Daniël De Waele, Ontluikend christendom

Een religieuze stroming in een uithoek van het Middellandse-Zee-gebied groeit uit tot de dominante religie van een imperium: de opkomst van het christendom is een van grote verhalen uit de Oudheid. Hierbij trekken twee vernieuwingen de aandacht. De eerste is het idee dat wie Christus vereerde, niet ook andere hemelse machten mocht vereren. In een wereld waarin iedereen zelf uitmaakte welke goden (meervoud) hij of zij vereerde, was dit ongebruikelijk. Nog eind vierde eeuw waren er mensen als generaal Bacurius, die in het ene gezelschap gebeden uitsprak voor Christus en in een ander gezelschap voor de oude goden. Dat was niet hypocriet, maar zoals het altijd was gegaan.

De tweede vernieuwing is de opvatting dat er één juiste manier zou bestaan om te denken over de goddelijkheid van Christus. Voor de Romeinen waren de bovennatuurlijke krachten alomtegenwoordig. De vraag op welke wijze iets of iemand goddelijk was, kwam daardoor niet meteen op. Die was meer iets voor filosofen. De andere Romeinen bekreunden zich meer om het volbrengen van de rituelen.

Wie accepteerde dat er één juiste manier was om over Christus te denken, stelde als vanzelf de vraag welke manier dat dan was. Via verdachtmakingen, verketteringen en kerkscheuringen kwam het tot de formules waarin de bisschoppen de orthodoxie vastlegden: de geloofsbelijdenissen. Over de toen als juist beschouwde leer hebben we veel bronnen, terwijl de daarvan afwijkende standpunten vrijwel vergeten zijn. We zouden graag meer weten over mensen die, zoals de zojuist genoemde Bacurius, Christus vereerden naast Jupiter en Minerva, maar latere generaties vonden die ideeën de moeite van het kopiëren niet waard. Ze zijn verloren en daardoor voorgoed onkenbaar geworden.

Een pluriform geloof

Of beter, bijna voorgoed. Zo nu en dan duiken teksten op van groepen die, naar later inzicht, niet zuiver in de leer zijn geweest. Stromingen als de gnosis en het manicheïsme, waarover we dankzij tekstvondsten in de vorige eeuw inzicht hebben gewonnen, tonen dat lange tijd de verering van Christus op velerlei wijze viel te combineren met bestaande opvattingen.

Kortom, het nieuwe geloof groeide in een pluriforme wereld. Die pluriformiteit staat centraal in het prachtboek Ontluikend christendom van Daniël De Waele. Als hij één ding duidelijk maakt, is het wel dat het problematisch is van “het” christendom te spreken. De gelovigen maakten deel uit van de Romeinse samenleving en daarom konden christelijke opvattingen niet anders zijn dan even veelvormig als de Romeinse cultuur.

Twee kringen

Het verhaal van De Waele, die docent is aan het Hoger Instituut voor Protestantse Godsdienstwetenschappen te Brussel, is dat van twee kringen. Eerst is er de kring van het veelkleurige tempeljodendom, waarbinnen de leer van Jezus de zoveelste stroming was. Die leer drukte zich uit in de vormentaal van het jodendom. Later veranderde het geloof van Jezus in een geloof in Jezus, dat ook aantrekkelijk bleek voor niet-joden. Daarmee betrad het nieuwe geloof de wijdere kring van de Grieks-Romeinse wereld. De gelovigen drukten zich verder uit met de vormen en ideeën die in deze kring gangbaar waren.

De vereerders van Christus benutten dus dezelfde vormen en ideeën als anderen. Ze waren minder uitzonderlijk als wel aangenomen, zelfs als ze wezenlijke innovaties brachten. Het is misleidend een conflict aan te nemen tussen enerzijds het christendom en anderzijds een wrede Romeinse overheid die alle christenen maar voor de leeuwen wierp. Al even misleidend is het idee dat de christenen op grote schaal bibliotheken verwoestten en teksten vernietigden. Het was hun eigen erfgoed.

