Laat-antiek Thracië

Claudius II Gothicus (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

[Dit is het voorlaatste van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]

Crisis

Zoals ik in het vorige blogje zei, markeerde de regering van een uit Thracië afkomstige keizer, Maximinus Thrax, het begin van wat bekendstaat als de Crisis van de Derde Eeuw. Het wezenlijkste punt was een geleidelijke klimaatverandering, die de landbouw bemoeilijkte, meer mensen dwong om op het platteland te gaan werken, leidde tot een verkleining van het aantal ambachtslieden en (daarmee samenhangend) een verkleining van de betekenis van de steden. De belastinginkomsten namen af en dus hadden de keizers minder armslag. Er was minder handel en er was een epidemie.

Maar het meest opvallend: vijandelijke volken waren succesvoller dan in de voorafgaande tijd. Dat dwong tot grotere legers, die inflatoir werden gefinancierd. En het hielp simpelweg niet. De Griekse en Romeinse auteurs haalden de naam “Geten” uit de kast om hun tegenstanders te beschrijven: een eeuwenoude term voor de bewoners van wat inmiddels Moesia Inferior heette. Zulk archaïsme was niet ongebruikelijk, maar de keuze kan ook zijn ingegeven doordat een van de groepen invallers zich aanduidde als “Goten”. We lezen ook over Carpi en Sarmaten. We lezen dat Plovdiv – niet langer Moesia maar in het Thracische binnenland – werd geplunderd en dat keizer Decius omkwam in de strijd. Een nog niet zo heel lang geleden ontdekte palimpsest documenteert deze gebeurtenis.

Lees verder “Laat-antiek Thracië”

Nikolaas van Myra, zielzorger

De dood van Nikolaas van Myra (Antivouniotissa-museum, Korfu)

Het is vandaag 1689 of 1688 jaar geleden dat in het Lycische havenstadje Myra de bisschop overleed. Wat deze Nikolaas van Myra  overkwam tijdens zijn hemelvaart, is ronduit spectaculair, maar ik heb het al eens verteld. Vandaag wil ik het hebben over de christelijke gemeenschap die nu op zoek moest naar een nieuwe leider.

Verdeeld en vervolgd

Dat zal een kleine gemeenschap zijn geweest. In de derde eeuw, voordat keizer Constantijn de Grote de christenen tot eenheid dwong, was Christus op allerlei manieren vereerd geweest. Voor de meeste Romeinen – en dus ook voor de bewoners van Myra – was hij een van de vele goden die niet behoorden bij de officiële cultus, maar die je erbij kon nemen als dat je zo uitkwam.

Lees verder “Nikolaas van Myra, zielzorger”

Het einde van Valerianus

Valerianus (Archeologisch museum, Izmir)

Een christen zou zijn vijanden lief moeten hebben, maar een christen is ook maar een mens. Neem Lactantius. Kort nadat keizer Galerius in 311 op zijn doodsbed de christenvervolging had beëindigd en nadat diens opvolger Licinius in 313 de christenen compensatie had beloofd voor de door de vervolging toegebrachte schade, publiceerde Lactantius De dood van de vervolgers, waarin hij in geuren en kleuren beschreef hoe de vervolgers aan hun levenseinde waren gekomen. Galerius’ doodsbed zou één lange martelgang zijn geweest, maar Lactantius’ verslag zegt minder over wat er feitelijk gebeurde dan over wat de auteur de vervolger gunde (namelijk hetzelfde lot als jodenvervolger Antiochos IV Epifanesnoot2 Makkabeeën 9.5-9.).

En dan was er keizer Valerianus, die in 253 aan de macht was gekomen in een rijk dat op dat moment in crisis verkeerde. De inflatie gierde de bocht uit. Er waren diverse opstandelingen. De mijnen waren uitgeput. Een gruwelijke epidemie – vermoedelijk iets dat leek op ebola – had al tienduizenden slachtoffers gemaakt. Barbaarse stammen, zoals de Franken en de Goten, braken door. In het oosten was een nieuwe dynastie opgestaan, de Sassaniden uit Perzië, en die was een stuk agressiever dan de eerdere Arsakiden uit Parthen; koning Shapur had Antiochië al geplunderd. De Romeinse wereld leek gedoemd.

Lees verder “Het einde van Valerianus”

C13 | Constantijn als christelijke keizer

Constantijn de Grote (Metropolitan Museum, New York)

[Dertiende van zeventien blogjes over Constantijn de Grote (r.306-337). Het eerste was hier.]

We hebben al een groot deel van de regering van keizer Constantijn gevolgd: de jaren 306-325. Hij zou nog twaalf jaar aan de macht zijn, die gekenmerkt worden door degelijk beleid en steeds christelijker beleid. Dit is het moment om eens een balans op te maken van wat we weten over Constantijns bekering.

