
[Veertiende van zeventien blogjes over Constantijn de Grote (r.306-337). Het eerste was hier.]
Constantijns vicennalia, het feest van zijn twintigste regeringsjaar, eindigden in Rome. In deze jaren bouwde hij op de Vaticaanse heuvel in het westen de Sint-Pieter, terwijl hij op de Esquilijn in het oosten de Sint-Jan van Lateranen liet bouwen in een oud keizerlijk paleis. In het zuiden verrees de Sint-Paulus buiten de Muren. De bouw van deze christelijke basilieken leent zich voor tweeërlei uitleg: het is denkbaar dat Constantijn bescheiden aan de randen van de stad bouwde en het christendom niet wilde opdringen aan de bewoners van Rome; het is echter eveneens denkbaar dat hij de kerken plaatste op heuveltoppen om de mensen in te peperen dat het christendom had gezegevierd. Zoals meestal is er geen eenduidig antwoord.
Een extra residentie
Andere bouwprojecten uit deze jaren waren de Grafbasiliek in Jeruzalem en de Geboortekerk in Betlehem. Ook de forten langs de oostgrens werden versterkt. Het voornaamste bouwproject was echter de extra residentie, die bekend is komen staan als Constantinopel. