Archaïsch, Klassiek en Hellenistisch

De “Ludovisi Aristoteles” (Museo Altemps, Rome)

Was het negende hoofdstuk van het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, gewijd geweest aan de Archaïsche Periode, het tiende is gewijd aan de Klassieke Tijd. Waar komt dat onderscheid eigenlijk vandaan?

Aristoteles

Ik heb een deel van het verhaal al eens behandeld en u moet dat maar nalezen als u het in detail weten wil, maar het komt erop neer dat het allemaal komt door Aristoteles. Bioloog die hij was meende hij dat, zoals uit een eikel een eik groeien kon, alles vanuit een kiem tot wasdom kwam. De tragedie was simpel begonnen tot het uiteindelijk een natuurlijke vorm had bereikt. Alles streefde naar zo’n eindvorm – we spreken van een “doeloorzaak”. De filosofie was met denken over de natuur begonnen tot het zijn volmaakte eindvorm bereikte bij Aristoteles.

De Griekse cultuur was, zo bezien, door de eeuwen heen steeds verder vervolmaakt. En dat was bewezen ook, want na de veroveringen van Alexander de Grote verspreidde de Griekse cultuur zich over de hele bekende wereld. Succes was hier synoniem aan kwaliteit.

Conservatisme

Nu ontstonden staten met steden vol Griekse bewoners. Zij hielden graag vast aan hun Griekse cultuur, die garandeerde dat ze de elite bleven. In steden als Alexandrië, Antiochië en Seleukeia ontstonden bibliotheken en musea. Laatkomers als Pergamon en Rome wilden hierbij niet achterblijven. De hier bewaarde Griekse cultuur was in wezen conservatief: alles vóór Alexander was goed.

In de kunst zie je dat men aansluiting zoekt bij deze klassieke vormen. Soms is dat in de vorm van een citaat, zoals wanneer op het Pergamonaltaar de beelden van Zeus en Athena zijn geïnspireerd door die op het Parthenon in Athene. Het kan ook in de vorm zijn van imitatie, zoals in de neo-attische kunst waarover ik al eens blogde.

De gehate oosterling

Zo ontstond een canon van klassieke vormen, ruwweg beginnend bij de Perzische Oorlogen en eindigend bij Alexander. De superieure periode van de eigen beschaving werd dus gedefinieerd door een conflict met de inferieure oosterse cultuur. (Wij hoeven dit waardeoordeel niet over te nemen.)

De namen voor de drie perioden zouden voor-klassiek, klassiek, en post-klassiek kunnen zijn. Ik meen dat de grote Winckelmann ervoor zorgde dat de naam “archaïsch” ingang kreeg en dat de al even grote Droysen de naam “hellenistisch” introduceerde. Maar dat weet ik niet zeker. Hoe dan ook: de grens tussen archaïsch en klassiek, die ook in het handboek opduikt, veronderstelt een geschiedbeeld waarin de oosterling de vijand is.

7 gedachtes over “Archaïsch, Klassiek en Hellenistisch

  1. Saskia Sluiter

    Wow! Dat is een heel nieuw gezichtspunt. Voor mij althans, zo had ik er nooit naar gekeken. Maar inderdaad. Als ik er bij nadenk speelt zo’n negatief ijkbeeld vaak een rol.

  2. Alexander Smarius

    Rond het midden van de 5e eeuw v.Chr. werd de Akropolis gerenoveerd en werden de eerder door de Perzen stukgeslagen sculpturen gebruikt als landfill. Bijna al deze sculpturen bevatten “archaïsche” stijlkenmerken: de gestage ontwikkeling naar anatomisch steeds meer kloppende weergaven van het menselijk lichaam. Blijkens de vondst van de “Kritiosjongen” was deze ontwikkeling al voltooid voordat dit beeld met de oudere sculpturen in 480 v.Chr. omver werd geworpen door de Perzen. De verwoesting van de Akropolis geeft zo een duidelijke terminus ante quem, maar betekent dit dat de grens tussen “archaïsch” en “klassiek” een geschiedbeeld veronderstelt “waarin de oosterling de vijand is”?

    1. Hierbij definieer “archaïsch” als de aanloop naar het klassieke, en het ontdekken van de contrapposto als het begin van het klassieke. Dat doen kunsthistorici graag en ik snap het.

      Het probleem is dat die Perserschutt minder scherp gedateerd is dan vroeger gedacht. Ik wist dat ook niet, tot een recensent van mijn Xerxes-boek erop wees.

Reacties zijn gesloten.