De verdwijning van het keizerschap

Valentinianus II (Bodemuseum, Berlijn)

Eén van de kwesties die tot vervelens toe terugkeren, is die van de zogenaamde val van het Romeinse Rijk. Wanneer mensen daarover beginnen, gaat het eigenlijk steevast over de verdwijning van het keizerlijk gezag in westelijk Europa in de loop van de vijfde eeuw na Chr. Op andere terreinen overheerste de continuïteit. Jeroen Wijnendaele wijdde er een tijdje geleden op Twitter een draadje aan, waarin hij het interne geweld centraal stelde.

***

1. De vraag wat de oorzaak was van de verdwijning van het keizerschap uit de westelijke provincies van het Romeinse Rijk, kan verder worden verfijnd. Keizer Justinianus herstelde immers het keizerlijk gezag over diverse westelijke regio’s (inclusief Rome). Zijn opvolgers regeerden nog eeuwenlang over delen van Italië. In Apulië zelfs een half millennium!

2. Waar we uiteindelijk mee te maken hebben, is niet de verdwijning van het keizerlijke gezag, maar de verdwijning van het West-Romeinse keizerschap als zodanig. Dit verdwijnt eind vijfde eeuw en zal nooit meer terugkeren. Als we het hebben over “de val van Rome”, dan gaat het feitelijk hierom. Dus wat gebeurde er?

Lees verder “De verdwijning van het keizerschap”

Oost en West

Het missorium van Theodosius, met naast hem Valentinianus II en Arcadius: drie keizers in oost en west (Archeologisch Museum, Mérida)

Het zestiende hoofdstuk van het handboek van De Blois en Van der Spek zou beter in tweeën gesplitst kunnen worden.noot Net als het voorgaande, dat beter verdeeld kan worden in een hoofdstuk over het politieke systeem van de Vroege Keizertijd en een hoofdstuk over sociale, economische en religieuze aspecten. De eerste helft van hoofdstuk zestien zou dan kunnen gaan over de Crisis van de Derde Eeuw tot en met Constantijn, en de tweede helft zou dan de Late Oudheid behandelen.

Periodisering

Een eerste punt is hier dat van de periodisering. De geleerden van de Renaissance introduceerden een drieslag: eerst was er de Oudheid (goed), toen waren er de Middeleeuwen (niet goed) en tot slot was er de Nieuwe Tijd, waarin men aansluiting zocht bij de Oudheid. Die verdeling is sindsdien grotendeels gehandhaafd, maar is uiteraard problematisch. Elke begrenzing schept grensgevallen. De laatste tijd leggen historici vooral de nadruk op de continuïteit van Constantijn tot Karel de Grote en schuiven ze de late Romeinse tijd en de Vroege Middeleeuwen ineen tot een nieuw tijdvak, de Late Oudheid. Daarna beginnen de Arabische en Latijnse bronnen even rijk te stromen als de Griekse en is er definitief een einde gekomen aan de Oudheid, die we definiëren als de tijd waarin we naast de archeologie wel bronnen hebben maar onvoldoende voor echte geschiedschrijving.

Lees verder “Oost en West”

C13 | Constantijn als christelijke keizer

Constantijn de Grote (Metropolitan Museum, New York)

[Dertiende van zeventien blogjes over Constantijn de Grote (r.306-337). Het eerste was hier.]

We hebben al een groot deel van de regering van keizer Constantijn gevolgd: de jaren 306-325. Hij zou nog twaalf jaar aan de macht zijn, die gekenmerkt worden door degelijk beleid en steeds christelijker beleid. Dit is het moment om eens een balans op te maken van wat we weten over Constantijns bekering.

Zekerheid valt niet te krijgen, maar hij kan heel goed in Grand iets hebben waargenomen dat hem de indruk gaf de uitverkorene te zijn van Apollo Grannus, de genezende zonnegod. Dat visioen kwam op het perfecte moment, toen hij wist dat hij niets meer van Galerius en de andere tetrarchen mocht verwachten. Sindsdien stapelde het ene succes zich op het andere, te beginnen met de bliksemcampagne tegen Maxentius. In de daaropvolgende jaren raakte Constantijn steeds meer bij het christendom betrokken, deels doordat christenen als Lactantius hem beschouwden als geestverwant, deels door de Synode van Arles en andere vragen die hij te beantwoorden kreeg.

Lees verder “C13 | Constantijn als christelijke keizer”

C06 | De dood van Galerius

Galerius Maximianus (Bode Museum, Berlijn)

[Zesde van zeventien blogjes over Constantijn de Grote (r.306-337). Het eerste was hier.]

Constantijn baseerde zijn macht op zijn troepen en op een netwerk in westelijk Europa dat hij had geërfd van zijn vader Constantius I Chlorus: de bestuurders van Gallische provincies en steden, officieren van de Britse legers en van de Rijnlegers, priesters van de diverse culten, bondgenoten onder de Franken en andere Germaanse groepen. Al die mensen moeten die dag in 310 in Trier, toen de feestredenaar vertelde dat Constantijn de uitverkorene was van de zonnegod Apollo, de implicatie hebben begrepen: dat hun keizer de Tetrarchie en haar goden had afgewezen.