Zekerheid valt niet te krijgen, maar hij kan heel goed in Grand iets hebben waargenomen dat hem de indruk gaf de uitverkorene te zijn van Apollo Grannus, de genezende zonnegod. Dat visioen kwam op het perfecte moment, toen hij wist dat hij niets meer van Galerius en de andere tetrarchen mocht verwachten. Sindsdien stapelde het ene succes zich op het andere, te beginnen met de bliksemcampagne tegen Maxentius. In de daaropvolgende jaren raakte Constantijn steeds meer bij het christendom betrokken, deels doordat christenen als Lactantius hem beschouwden als geestverwant, deels door de Synode van Arles en andere vragen die hij te beantwoorden kreeg.

Lees verder “C13 | Constantijn als christelijke keizer”

C06 | De dood van Galerius

Galerius Maximianus (Bode Museum, Berlijn)

[Zesde van zeventien blogjes over Constantijn de Grote (r.306-337). Het eerste was hier.]

Constantijn baseerde zijn macht op zijn troepen en op een netwerk in westelijk Europa dat hij had geërfd van zijn vader Constantius I Chlorus: de bestuurders van Gallische provincies en steden, officieren van de Britse legers en van de Rijnlegers, priesters van de diverse culten, bondgenoten onder de Franken en andere Germaanse groepen. Al die mensen moeten die dag in 310 in Trier, toen de feestredenaar vertelde dat Constantijn de uitverkorene was van de zonnegod Apollo, de implicatie hebben begrepen: dat hun keizer de Tetrarchie en haar goden had afgewezen.

Sommigen zullen hebben geconcludeerd dat Constantijn uit was op oorlog met Galerius, Licinius en Maximinus Daia. Anderen zullen hebben tegengeworpen dat zo’n campagne Constantijns flanken zou openleggen voor een aanval vanuit Italië, waar Maxentius nog altijd aan de macht was. Lag het niet voor de hand eerst de Alpen over te trekken?

Lees verder “C06 | De dood van Galerius”

C03 | De conferentie te Carnuntum

Gedenksteen van de conferentie te Carnuntum (Museum Carnuntinum, Bad Deutsch-Altenburg)

[Derde van zeventien blogjes over Constantijn de Grote (r.306-337). Het eerste was hier.]

In het vorige blogje vertelde ik hoe in 306-308 na Chr. een complexe politieke situatie was ontstaan, met in het westen Constantijn als in het oosten niet erkende augustus, Maxentius als rebel en Maximianus als augustus, en in het oosten Galerius als augustus en Maximinus Daia als caesar. Maximianus had vergeefs geprobeerd zijn zoon Maxentius af te zetten, maar dat was mislukt en hij had ernstig prestigeverlies geleden.

Conferentie te Carnuntum

Ook Galerius leed prestigeverlies. Zijn interventie in Italië in 307 was mislukt en dat had zijn reputatie weinig goed gedaan. Het leek alsof de Tetrarchie, die stabiliteit had moeten brengen, op het punt stond te worden vervangen door het recht van de sterkste. Om het systeem te redden moest worden gesproken met gezag. Daarom nodigde Galerius zijn voormalige superieur Diocletianus uit om zijn licht over de situatie te laten schijnen. In Carnuntum, even ten oosten van Wenen, vond in november 308 een conferentie plaats waarbij Diocletianus, Galerius en Maximianus, de enigen die ooit onomstreden augustus waren geweest, beslisten wat er moest gebeuren. Maximianus trad opnieuw af en zegde toe zich terug te trekken in de Provence.

Lees verder “C03 | De conferentie te Carnuntum”

C02 | Constantijn en de Tetrarchie

De Tetrarchie bestond uit vier keizers die het Romeinse Rijk bestuurden (San Marco, Venetië)

[Tweede van zeventien blogjes over Constantijn de Grote (r.306-337). Het eerste was hier.]

Ik vertelde gisteren hoe keizer Constantijn in 306 tot augustus werd uitgeroepen, dat zijn constitutionele positie onduidelijk was, dat hij een demotie tot caesar had geaccepteerd en dat ook anderen van de situatie gebruik hadden gemaakt om zich tot keizer uit te roepen. Eén daarvan, de door de oostelijke augustus Galerius en Constantijn erkende Severus II, was gevangen genomen.

Voor Constantijn vormde de gebeurtenis de aanleiding om zich anders te gaan presenteren. Opnieuw vormen de mijlpalen het bewijs: ze vermelden Constantijn niet langer als caesar van augustus Severus, maar duiden hem aan als caesar en zoon van keizer Constantius. Anders gezegd: de macht was niet aan hem gedelegeerd door een hoger lid van de Tetrarchie, maar was hem nagelaten door zijn vergoddelijkte vader.

