Herodotos’ catalogi

De Lydiërs (reliëf uit Persepolis)

Er zijn teksten die je het liefste overslaat. Wie de Bijbel begint te lezen en begint bij Genesis, zal doorgaans afhaken halverwege Exodus, als er een eindeloze reeks ge- en verboden begint die doorloopt in Leviticus, Numeri en Deuteronomium. (Het is beter de Bijbel anders te lezen.) Wie de Ilias leest, zal vermoedelijk in het tweede boek de zogeheten Scheepscatalogus overslaan: een opsomming van Griekse steden die deelnamen aan de Trojaanse Oorlog. En in HerodotosHistoriën liggen grote delen van de boeken Drie en Zeven klaar om te worden genegeerd.

In Boek Drie is dat een overzicht van alle provincies in het Perzische Rijk: een lange reeks van belastingdistricten. De lijst, die vermoedelijk is opgesteld door Herodotos’ voorganger Hekataios van Milete, biedt een overzicht van alle volken waarover koning Darius de Grote regeerde. Echt leuk is het op het eerste gezicht niet, al is het hierin opgenomen verhaal over goudwinning in India de moeite meer dan waard. Ik zal het straks online plaatsen.

In Boek Zeven gaat het om een overzicht van alle troepen die in 480 v.Chr. met Xerxes trokken naar Griekenland. Ik noemde de Nubiërs al eens. Het document gaat vrijwel zeker terug op een rapport van Griekse spionnen, die werden betrapt en vrijgelaten om aan de Grieken te vertellen hoe verschrikkelijk groot het Perzische leger was. Herodotos gelooft werkelijk dat er honderdduizenden soldaten naar het westen zijn gekomen en dát kan niet kloppen, maar de namen van de officieren en de diverse soorten soldaten en hun bewapening lijken wel degelijk correct. Er zijn bijvoorbeeld kleitabletjes waarop de namen van de commandanten terugkomen.

Minstens even belangrijk is de bevestiging uit de Perzische reliëfs. Op de trap van de troonzaal in Persepolis zijn de volken uit het Perzische Rijk afgebeeld en er zijn redelijke overeenkomsten met de twee lijsten van Herodotos. Ook de Grieks-Romeinse auteur Arrianus vermeldt nogal wat volken en gebiedsdelen en bevestigt op hoofdlijnen van Herodotos’ catalogi.

Aan dit alles kan een belangrijke conclusie worden verbonden, namelijk dat het leger van Xerxes was samengesteld uit soldaten uit alle landen in het Perzische Rijk. Er waren ook Indiërs en Saken en Ethiopiërs, mannen uit de vérste uithoeken van de toen bekende wereld. Hoewel de Saken ook een rol speelden in de strijd, horen we weinig over de andere volken. Ze werden blijkbaar meegenomen omdat het voor de zelfpresentatie van de Perzische koning noodzakelijk was dat álle volken zich verzamelden. Anders gezegd: wat een veldtocht tegen Griekenland lijkt, was meer dan alleen een militaire campagne.

De historische betrouwbaarheid is niet het enige interessante aspect van de lijsten in de boeken Drie en Zeven van de Historiën. Elke antieke lezer of luisteraar moet het hebben herkend als eigentijdse Scheepscatalogus en hebben begrepen dat Herodotos in feite een nieuwe Trojaanse Oorlog wilde beschrijven, een ambitie die hij meteen aan het begin van de Historiën ook verwoordt.

Opsommingen hebben, tot slot, een heel eigen schoonheid, die wij niet meteen appreciëren. Er spreekt een ambitie van compleetheid uit, wat het iets definitiefs geeft. Het is belangrijk, niet omdat het dat uit zichzelf al is, maar door het enkele feit dát het is opgenomen  in een catalogus. U hoeft het niet mooi te vinden, maar ik ben de rare snijboon die ervan kan genieten. Toen ik in de brugklas zat noemde mijn oude geschiedenisleraar, meneer Janss, mij plagend een encyclopedist en inderdaad: de schoonheid van een catalogus treft me elke keer opnieuw.

15 gedachtes over “Herodotos’ catalogi

  1. Robert

    Leuk stukje weer. Handig voor mij omdat ik redelijk vaak mensen moet uitleggen dat Herodotos geen compleet fantast was (men komt vaak dan met die titel ‘father of lies’), maar dat historici tegenwoordig hem als zeer waardevol zien.

    We hebben het ook wel eens gehad over zijn bronnen, met name mogelijke Perzische bronnen die de afloop van de slag bij Thermopylae aan hem hebben kunnen doorbrieven. Jij wilde er toen niet zo aan, misschien ben je van gedachten veranderd?

    “de Grieks-Romeinse auteur Arrianus”
    Ligt het aan mij of is dit een wat vreemde beschrijving? Goed, hij schreef in het Grieks maar het Romeinse Rijk kende tenslotte geen verplichting om Latijn te spreken en te schrijven (alhoewel het mij blijft verbazen hoeveel mensen dit nog steeds denken).

