Caesars aftocht

De Aoos

Van het dorpje Kavajë, waar Caesars laatste kamp bij Dyrrhachion was geweest, naar Pojan, het Apollonia waar Caesar de winter had doorgebracht, is het over moderne wegen ongeveer 75 kilometer. Toen Caesars manschappen, ongeveer dertigduizend in getal, zich van Dyrrhachion terugtrokken, legden ze de afstand af in drie dagen. Deze logistieke operatie toont Caesar, voor wie we verder geen sympathie hoeven voelen, op zijn best.

Pompeius’ aarzeling

Hij had wel wat geluk, want Pompeius schatte de situatie verkeerd in. Appianus is bijna sarcastisch.

Vol trots op zijn overwinning stuurde Pompeius brieven naar alle koningen en steden. Hij rekende erop dat de soldaten van Caesar direct naar hem zouden overlopen nu ze uitgehongerd waren en volkomen ontmoedigd door de nederlaag. (Burgeroorlogen 2.63; vert. John Nagelkerken)

Pompeius’ adviseur Lucius Afranius (we kwamen hem in Spanje al tegen) suggereerde hem om met de vloot over te steken naar Italië. Caesar had daar immers nauwelijks troepen. Als de Senaat daar eenmaal zijn macht had hersteld, kon Pompeius Gallië en Iberië bezetten. Daarna kon hij afrekenen met de rebel.

Appianus oordeelt dat dit het beste was wat Pompeius had kunnen doen. De generaal bleef er echter van overtuigd dat Caesars gedemoraliseerde en uitgehongerde soldaten naar hem zouden overlopen. Verder bedreigde Caesar, verzwakt of niet, het Senaatsleger van Quintus Scipio Metellus dat nog actief was in Macedonië. Het was beter, zo vat Appianus de afwegingen van Pompeius samen, Caesar te achtervolgen. Het eigen leger was immers vol zelfvertrouwen en het zou gênant zijn Caesar te laten ontsnappen nu hij op de vlucht was.

Caesar op de vlucht

Zoals gezegd had Caesar de beslissing om weg te gaan, genomen op de avond van zijn nederlaag.

In het begin van de nacht stuurde hij de hele tros in stilte uit het legerkamp vooruit naar Apollonia, met orders niet te rusten voordat het hele traject was afgelegd. Eén legioen gaf hij hun mee als escorte. Toen dit geregeld was, hield hij twee legioenen in het legerkamp, liet de andere vanaf de vierde nachtwake door verschillende poorten het legerkamp verlaten en stuurde ze langs dezelfde route vooruit. Na korte tijd liet hij volgens militair gebruik, om zo normaal mogelijk kennis te geven van zijn vertrek, het signaal voor opbreken geven en rukte meteen uit. (Burgeroorlog 3.75; vert. Hetty van Rooijen)

De vierde nachtwake begon op 7 juni rond drie uur en het signaal voor vertrek werd meestal gegeven bij zonsopkomst, even na vijven. Toen Pompeius’ mannen begrepen wat er gebeurde, konden ze alleen de twee laatste legioenen nog achtervolgen. De andere zes waren al minstens twee uur verder. Pompeius kon zijn cavalerie nog vooruit sturen, maar die was niet opgewassen tegen Caesars achterhoede.

Asparagium opnieuw

Die avond sloegen beide legers hun kamp op bij Asparagium, het huidige Rrogozhinë. Ze waren er al eerder geweest en Pompeius’ mannen hadden het voordeel dat ze een al eerder gebouwd kamp konden betrekken. Caesar schrijft:

Zijn soldaten hadden daar niets te doen, omdat de versterkingen nog intact waren. Daarom verwijderden sommigen zich een eind van het legerkamp om hout of voer te halen en verlieten anderen de wal met achterlating van hun wapens in hun tent, omdat het besluit om te vertrekken plotseling was genomen en ze een groot deel van de tros en hun eigen bagage hadden achtergelaten. De nabijheid van het vorige kamp nodigde hen uit om dat alles op te gaan halen. Terwijl zij daardoor niet in staat waren te volgen, zoals Caesar had voorzien, gaf hij rond het middaguur het signaal tot vertrek, liet zijn leger uitrukken voor een tweede mars op die dag, en trok acht mijl verder. Pompeius kon dat niet doen door het vertrek van zijn soldaten. (Burgeroorlog 3.77; vert. Hetty van Rooijen)

