Mari in Mariemont

De expositie over Mari in het het Mariemontmuseum in Morlanwelz

Ik blogde zojuist over de Bronstijdstad Mari, waaraan het Musée Royal de Mariemont in het Belgische Morlanwelz momenteel een mooie expositie wijdt: Mari en Syrie. Renaissance d’une cité au 3e millénaire. Nu duurt de geschiedenis van de stad een eeuw of twaalf, van 2900 tot 1751 v.Chr. (lage middenchronologie), dus men heeft gekozen voor de tweede helft. Dat is de tijd van de šakkanakku’s die ik in het vorige stukje noemde: eerst waren zij gouverneurs van het Rijk van Akkad, later herstelden ze de onafhankelijkheid, nog wat later (ten tijde van Ur III) heersten ze als onafhankelijke koningen en tot slot verloren ze hun onafhankelijkheid aan de Babyloniërs. Dat is nog altijd een periode van een half millennium.

Als ik het goed heb gezien, kwamen alle voorwerpen in het Mariemontmuseum uit het Louvre in Parijs. Het waren er eigenlijk niet eens zo gek veel. Sterker, enkele stukken die ik zou hebben verwacht, zoals de parelmoeren inlegreliëfs waarvan het Louvre nogal wat heeft, vallen op door afwezigheid. Mari en Syrie is zo’n tentoonstelling waar het gaat om enkele goedgekozen objecten die tekstueel (Frans, Nederlands, Engels) of met geluid worden uitgelegd. Van de stukken uit de andere musea, zoals de watergodin in het Archeologisch Museum in Aleppo, waren foto’s met uitleg. Ik kan me voorstellen dat dit niet naar ieders smaak is; sommige mensen zijn minder tekstueel dan visueel ingesteld.

Mari als opgraving

Wat meteen opvalt is dat Mari niet alleen wordt gepresenteerd als een interessante Bronstijdstad, maar ook als langdurige opgraving. We horen het een en ander over de technieken. Van de wandschilderingen horen we dus dat die zó kwetsbaar waren dat de archeologen onmiddellijk tekeningen, foto’s en afdrukken op cellofaan maakten. Er zijn allerlei voorbeelden te zien, inclusief een hierdoor mogelijke reconstructie van een wandschildering. Dit is een topstuk uit de expositie.

Muurschildering uit de tempel van Ištar

Een enorme troef is de correspondentie van archeoloog André Parrot (en enkele collega’s), die documenteert wat er zoal bij een project als dit komt kijken. Zo is er documentatie van de zogeheten partage van de vondsten. Lange tijd verdeelden het land van de opgraving en het land van de opgravers de voorwerpen, zodat van de twee bronzen leeuwen uit de “temple du roi du pays” de ene in Aleppo en de andere in Parijs is terechtgekomen.

Ambtelijke correspondentie over een partage

Een ander document: de brief van Parrot aan het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken, geschreven op 25 september 1944, waarin hij aandacht vraagt voor de opgraving in Mari. Parijs was nog maar een maand bevrijd, contact met Syrië was nog maar net mogelijk, of Parrot wilde steun voor de conservering van de site. Die was in de voorgaande jaren bewaakt geweest op kosten van een plaatselijke bank. Wat ontbrak: correspondentie met Max Mallowan, die niet veel verderop aan het werk was. Het archief van het Louvre zal er niet over hebben beschikt.

De correspondentie van Parrot en zijn opvolgers is natuurlijk fantastisch materiaal, maar tegelijk toont ze de opgraving wel heel erg als het project van een Europees instituut: eerst in een mandaatgebied, toen in een oorlogszone, vervolgens in een onafhankelijk Syrië, in de Verenigde Arabische Republiek, opnieuw in Syrië en uiteindelijk in de huidige burgeroorlog. Ik zou wel iets meer hebben willen horen van de Syrische archeologen. Archeologie is in het Midden-Oosten immers nooit een alleen maar westers project geweest.

Oefenlever voor de leverschouw

Context

De expositie houdt er goed rekening mee dat veel mensen weinig weten over het oude Nabije Oosten. De landkaarten zijn opvallend goed. Er is uitleg voor het ontstaan van de oosterse schrijfcultuur, waarbij gebruik wordt gemaakt van vondsten uit diverse andere opgravingen, zoals Tello, Sousa en Ugarit. Dateringskwesties blijven onbelicht: de organisatoren kiezen zonder discussie voor de hoge middenchronologie, die echter is weerlegd. Het doet er niet heel erg veel toe, maar het viel me op.

Beeldje van een offeraar uit de “temple du roi du pays”

Bronstijd

De Bronstijd is fascinerend. Het is de tijd waarin we de eerste steden zien, waarin we de eerste teksten hebben en waarin we zicht krijgen op taal en literatuur. Meer dan dat is de Bronstijd de periode waarin een genetische en linguïstische landkaart ontstaat die ook de onze is. In Europa zien we de aankomst van de Indo-Europese talen en zoals u weet is de ontdekking van die taalfamilie het begin geweest van het hedendaagse, op taal gebaseerde nationalisme. De politieke gevolgen, bijvoorbeeld voor een land als België, veronderstel ik bekend.

Iets dergelijks speelt in het Midden-Oosten. De schrijftaal in Mari veranderde: eerst Sumerisch, later een Semitische taal. Logisch dat Mari voor Syrië, waar men Arabisch spreekt, een hoge symboolwaarde kreeg. De Bronstijd is niet alleen fascinerend, ze is ook belangrijk.

***

De tentoonstelling Mari en Syrie. Renaissance d’une cité au 3e millénaire duurt nog tot 7 januari 2024. De gelijknamige catalogus kost €35.

Deel dit:

2 gedachtes over “Mari in Mariemont

  1. Saskia Sluiter

    Aan de kleding op het fresco te zien werden er mooie weefsels gemaakt – het doet denken aan de bijbelse ‘veelkleurige rok’. Wat opvalt bij de beelden zijn de dikke schapenwollen mantels/rokken. En het offerlam natuurlijk. Zo’n zelfde lam – maar dan gekerstend en een halve slag gedraaid – siert vanaf 1816 het gemeentewapen van Velsen. Daarbij zal zeker niet aan het Midden-Oosten zijn gedacht. Die nekversierselen op het fresco zijn ook interessant. Zilveren banden?

Reacties zijn gesloten.