    Arrianos was dan wel afkomstig uit dat deel van het rijk dat men ‘Grieks’ zou kunnen noemen, maar dat was volgens mij niet een buitensporig ander deel van het Romeinse imperium. Alhoewel, de Griekse cultuur had zeker grote invloed op de Romeinse, wat nog steeds velen er toe aanzet te denken dat het ‘Byzantijnse Rijk’ geen compleet onzinnig construct is maar echt een nieuw soort Griekse cultuur die het op een bepaald moment overnam van de Romeinen (jij bent daar ook niet echt behulpzaam in moet ik zeggen).

    Maar waarom dan deze omschrijving? We spreken toch zelden of nooit over de afkomst van auteurs of personen? De ‘Afrikaans-Romeinse’ keizer Severus? Of de ‘Servisch-Romeinse’ keizer Aurelianus?

    1. FrankB

      “maar dat was volgens mij niet een buitensporig ander deel van het Romeinse imperium”
      Niemand beweert dat ook. Ik zou me niet kunnen voorstellen hoe een “buitensporig ander deel” er uit zou moeten zien.

      “Maar waarom dan deze omschrijving?”
      Dat blijft natuurlijk een terechte vraag, Zelf zou ik geen problemen hebben met “Afrikaans-Romeins” en “Servisch-Romeins”, hoewel “Servisch” natuurlijk anachronistisch is. “Pannonisch-Romeins” zou wel kunnen.
      Laat ik een gokje wagen. JL wil benadrukken dat Arrianos een geromaniseerde Griek is en daarmee in een pre-Romeinse traditie staat. Het is nog maar de vraag of we dat laatste ook van keizer Aurelianus kunnen zeggen.

      1. Robert

        “Ik zou me niet kunnen voorstellen hoe een “buitensporig ander deel” er uit zou moeten zien”

        Tsja, ik probeerde te verwoorden dat ik de Grieken en Romeinen in een op veel gebieden vergelijkbare cultuur zie, die veel minder verschillend dan bijvoorbeeld de cultuur van andere delen van het Rijk, zoals Armenië of Brittannië. En omdat we andere auteurs niet of zelden op die manier onderscheiden (hoe vaak zie jij iemand aangeduid als ‘Pannonisch-Romeins’?) riep dit een vraag bij mij op.

        “Het is nog maar de vraag of we dat laatste ook van keizer Aurelianus kunnen zeggen.”

        Hoe zou je dat kunnen weten? Omdat Arrianos zijn verhaal in het Grieks schrijft? Keizer Septimius Severus sprak blijkbaar vloeiend Punisch, en die heb ik ook nooit aangeduid gezien als ‘Carthaags-Romeins’, ‘Afrikaans-Romeins’ of iets dergelijks. De helft van het rijk sprak Grieks, en ik zie dus Arrianos niet als iets heel aparts dat zo’n omschrijving zou rechtvaardigen. Het roept alleen verwarring op denk ik, alsof die Grieken, anders dan andere culturen binnen het Romeinse rijk, iets heel aparts waren.

  2. FrankB

    “maar ik ben de rare snijboon die ervan kan genieten”
    We kunnen handen schudden. Ik vind een nieuwe uitgave van het BINAS-tabellenboek fascinerende lectuur. Dat begrijpt ook niet iedereen.

    1. jacob krekel

      Ik heb ooit een drukproef van BINAS moeten bekijken, dan piep je wel anders.En weet u nog, die constante van Planck die ergens in de vierde of zesde decimaal, in ieder geval ver voorbij wat later als significant beschouwd zou worden, fout was gegaan?
      En dat roept bij mij de vraag op: bestond er ook een traditie dat het werk van copiïsten, op wier vaardigheid wij voor de kennis van antieke teksten zijn aangewezen, gecontroleerd werd?

  3. Dirk

    Ik heb geen problemen met Grieks-Romeins. Maakt duidelijk in welke culturele achtergrond ik hem moet situeren. Zoals Gallo-Romein.

    1. Robert

      Tsja, is dat wel zo duidelijk? Verwijst Gallo-Romeins naar de cultuur of de administratieve regio waar de persoon woont?

      1. Rob Duijf

        Ik denk dat voor beide iets valt te zeggen.

        Na de definitieve Romeinse kolonisatie van Gallië assimileerde de Keltische bevolking de Romeinse cultuur, weliswaar met hun eigen kenmerken. De Romeinen introduceerden daarnaast hun bestuur en administratie in de nieuwe provincie.

  4. Theo Joppe

    Ongeacht zijn geboorteplaats was Arrianos gewoon een Romeinse aristocraat met de gebruikelijke carrière: hij was bijvoorbeeld consul suffectus in 129 of 130. Ik vermoed dat het onderscheid tussen Griekse en Romeinse achtergrond in deze periode geen enkele rol meer speelde, althans niet in ‘hogere kringen’: de elite (om dat vreselijke woord toch maar te gebruiken) had dezelfde opvoeding en cultuur. Het lijkt me dus irrelevant om iemand ‘Grieks-Romeins’ te noemen. Arrianos heeft als hoge ambtenaar ongetwijfeld Latijn gekend, maar de literaire mode van de archaïserende Tweede Sofistiek in deze periode gaf sowieso sterk de voorkeur aan het Grieks; een mode die bijvoorbeeld door Hadrianus sterk is gestimuleerd.

Reacties zijn gesloten.