Sommigen zullen hebben geconcludeerd dat Constantijn uit was op oorlog met Galerius, Licinius en Maximinus Daia. Anderen zullen hebben tegengeworpen dat zo’n campagne Constantijns flanken zou openleggen voor een aanval vanuit Italië, waar Maxentius nog altijd aan de macht was. Lag het niet voor de hand eerst de Alpen over te trekken?

Lees verder “C06 | De dood van Galerius”

C03 | De conferentie te Carnuntum

Gedenksteen van de conferentie te Carnuntum (Museum Carnuntinum, Bad Deutsch-Altenburg)

[Derde van zeventien blogjes over Constantijn de Grote (r.306-337). Het eerste was hier.]

In het vorige blogje vertelde ik hoe in 306-308 na Chr. een complexe politieke situatie was ontstaan, met in het westen Constantijn als in het oosten niet erkende augustus, Maxentius als rebel en Maximianus als augustus, en in het oosten Galerius als augustus en Maximinus Daia als caesar. Maximianus had vergeefs geprobeerd zijn zoon Maxentius af te zetten, maar dat was mislukt en hij had ernstig prestigeverlies geleden.

Conferentie te Carnuntum

Ook Galerius leed prestigeverlies. Zijn interventie in Italië in 307 was mislukt en dat had zijn reputatie weinig goed gedaan. Het leek alsof de Tetrarchie, die stabiliteit had moeten brengen, op het punt stond te worden vervangen door het recht van de sterkste. Om het systeem te redden moest worden gesproken met gezag. Daarom nodigde Galerius zijn voormalige superieur Diocletianus uit om zijn licht over de situatie te laten schijnen. In Carnuntum, even ten oosten van Wenen, vond in november 308 een conferentie plaats waarbij Diocletianus, Galerius en Maximianus, de enigen die ooit onomstreden augustus waren geweest, beslisten wat er moest gebeuren. Maximianus trad opnieuw af en zegde toe zich terug te trekken in de Provence.

Lees verder “C03 | De conferentie te Carnuntum”

C02 | Constantijn en de Tetrarchie

De Tetrarchie bestond uit vier keizers die het Romeinse Rijk bestuurden (San Marco, Venetië)

[Tweede van zeventien blogjes over Constantijn de Grote (r.306-337). Het eerste was hier.]

Ik vertelde gisteren hoe keizer Constantijn in 306 tot augustus werd uitgeroepen, dat zijn constitutionele positie onduidelijk was, dat hij een demotie tot caesar had geaccepteerd en dat ook anderen van de situatie gebruik hadden gemaakt om zich tot keizer uit te roepen. Eén daarvan, de door de oostelijke augustus Galerius en Constantijn erkende Severus II, was gevangen genomen.

Voor Constantijn vormde de gebeurtenis de aanleiding om zich anders te gaan presenteren. Opnieuw vormen de mijlpalen het bewijs: ze vermelden Constantijn niet langer als caesar van augustus Severus, maar duiden hem aan als caesar en zoon van keizer Constantius. Anders gezegd: de macht was niet aan hem gedelegeerd door een hoger lid van de Tetrarchie, maar was hem nagelaten door zijn vergoddelijkte vader.

Lees verder “C02 | Constantijn en de Tetrarchie”

C01 | Constantijn wordt keizer

Constantijn de Grote (Bodemuseum, Berlijn)

De officier die in 306 door de soldaten tot keizer werd uitgeroepen, de man die wij Constantijn de Grote noemen, was ruim dertig jaar oud en opvallend bereisd. Terwijl zijn vader Constantius I Chlorus als de caesar van de augustus Maximianus in het westen was gebleven en bijvoorbeeld te Windisch een zege had geboekt op de Alamannen, had Constantijn als stafofficier deelgenomen aan de campagnes waarmee caesar Galerius de Sassanidische Perzen had gedwongen tot een voor de Romeinen voordelig vredesverdrag. Vele jaren later zou Constantijn herinneringen ophalen aan zijn bezoek aan de ruïnestad Babylon.noot Toespraak tot de vergadering der heiligen 16.

In 301 was Constantijn in Diocletianus’ gezelschap naar Egypte gereisd, waar hij wellicht heeft gezien hoe manicheeërs op de brandstapel belandden. Vier jaar later, kort nadat Constantius en Galerius de oude augusti Diocletianus en Maximianus hadden opgevolgd, had Constantijn deelgenomen aan Galerius’ campagne tegen de Sarmaten, een volk aan de Beneden-Donau. In die oorlog zou hij zich hebben onderscheiden in een ruitergevecht en een aanval hebben geleid door een moeras.