Inbedding

Ontluikend christendom toont mooi hoe de nieuwe religie was ingebed in de Romeinse cultuur. De ondertitel stelt dat het boek een cultuurgeschiedenis van een nieuwe religie in de Griekse-Romeinse wereld wil zijn. Eerlijk is eerlijk: het is meer cultuur dan geschiedenis. De Waele blinkt uit als hij de bonte ideeënwereld presenteert waaruit de christenen putten, maar laat de voor de geschiedvorsing zo belangrijke oorzakelijkheidsvraag onbeantwoord: waarom wonnen, uit het brede scala van opvattingen, de stromingen die afwijzend stonden tegenover het vereren van Christus in combinatie met andere goden? En ook: hoe kon het gebeuren dat, toen dit “Christus alleen” doorzette, het denkbeeld doorbrak dat er maar één juiste visie kon zijn op zijn goddelijkheid?

Het antwoord is natuurlijk dat er iemand was die deze vernieuwingen via het staatsapparaat ondersteunde: de keizer. Een paragraaf over de politieke innovaties van Licinius, Constantijn en Constantijns opvolgers zou zinvol zijn geweest. Evengoed bieden de 480 bladzijden van Ontluikend christendom een fabelachtige rijkdom.

[Oorspronkelijk verschenen op 25 februari in het NRC Handelsblad.]

Naschrift

Waarom Constantijn zich bekeerde? Meer hier.

12 gedachtes over “Daniël De Waele, Ontluikend christendom

  1. FrankB

    “dat het problematisch is van “het” christendom te spreken”
    Het is nooit wat geweest noch geworden met

    “de opvatting dat er één juiste manier zou bestaan om te denken over ….”
    en met 4000 tot 40 000 denominaties (afhankelijk van hoe je telt) is het ook nu niks met deze opvatting. Dat heeft twee gevolgen. Wie het christendom wil bekritiseren bekritiseert maar hoogst zelden “het” christendom. Dat had Dawkins wel eens mogen bedenken toen hij The God Delusion schreef, want deze fout is één van de ergste die hij maakt.
    Aan de andere kant zou het prettig zijn als gelovigen eerst eens nagingen welk christendom in voorkomende gevallen bekritiseerd wordt. De uitvlucht “ja, maar dat is niet hoe ik geloof” is al te vaak een goedkope stropop. Hoe de individuele christen gelooft is immers niet representatief en dus niet automatisch het mikpunt van de kritiek waar hij/zij zich tegen meent te moeten beweren.

    Wat ik me afvraag – is dat idee van “één juiste manier” (dat tot op de dag van vandaag wordt aangehangen – socialisten kunnen nog ergere scherpslijpers zijn dan de extreemste christenen) terug te voeren op Antiek-Grieks denken? Dat introduceerde immers de succesvolle deductie, dat maar één conclusie lijkt toe te staan.

    Noot: in feite staat deductie een heleboel (tegenstrijdige) conclusies toe. Dat is gewoon een kwestie van je vooronderstellingen veranderen. Maar ja, niet-Euclidische meetkunde is nog geen 200 jaar oud. Tot dan waren de vijf axiomata in steen gebeiteld.

    1. Ben Spaans

      Wat moet een Dawkins met gnosticisme? Veel te vaag en zweverig…
      Op de ‘orthodoxie’ kan hij nog lekker inhakken…
      Het is niet dat hij nooit een punt heeft, overigens…

      1. Goed punt. Angry atheïsts hebben orthodoxen nodig als “sitting duck” en omgekeerd hebben orthodoxen angry atheïsts nodig om zich vervolgd te kunnen blijven voelen. Het probleem is dat zij zo langzamerhand de discussie geheel bepalen.

        Dat is in de eerste plaats jammer voor de geestelijken die nuttig sociaal werk doen; ik denk aan de vereenzaamde dame die bij mij op het trappenhuis woonde en alleen van de kapelaan en mij visite kreeg. Anderzijds is het ook vervelend dat je, elke keer dat het gaat over antieke religie, wordt geconfronteerd met ideologische vooringenomenheid. Terwijl religie onderdeel is van het verleden en van de menselijke ervaring. Ook een humanist moet daarin geïnteresseerd zijn, al was het maar om dit deel van het menselijke avontuur te redden uit de klauwen van de ideologen.

