Museum Dorestad heropend (3)

Museum Dorestad

[Derde deel van een blog over het belang van Museum Dorestad in Wijk bij Duurstede. Het eerste was hier.]

Museum Dorestad

De bezoeker zal eerst naar de bovenverdieping klimmen, waar de eerste zaal is gewijd aan de voorgeschiedenis. Naar mijn smaak had daar iets meer aandacht mogen zijn voor de IJzertijd, want de naam “Dorestad” is Keltischduron betekent zoiets als versterking. Het museum begint nu met de Romeinse aanwezigheid bij de splitsing van Rijn en Lek.

De tweede zaal is ingericht als schip. De bezoeker kan meevaren en een film zien over een historische gebeurtenis: een mevrouw Katla heeft ooit van haar moeder opdracht gekregen om aalmoezen te gaan verdelen in Dorestad, en we weten dat ze een lange zeereis heeft gemaakt om daar te komen. Het filmpje toont hoe die reis gegaan kan zijn, hoe Dorestad eruit zag, welke handel er plaatsvond (zoals in slaven) en hoe men er ook feest kon vieren. Heel slim heeft het museum ervoor gekozen er een tekenfilm van te maken; met de computer gegenereerde beelden ogen realistischer, maar ze verouderen snel. Het Katla-filmpje kan nog wel even mee.

Lees verder “Museum Dorestad heropend (3)”

Museum Dorestad heropend (2)

Munt uit Dorestad (Teylersmuseum, Haarlem)

[Tweede deel van een blog over het belang van Museum Dorestad in Wijk bij Duurstede. Het eerste was hier.]

En de Germanen dan?

Hier zijn echter vraagtekens te plaatsen. Al vanaf de vroege zestiende eeuw staan in het Nederlandse geschiedbeeld de Germanen centraal. Het hertogdom Gelre, al snel gevolgd door de Republiek, identificeerde zich met de Bataven; de bewoners van de noordelijke gewesten noemen zich nog altijd Friezen; een krant uit Twente noemt zich Tubantia; tal van gemeentes beschikken over Chamavenstraten, Frankenwegen of Saksenlanen; er is een ware industrie van Batavia’s, Batavi Droogstoppels, Batavus-fietsen en Batavier-bieren.

Vreemd is deze identificatie met het Germaanse verleden niet: het Nederlands stamt immers af van het Frankisch, het christendom kwam hier aan in de Frankische tijd, de oudste laag van onze literatuur stamt uit die tijd en de Rotterdamse havens gaan via Dordrecht terug op – daar zijn we! – het Frankische Dorestad. Nederland wortelt in een Germaans verleden, maar dat verleden heeft een dubbele handicap, namelijk dat het enerzijds moeilijk beleefbaar valt te maken (wie van u bezocht Erve Eme in Zutphen?) en anderzijds nogal unzeitgemäβ is in het zich verenigende Europa.

Lees verder “Museum Dorestad heropend (2)”

Museum Dorestad

Romeinse helm uit Wijk bij Duurstede (Rijkscollectie)

Deze blog bestaat vandaag veertien jaar en dat vier ik met het 500e blogje in onze reeks museumstukken. Dat moet natuurlijk een bijzonder museumstuk zijn, maar het is niet de helm hierboven. Ik blog over het museum waar die helm eigenlijk hoort te zijn, en wellicht nog eens komt. Alleen is dat museum nog niet geopend: het is Museum Dorestad in Wijk bij Duurstede.

Ik blog daarover omdat een museum, waar ze artefacten tonen, ook zelf een artefact is. Ik heb eerder weleens geblogd over de landkaart van Italië die je kunt zien in het Museo della civiltà romana in Rome, en zo kun je ook kijken naar het museum waar de vondsten uit Dorestad te zien zullen zijn. Ik sprak erover met conservator Luit van der Tuuk.

Lees verder “Museum Dorestad”

Vragen rond de jaarwisseling (2)

Een Romeinse dodecaëder (Archeologisch Museum, Zagreb)

Ik nodigde u onlangs uit om vragen te stellen voor het lijstje “Vragen rond de jaarwisseling” van 2024. De eerste zes vragen beantwoordde ik daar; hier zijn er nog eens zes.