Lees verder “C02 | Constantijn en de Tetrarchie”

C01 | Constantijn wordt keizer

Constantijn de Grote (Bodemuseum, Berlijn)

De officier die in 306 door de soldaten tot keizer werd uitgeroepen, de man die wij Constantijn de Grote noemen, was ruim dertig jaar oud en opvallend bereisd. Terwijl zijn vader Constantius I Chlorus als de caesar van de augustus Maximianus in het westen was gebleven en bijvoorbeeld te Windisch een zege had geboekt op de Alamannen, had Constantijn als stafofficier deelgenomen aan de campagnes waarmee caesar Galerius de Sassanidische Perzen had gedwongen tot een voor de Romeinen voordelig vredesverdrag. Vele jaren later zou Constantijn herinneringen ophalen aan zijn bezoek aan de ruïnestad Babylon.noot Toespraak tot de vergadering der heiligen 16.

In 301 was Constantijn in Diocletianus’ gezelschap naar Egypte gereisd, waar hij wellicht heeft gezien hoe manicheeërs op de brandstapel belandden. Vier jaar later, kort nadat Constantius en Galerius de oude augusti Diocletianus en Maximianus hadden opgevolgd, had Constantijn deelgenomen aan Galerius’ campagne tegen de Sarmaten, een volk aan de Beneden-Donau. In die oorlog zou hij zich hebben onderscheiden in een ruitergevecht en een aanval hebben geleid door een moeras.

Lees verder “C01 | Constantijn wordt keizer”

De christenvervolging van Constantius I

Constantius I Chlorus (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

Ik vertelde in het vorige blogje over de door de augusti Diocletianus en Maximianus ontketende christenvervolging. Het staat vast dat ook de caesar Galerius betrokken is geweest bij deze golf van anti-christelijk geweld. Hij zou er ook een einde aan maken. Uiteraard niet als caesar, want caesares hadden geen wetgevende bevoegdheid. Het gebeurde pas later.

Galerius’ vervolging

Eerst traden Diocletianus en Maximianus op 1 mei 305 af. Het is opmerkelijk dat ze het niet deden in één ceremonie, waar ze elkaar in de gaten konden houden. Nee, in volledig wederzijds vertrouwen presenteerden ze op twee plaatsen hun opvolgers aan de troepen. Hoezeer de tijden waren veranderd blijkt wel uit het feit dat de senatoren, die eeuwenlang de belichaming van de legitimiteit waren geweest, er niet aan te pas kwamen. Het leger belichaamde voortaan de legitimiteit. Het was gescheiden van de civiele wereld en soldaten presenteerden zich ook minder en minder als burgers en meer en meer als militairen. Ook als ze niet aan de grens verbleven, droegen ze bijvoorbeeld Germaanse mantelspelden. De veronderstelde “barbarisering” van het vierde-eeuwse Romeinse leger is dus feitelijk een fata morgana.

Lees verder “De christenvervolging van Constantius I”

De christenvervolging van Diocletianus

Diocletianus (Archeologische Musea, Istanbul)

Ik blogde onlangs dat de christenvervolgingen tijden de Crisis van de Derde Eeuw niet waren wat ze leken. Degene die opmerkte dat dat niet gold voor de vervolging ten tijde van de Tetrarchie, heeft een overschot aan gelijk. De twee augusti, Diocletianus en Maximianus, introduceerden een nieuw systeem voor de opvolging en hervormden het bestuur, wat ze legitimeerden door zichzelf te presenteren als de uitverkorenen van Jupiter en Hercules. Deze twee al populaire goden kwamen meer dan ooit centraal te staan in de staatscultus.

Op deze hervorming volgde een christenvervolging, hoewel die er niet rechtstreeks mee samenhing. Het had er meer mee te maken dat een echte Romein werd geacht te offeren aan echt Romeinse goden. De manicheeërs, die een profeet volgden die een generatie eerder had geleefd in het Perzische Rijk, golden bijvoorbeeld als verdacht. In het voorjaar van 302 gelastte Diocletianus, die op dat moment in Alexandrië was, dat ze levend moesten worden verbrand.noot Vergelijking van de wetten van Mozes en de Romeinen 15.3. De christenen waren een jaar later aan de beurt. Het vervolgingsbesluit uit februari 303 moet hen hebben overvallen, want ze mochten hun geloof al ruim veertig jaar openlijk belijden en hadden kerken gebouwd zonder dat iemand daar – althans voor zover bekend – aanstoot aan had genomen. Wie de verslagen leest, kan navoelen hoe onverwacht het kwam.

Lees verder “De christenvervolging van Diocletianus”