Apollonia

Op de derde dag, 20 quintilis ofwel 9 juni, bereikte Caesar Apollonia. Hier liet hij de gewonden verzorgen en betaalde hij zijn manschappen hun soldij. Hij dicteerde brieven naar diverse bondgenoten en verplaatste enkele garnizoenen. Veel tijd verspilde hij er niet aan. Pompeius had inmiddels de achtervolging opgegeven en was opgerukt naar het huidige Berat, waarvandaan hij een noordelijkere route kon nemen richting Macedonië. Daarmee bedreigde hij het leger van Gnaeus Domitius Calvinus die, zoals ik al eens vertelde, door Caesar vooruit was gestuurd in diezelfde richting. Het was voor Caesar zaak zijn kolonel zo snel mogelijk te hulp te komen.

Al snel trok Caesar dus verder, langs de rivier de Aoos ofwel Vjosë, in de richting van het huidige Ioannina. Hij zou zo aankomen in Thessalië en omdat Pompeius naar Macedonië oprukte, waren Caesars manschappen even buiten gevaar. Ze zouden in tien dagen ruim 300 kilometer afleggen.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

6 gedachtes over “Caesars aftocht

  1. FrankB

    “voor wie we verder geen sympathie hoeven voelen”
    Wees maar niet bang, ik kan zo gauw geen enkele Antieke politicus bedenken voor wie ik wel sympathie voel.
    Diogenes van Sinope, die mag ik wel.

    Antieke auteurs wantrouw ik ook. Meent Appie van Alexandrië nou echt dat Pompeius maar het beste zijn bondgenoot Quintus Scipio Metellus in de steek moest laten? Bovendien laten alleen stompzinnige bevelhebbers een vijand lopen die verzwakt en kwetsbaar is. Die zal de vrijgekomen tijd benutten om zich te versterken.
    Volgens mij is dit geklets. Het pleit wel voor Appie dat hij Pompeius’ overwegingen correct weergeeft.

    1. Hoezo in de steek laten? Pompeius was er immers van overtuigd dat de dreiging van Ceasar’s leger zo goed als nihil was en zelfs door een deel van het leger achter te laten zou (volgens Afrianus) voldoende tegenwicht aanwezig zijn gebleven. En ondertussen zou Pompeius met groot gemak het westen kunnen oprollen. Wij zien dat natuurlijk met 20-20 hindsight als een stompzinnig advies, maar als Pompeius’ analyse correct was geweest en hij had Afrianus’ advies opgevolgd, dan had het er misschien anders uit kunnen zien. Niet echt stompzinnig ieg, we zullen het nooit weten.

    2. Dirk Zwysen

      Pompeius’ beslissing om een verslagen Caesar niet te laten lopen, is begrijpelijk. Hij was ervaren genoeg om te weten dat zijn vroegere schoonvader al vaker in nauwe schoentjes had gezeten om vervolgens toch aan het langste eind te trekken.
      Sympathie voor Caesar is moeilijk. Maar wat een fascinerend man in een boeiende tijd!

  2. Martijn Nicasie

    Leuk stukje, hoewel ik zelf kan bedenken of ik nu al dan niet sympathie moet of wil hebben met Caesar. Ik begrijp wel niet zo goed waarom je het toch steeds over “kolonels” hebt? Niet alleen is het een volslagen anachronisme, maar de rol van een (moderne, vroegmoderne, politieke?) kolonel is m.i. slecht vergelijkbaar met die van een onderbevelhebber in een situatie als hier. Als je nu per se een moderne term zou willen gebruiken lijkt me “generaal” toch de beste. Of eventueel “adjudant”.

    1. Eens op beide punten.

      Overigens denk ik dat de tijden zo anders waren dat we heel moeilijk voor iemand ‘sympathie’ zouden kunnen voelen omdat zoveel denkbeelden te veel van de onze verschilden.

Reacties zijn gesloten.