7. Is er meer bekend over hoe bijv. Caesar een grote troepenmacht met alle ondersteuning over grote (zee) afstanden kon sturen?

Ik denk dat u dit stuk moet lezen.

8. Was er in de oude wereld een sociale status vereist om deel te nemen aan de eredienst? Kijkend naar de meest populaire godheden in de antieke culturen, zie ik elitaire prioriteiten zoals autoriteit, oorlog en wijsheid. Verraadt dat een bepaalde maatschappelijke structuur?

Lees verder “Vragen rond de jaarwisseling (2)”

De Chauken (2)

Masker uit Middelstum (Museum Wierdenland, Ezinge)

[Tweede deel van een artikel over de Chauken. Het eerste is hier.]

De eerste terpen en wierden zijn ontstaan in de vijfde eeuw v.Chr. Ze werden sindsdien steeds verder verhoogd en vergroot. Stond er aanvankelijk één boerderij, later konden er diverse huizen staan (zoals in Ezinge) of zelfs hele dorpen (bijvoorbeeld Feddersen Wierde). De vergroting was deels doordat de bewoners actief klei neerlegden, maar ook doordat allerlei soorten afval en mest bleven liggen. Dat verklaart waarom terpenaarde zou vruchtbaar is en men in de negentiende en vroege twintigste eeuw de kunstmatige woonheuvels ging afgraven.

Chauken en Romeinen

De eerste keer dat de Chauken in de geschiedenis opduiken, is als de Romeinse generaal Drusus ze onderwerpt. Volgens Cassius Dio, wiens verslag dateert uit de derde eeuw na Chr., gebeurde dit in 12 v.Chr.; Drusus’ tijdgenoot Titus Livius plaatst het een jaar later, maar dit deel van zijn geschiedwerk is alleen over in uittrekselvorm en niet per se betrouwbaar. Enkele jaren later, in 5 na Chr., dwong Drusus’ broer, generaal Tiberius (de latere keizer), de Chauken tot het betalen van een schatting. Velleius Paterculus was ooggetuige:

Lees verder “De Chauken (2)”

De Chauken (1)

Greep van een mes in de vorm van een wagenmenner (Eenum; Gronings Museum, Groningen)

Ik heb weleens vaker geblogd (één, twee) over de beschrijving die de Romeinse auteur Plinius de Oudere gaf van de mensen die woonden op de kunstmatige heuvels langs de Waddenzee. De terpen of wierden verbaasden hem. Hoorde het gebied, onderworpen aan eb en vloed, nu bij het land of bij de zee? Wat waren dat van mensen, die de vrijheid zo lief hadden dat ze zich hadden teruggetrokken in armzalige boerderijen op die heuvels? Waren ze nu niet feitelijk, zo impliceerde hij, de gevangenen van een onbewoonbaar gebied?

Dat viel wel mee. Archeologen hebben het beeld van een armzalig en meelijwekkend volk sterk genuanceerd. Er was zelfs ruimte voor een vorm van politiek leven, gegeven het feit dat er in het noordelijke kustlandschap minimaal vier stamverbanden zijn aan te wijzen. Meestal houden we het erop dat twee groepen Friezen woonden aan weerszijden van de Vlie, dus in het huidige Noord-Holland en Fryslân. Wat oostelijker zouden dan twee groepen Chauken hebben gewoond, gescheiden door de Dollard, in wat nu Groningen en Ostfriesland is. Deze reconstructie is, zoals alle reconstructies van de antieke topografie, minder zeker dan men wel aanneemt, maar we zullen het ermee doen. Ik ga het hebben over de Groningse Chauken.

Lees verder “De Chauken (1)”

Vragen rond de jaarwisseling (5)

Een van uw vragen leidde naar de schat in het Haarlemmermeer (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Stuur uw vragen maar in, schreef ik, en wie weet of ik ze beantwoorden kan rond oud en nieuw. Eerdere afleveringen hier, hier, hier en hier.

22. Vraag via de mail: Vaak stuit ik op de zin “Frisia non cantat”, en die wordt dan aan een Romein toegeschreven – Tacitus, meestal – maar ik kan die zin zelf nergens vinden. Is het een verzinsel van later datum?

Ja, dat is een verzinsel. De regel is inderdaad niet te vinden bij Tacitus, die wél de Friese Opstand noemt. De beschrijving daarvan eindigt met de opmerking dat sinds deze revolte de naam der Friese naam vermaard is.

