
[Dertiende van zeventien blogjes over Constantijn de Grote (r.306-337). Het eerste was hier.]
We hebben al een groot deel van de regering van keizer Constantijn gevolgd: de jaren 306-325. Hij zou nog twaalf jaar aan de macht zijn, die gekenmerkt worden door degelijk beleid en steeds christelijker beleid. Dit is het moment om eens een balans op te maken van wat we weten over Constantijns bekering.
Zekerheid valt niet te krijgen, maar hij kan heel goed in Grand iets hebben waargenomen dat hem de indruk gaf de uitverkorene te zijn van Apollo Grannus, de genezende zonnegod. Dat visioen kwam op het perfecte moment, toen hij wist dat hij niets meer van Galerius en de andere tetrarchen mocht verwachten. Sindsdien stapelde het ene succes zich op het andere, te beginnen met de bliksemcampagne tegen Maxentius. In de daaropvolgende jaren raakte Constantijn steeds meer bij het christendom betrokken, deels doordat christenen als Lactantius hem beschouwden als geestverwant, deels door de Synode van Arles en andere vragen die hij te beantwoorden kreeg.
Het was betrekkelijk eenvoudig Apollo gelijk te stellen aan Christus. Niet alleen waren het allebei zonen van een allerhoogste god, ze waren ook allebei een licht der wereld en een genezer. Er was echter meer. In het antieke wereldbeeld draaiden de planeten, de maan en de zon om de aarde. Volgens een van de beroemdste filosofische mythen konden de hemelgoden omhoog rijden naar het hoogste punt van het hemelgewelf, waar een gat was waardoor ze de kosmos konden verlaten en plaatsnemen aan de buitenkant van de sfeer waarop de sterren stonden. Daar observeerden de hemelgoden dan een werkelijkheid die de kosmos oversteeg.noot Anders geformuleerd: zon, maan en planeten waren middelaars tussen de aarde en het transcendente. In de christelijke traditie had het Woord van God – Christus dus – dezelfde middelaarspositie.
Voor Constantijn waren Apollo, Christus en de zon dezelfde. Hij was niet de enige die het zo zag: nog aan het einde van de vierde eeuw, toen het christendom allang de dominante godsdienst was, konden de twee worden gelijkgesteld in een hymne waarin Christus werd begroet met de woorden Salve, o Apollo vere, “wees gegroet, ware Apollo”. De strijd die laatstgenoemde had geleverd tegen de draak Python werd hierin gelijkgesteld aan Christus’ strijd tegen het kwaad.noot Dit soort gedachten zal ook Constantijn hebben gehad, die zijn taken in de staatscultus op deze manier kon combineren met een voorkeur voor Christus.
Constantijn toonde zijn sympathie voor het christendom meer en meer. Nadat hij zijn zwager en rivaal Licinius had uitgeschakeld en meester was van diens provincies in het oosten, betoonde hij zich nog christelijker: de munten waarop hij zichzelf presenteerde als uitverkorene van de zonnegod, verdwenen en hij mengde zich in theologische aangelegenheden. In hoeverre dit kwam door persoonlijke overtuiging of door het feit dat hij nu veel meer christelijke onderdanen had is niet vast te stellen, maar het een sluit het ander niet uit.
In elk geval geldt dit: de hier geboden reconstructie van Constantijns religieuze ontwikkeling is gebaseerd op einfühlen en speculatie. Het door de keizer afgelegde traject is psychologisch misschien aannemelijk, maar de reconstructie blijft uiteindelijk subjectief.
[Dit was een bewerking/bekorting van een deel van het boek Het visioen van Constantijn, dat ik in 2018 samen met Vincent Hunink maakte. U kunt het nog bestellen. Wordt morgen vervolgd.]

XIII Gemina (2)
De Grafbasiliek in Jeruzalem
Tongeren
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.