en in het noordoosten de Xiongnu. En verder was er de eeuwige trek waarmee herdersvolken westwaarts reizen, omdat je dan van het betrekkelijk droge Manchurije en Mongolië naar steeds groenere gebieden reist – over de Altai, naar de Pontische Steppe, naar de Hongaarse poesta.

En dat wil dus zeggen dat de Xiongnu westwaarts trokken en de Yuezhi voor zich uit dreven. In 176 v.Chr. kwam dit proces door een militair conflict in een stroomversnelling en de Yuezhi migreerden via het huidige Kazachstan naar Sogdië, zeg maar het huidige Oezbekistan, waar ze rond 130 v.Chr. aankwamen. Ook vestigden ze zich in Baktrië, het grensgebied tussen Oezbekistan en Afghanistan, aan weerszijden van de rivier de Oxus. Ze woonden hier te midden van een Sogdisch-Baktrisch-Perzisch-Griekse bevolking en namen het Griekse alfabet over. Opgravingen als het Oezbeekse Khalchayan en het Afghaanse Tillya Tepe documenteren het pluriforme karakter van deze wereld.

Lees verder “De Kushana’s”

Wat is een diadeem?

Alexander met een diadeem met ramshoorns (Numismatisch museum, Athene)

Het nadeel van een blog die al bijna veertien jaar loopt, is dat je weleens in herhaling moet vervallen. Ik heb weleens eerder geblogd over diademen, die voornaamste tekens van koninklijke waardigheid in de Oudheid. Zo lepelde ik een keer de mooie anekdote op dat op een dag, toen Alexander de Grote een boottochtje maakte op de Eufraat, zijn diadeem afwaaide en in het moeras belandde, en dat Seleukos die zwemmend ophaalde, waarbij hij de haarband droog hield door die op zijn eigen kruin te plaatsen. Zijn koning beloonde hem én liet hem slaan omdat hij het koninklijk attribuut had gedragen – en achteraf bleek het een voorteken van Seleukos’ koninklijke macht.

Eerst even twee voorlopers. De beroemde wagenmenner van Delfi, een van de indrukwekkendste beelden uit de Oudheid, heeft een inderdaad een haarband; een praktisch ding als je in een vierspan moet racen. Het beroemde, rond 420 v.Chr. door de beeldhouwer Polykleitos vervaardigde beeld van de Diadoumenos toont een jonge atleet die zijn haar aan het binden is – de door Winckelmann gegeven naam is een beetje een misvatting. De diadeem werd pas meer dan een gewone haarband toen de Griekse alleenheersers van Syracuse gouden kransen rond hun hoofd begonnen te binden.

Lees verder “Wat is een diadeem?”

Herakleios (2): de Perzische Campagne

Herakleios verslaat de Perzische koning Khusrau II (Louvre, Parijs)

[Dit is het tweede van vier blogjes over keizer Herakleios, geschreven door Hein van Dolen, classicus, byzantinoloog en tevens de vertaler van Goden en halfgoden. Het eerste was hier.]

In Perzië regeerde Khusrau II de Overwinnaar. Toen hij het gevaar onderkende van Herakleios’ landing in het oosten van de Zwarte Zee, stuurde hij een bode naar zijn generaal Shahrbaraz, die zich aan de overzijde van Constantinopel bevond, met het bericht dat deze zo snel mogelijk met zijn leger moest terugkeren. De bode werd echter onderschept en met een door Herakleios vervalste brief verder gestuurd. Daarin stond dat de generaal moest blijven waar hij was.

De list had succes en in 62 behaalde Herakleios bij de ruïnes van Nineveh de overwinning op de Perzen. De slag had zonder onderbreking elf uur geduurd. Het afgehakte hoofd van de Perzische legeraanvoerder werd op een staak ten toon gesteld midden in het Byzantijnse kamp en er werden achtentwintig Perzische vaandels buitgemaakt. Na al die jaren was de aartsvijand eindelijk verslagen.

Lees verder “Herakleios (2): de Perzische Campagne”