Lees verder “C01 | Constantijn wordt keizer”

De christenvervolging van Constantius I

Constantius I Chlorus (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

Ik vertelde in het vorige blogje over de door de augusti Diocletianus en Maximianus ontketende christenvervolging. Het staat vast dat ook de caesar Galerius betrokken is geweest bij deze golf van anti-christelijk geweld. Hij zou er ook een einde aan maken. Uiteraard niet als caesar, want caesares hadden geen wetgevende bevoegdheid. Het gebeurde pas later.

Galerius’ vervolging

Eerst traden Diocletianus en Maximianus op 1 mei 305 af. Het is opmerkelijk dat ze het niet deden in één ceremonie, waar ze elkaar in de gaten konden houden. Nee, in volledig wederzijds vertrouwen presenteerden ze op twee plaatsen hun opvolgers aan de troepen. Hoezeer de tijden waren veranderd blijkt wel uit het feit dat de senatoren, die eeuwenlang de belichaming van de legitimiteit waren geweest, er niet aan te pas kwamen. Het leger belichaamde voortaan de legitimiteit. Het was gescheiden van de civiele wereld en soldaten presenteerden zich ook minder en minder als burgers en meer en meer als militairen. Ook als ze niet aan de grens verbleven, droegen ze bijvoorbeeld Germaanse mantelspelden. De veronderstelde “barbarisering” van het vierde-eeuwse Romeinse leger is dus feitelijk een fata morgana.

Lees verder “De christenvervolging van Constantius I”

De christenvervolging van Diocletianus

Diocletianus (Archeologische Musea, Istanbul)

Ik blogde onlangs dat de christenvervolgingen tijden de Crisis van de Derde Eeuw niet waren wat ze leken. Degene die opmerkte dat dat niet gold voor de vervolging ten tijde van de Tetrarchie, heeft een overschot aan gelijk. De twee augusti, Diocletianus en Maximianus, introduceerden een nieuw systeem voor de opvolging en hervormden het bestuur, wat ze legitimeerden door zichzelf te presenteren als de uitverkorenen van Jupiter en Hercules. Deze twee al populaire goden kwamen meer dan ooit centraal te staan in de staatscultus.

Op deze hervorming volgde een christenvervolging, hoewel die er niet rechtstreeks mee samenhing. Het had er meer mee te maken dat een echte Romein werd geacht te offeren aan echt Romeinse goden. De manicheeërs, die een profeet volgden die een generatie eerder had geleefd in het Perzische Rijk, golden bijvoorbeeld als verdacht. In het voorjaar van 302 gelastte Diocletianus, die op dat moment in Alexandrië was, dat ze levend moesten worden verbrand.noot Vergelijking van de wetten van Mozes en de Romeinen 15.3. De christenen waren een jaar later aan de beurt. Het vervolgingsbesluit uit februari 303 moet hen hebben overvallen, want ze mochten hun geloof al ruim veertig jaar openlijk belijden en hadden kerken gebouwd zonder dat iemand daar – althans voor zover bekend – aanstoot aan had genomen. Wie de verslagen leest, kan navoelen hoe onverwacht het kwam.

Lees verder “De christenvervolging van Diocletianus”

Het late Romeinse Rijk

Diocletianus en Maximianus, de architecten van het late Romeinse Rijk (Bode Museum, Berlijn)

Ik gaf u gisteren een overzicht van de Tetrarchie: twee keizers, de augusti, die als co-managers samenwerkten met hun kroonprinsen, de caesares. Ik vertelde al dat het Romeinse Rijk, dat in theorie altijd een eenheid bleef, in twee helften uiteen begon te vallen: een Griekstalige met oude steden en een Latijntalige, waar de urbanisatie minder grondig was. Er zijn overigens nog volop momenten geweest waarop er slechts één augustus was die heerste over beide rijkshelften. Maar wat, afgezien van het bestuurssysteem, veranderden de twee augusti Diocletianus en Maximianus?

De curiales

De Crisis van de Derde Eeuw had aanzienlijke schade achtergelaten. Niet overal op elk moment evenveel, en sommige streken (zoals de Maghreb) kwamen er juist beter vanaf, maar grosso modo waren de omstandigheden niet bepaald geweldig. In Een kennismaking met de oude wereld wijzen Luuk de Blois en Bert van der Spek erop dat de lokale elites het hard voor de kiezen hadden gekregen. Deze mensen, die we aanduidden als curiales, stonden in elke stad met hun persoonlijke vermogen borg voor allerlei gemeentelijke uitgaven em de vaste belastingafdracht . Hun probleem was dat enerzijds de kosten van bijvoorbeeld het onderhoud van een stadsmuur constant waren terwijl de centrale overheid meer geld nodig had om een vergroot leger te financieren, terwijl anderzijds de steden kampten met bevolkingsafname, en dus minder belastingbetalers.

Lees verder “Het late Romeinse Rijk”