Waarom klassieken? (1)

In deze beroemde, in Aï Khanum gevonden inscriptie vertelt een zekere Klearchos naar Delfi te zijn gegaan om daar de uitspraken van de wijzen van weleer over te schrijven: “Als kind, wees geordend; als jongeman, wees rustig; als volwassene, wees rechtvaardig; als oudere, wees wijs; als stervende, wees zonder zorg.”

Voor de Grieken was het verleden normatief. De Ilias bevat een scène waarin de held Achilleus zichzelf vrolijk probeert te stemmen door op een lier “de roemruchte daden van de helden te bezingen”, volgens Herodotos waren in het verleden “de fatsoensnormen vastgelegd” en een revolutionair die de maatschappelijke status quo wilde veranderen, beriep zich op voorvaderlijke gewoonten. Bewondering voor het verleden was zó vertrouwd dat men het zich nauwelijks bewust was.

Dit begon te veranderen toen Alexander de Grote het Nabije Oosten onderwierp en de voorwaarden schiep waaronder de Griekse cultuur zich kon verspreiden tot in Egypte en Afghanistan. Voor zover in de jaren na de verovering ergens orde heerste, werd die gegarandeerd door de duizenden veteranen die Alexander had achtergelaten in steden als Iskenderun, Alexandrië, Kandahar en Kampyr Tepe. Daar kwamen Macedoniërs, Grieken, Perzen en andere volken op een tot dan toe ongekende schaal met elkaar in contact, en hoewel de Griekssprekenden een duidelijk herkenbare elite vormden, moesten ze samenwerken met de onderworpen volken. In die wereld, waarin traditionele vormen van gezag waren geërodeerd, begonnen Alexanders generaals – als het ware van onderaf – nieuwe rijken op te bouwen, waarbij ze steunden op hun landgenoten.

De bevoorrechte positie van de migranten als steunpilaren van de vorsten in de nieuwe koninkrijken was afhankelijk van hun beheersing van de Griekse cultuur. Daarom hechtten zij erg aan een Griekse of Macedonische levensstijl. Hun nederzettingen leken bijvoorbeeld op de steden die ze in het moederland hadden achtergelaten. Toen archeologen in Afghanistan de antieke stad Aï Khanum opgroeven, stelden ze geamuseerd vast dat er zuilenhallen, een marktplein en rijtjeshuizen waren, en een inscriptie met wijsheidsspreuken uit Delfi. Zie boven.

Een kanttekening is hier wel op haar plaats. Dit betrof het openbare leven. Wie zich in het openbaar Griek betoonde, kon zijn privé-huis in Aï Khanum hebben ingericht als Baktriër. Ook zijn er voldoende mensen met oosterse voorouders bekend die een Griekse levenswijze aannamen en werden erkend als lid van de bestuurlijke elite. Iedereen had diverse identiteiten. Het waren rollen die je kon spelen.

De hellenistische elites richtten zich op de Griekse cultuur van vóór Alexanders veldtochten, die van de vijfde en vierde eeuw. Wilden ze als elite herkenbaar blijven, dan moest datgene wat hen tot elite maakte echter herkenbaar zijn en dus onveranderlijk. Zo richtten ze in de derde eeuw in Nisa (in het huidige Turkmenistan) standbeelden op die niet te onderscheiden waren van de Griekse sculpturen uit de voorgaande eeuw.

Nog steeds blikten de Grieken (als we Griekssprekenden zo kunnen noemen) terug op een voorbeeldig verleden, maar dit keer was de imitatie opzettelijk. Wat ooit zó vanzelfsprekend was geweest dat het nauwelijks bewust gebeurde, was nu een weloverwogen politiek-cultureel programma om een zelfbeeld te scheppen. Tal van later “klassiek” genoemde boeken moesten nog worden geschreven, maar het idee bestond al dat kennis van klassieke teksten en kunstvormen doorslaggevend was voor wie zich beschaafd wilde noemen.

[Wordt vervolgd]

Een gedachte over “Waarom klassieken? (1)

  1. FrankB

    Een heel ander antwoord op de vraag “Waarom Klassieken” is: dan is men in staat de tekortkomingen in het ten onrechte veelgeprezen De Verborgen Geschiedenis van Donna Tartt herkennen. Delen van het boek zijn beslist briljant, maar men kan gerust ook tientallen bladzijden diagonaal lezen zonder iets wezenlijks te missen.
    Een aardig aspect is dat met alle eruditie van de studenten en hun professor zij het niet één keer zelfs maar indirect hebben over de enorme (proto)wetenschappelijke bijdragen van de Grieken die zij zo bewonderen. Aldus bevestigt Tartt keurig mijn vooroordelen jegens classici – zij negeren één van de belangrijkste aspecten van de Antieke cultuur.

    PS: nu hoop ik natuurlijk dat de één of andere classicus dit vooroordeel grondig onderuit haalt. Dat kan alleen maar een win-win situatie opleveren. Zet hem op!

Reacties zijn gesloten.