  2. FrankB

    ” Later veranderde het geloof van Jezus in een geloof in Jezus, dat ook aantrekkelijk bleek voor niet-joden.”
    Deze verandering interesseert me het meest in het vroege christendom. Zonder deze was het op zijn best ongeveer zo groot als het jodendom geworden. Er is een reden waarom de genoemde keizers het christendom kozen en niet één van de andere gegadigden. Keizers per definitie politieke wezens zijnde ga ik er van uit dat die reden eveneens politiek is.

  3. Raymond Haselager

    Graag zou ook ik deze bovengestelde vraag van frankB beantwoord zien :

    “Wat ik me afvraag – is dat idee van één juiste manier” (..) terug te voeren op Antiek-Grieks denken? Dat introduceerde immers de succesvolle deductie, dat maar één conclusie lijkt toe te staan.”

    1. Raymond Haselager

      Maar laten we niet alleen de Aristoteliaanse logika beschouwen. Ik vermoed dat de Platoonse ideeënleer wel eens een grotere boosdoener geweest kan zijn.

  4. Truus Pinkster

    Ik sluit me aan bij de tweede vraag die FrankB stelt: wat is de oorzaak/reden dat de keizer(s) juist het christendom kozen en niet één van de andere gegadigden ?

  5. Jacob Krekel

    FrankB: Er is een reden waarom de genoemde keizers het christendom kozen..
    Een dergelijk vraagstelling vernauwt de blik waarmee je kijkt nodeloos. Er is nooit één reden, maar altijd een heel complex aan omstandigheden waarbinnen iets gebeurt, en dat ook nog eens best tot een andere uitkomst had kunnen leiden. Toeval speelt altijd een grote rol en het zoeken naar DE reden dat iets gebeurt is een goed voorbeeld van wat hierboven als tweede vernieuwing van het Christendom is genoemd: er altijd maar één juist antwoord.
    Op die stelling is overigens nog wel wat af te dingen. Het nieuwe testament bevat een heel scala aan opvattingen over wie Jezus was en wat de betekenis was van zijn leven, sterven en opstanding. De Christenheid is het daar nooit over eens geweest (en dat is maar goed ook).
    Ook met de andere vernieuwing, dat Christenen alleen Christus mogen vereren, valt het in de praktijk wel mee. Ondanks de expliciete mededeling dat men niet èn God èn de mammon kan dienen hebben tal van Christenen daar geen enkele moeite mee.

  6. Dieter Verhofstadt

    Net terug uit Napels en gelezen over Caravaggio’s “7 werken van barmhartigheid”, die door de hernieuwde eeuwigheidswaarde die de schilder eraan verleende, de Katholieke Kerk moesten bijstaan tegen de Reformatie. Eén van de tegenstellingen bestond erin dat de Katholieke teruggrepen naar oudtestamentische ideeën waarin men zijn hemel moet verdienen door goed werk te doen, terwijl de reformatie de pure geloofsbelijdenis wilde herstellen als voldoende voorwaarde. Als ik het goed begrepen heb was dat één van de aantrekkelijke aspecten van het Christendom: je hoefde niks speciaals te doen, alleen maar geloven in Jezus en je kreeg het eeuwig leven, zonder zonde. Daarnaast maakte het Nieuw Testament ook komaf met de idee van een uitverkoren volk, en verruilde dat voor een universele naastenliefde wat in de smeltkroes van de Romeinse tijd zeker aantrekkingskracht zal gehad hebben op al wat zich tussen Jerzulem en Rome bewoog. René Girard geeft een sterke symbolische dimensie aan die tweede pool, namelijk het zondebokprincipe dat vervangen wordt door het Lam Gods dat vrijwillig de zonden der wereld wegneemt.

    Voor de rest is het waarschijnlijk een kwestie geweest van de juiste koning of keizer die net op de juiste plaats was om de nieuwe religie te promoten, al dan niet om hun vrouw terwille te zijn of omdat de draagkracht onder het volk wel erg groot geworden was.

Reacties zijn gesloten.