Het Latijnse gezegde dat Friesland niet zou zingen, duikt op in de achttiende eeuw. Riemer Reinsma heeft het voor tijdschrift Onze Taal uitgezocht en zijn conclusies vindt u hier.

Lees verder “Vragen rond de jaarwisseling (5)”

Kelten, Hunnen, Avaren, Saksen

Merovingische mantelgesp (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Er zijn een paar gebieden waar de oudheidkunde momenteel vooruitgang boekt. Eén front is het DNA- en het isotopenonderzoek. De zich daar aftekenende conclusie is, zoals bekend, dat mensen vroeger beweeglijker zijn geweest dan altijd was aangenomen. Omdat mensen hun ideeën meenemen, betekent dit dat de hermeneutische buitengrens is weggevallen. De winst is dus vooral voor classici en andere filologen, die een goudmijn aan informatie erbij hebben gekregen. Dit is een echte revolutie, met een wijzigende negatieve heuristiek.

Langzaam wordt het bewijs ook sterker. We wisten al dat de landbouw en de Indo-Europese talen zijn verspreid door migratie. Tot nu toe was de verdere redenatie min of meer “als in de Prehistorie de mensen mobiel waren, waren ze dat zeker in tijden met betere schepen en betere wegen”. Het was een a fortiori-redenering. Dat is altijd onbevredigend, omdat het veronderstelt dat alle andere factoren dezelfde zijn gebleven. (Om er nog een Latijnse term tegenaan te smijten: een ceteris paribus-redenering.) Het is natuurlijk denkbaar dat in het latere tijdperk factoren een rol hebben gespeeld die we nu nog niet herkennen.

Lees verder “Kelten, Hunnen, Avaren, Saksen”

Is Velsen Flevum?

De Romeinse vlootbasis van Velsen (Graham Sumner)

Het gaat over Flevum, dus het is interessant. Archeoloog Arjen Bosman heeft bij Velsen een enorm groot Romeins kamp ontdekt, een castra. U leest er in De Volkskrant meer over. Nu waren er al heel lang twee Romeinse kampen bekend, die archeologen meestal aanduiden als Velsen-1 en Velsen-2. (Wat niet is verspoeld door het IJ en het latere Noordzeekanaal, is verstoord door de aanleg van Duitse versterkingen en de IJtunnels, dus u hoeft niet te gaan kijken.) Het nieuwtje is nu dat Velsen-2 zich veel verder naar het westen uitstrekte dan men aannam.

Het ontstaan van Velsen-1 is met jaarringen te dateren rond 15 na Chr. en lijkt in verband te staan met een vlootexpeditie van prins Germanicus richting Eems. Het einde wordt geplaatst rond 28, omdat de Friezen toen in opstand kwamen. Ik blogde er al eens over. Velsen-2 werd lange tijd geplaatst in de jaren veertig, toen keizer Caligula in Katwijk was en generaal Corbulo probeerde de Friezen te onderwerpen. Een groot Velsen-2 past daar goed bij.

Lees verder “Is Velsen Flevum?”

De Zuilen van Hercules (in Drenthe)

De Zuilen van Hercules, even bezuiden Groningen.

Het zal u niet onbekend zijn dat de Griekse halfgod Herakles nogal een macho was, hoewel hij méér was dan alleen een krachtpatser. Het was eigenlijk een karakter dat naar believen viel in te vullen: als tragische figuur, zoals in SofoklesHerakles, of als een soort Jerommeke, zoals in Euripides’ Alkestis. Ik moet altijd denken aan Batman, een personage dat in de stripverhalen worstelt op de grens van goed en kwaad, terwijl er ook een campy TV-serie is vol knap geacteerde en bizarre scènes.

Omdat ook andere volken mannetjesputtergoden vereerden, zagen de Grieken hun Herakles overal terug. De Griekse onderzoeker Herodotos vermeldt bijvoorbeeld een Egyptische god die hij gelijkstelt aan Herakles. Het is niet helemaal duidelijk of dat Shu, Chonsu of Herisjef is. De laatste kreeg zijn offers in een stad die later Herakleopolis heette en heeft misschien de beste papieren.

Lees verder “De Zuilen van Hercules (in Drenthe)”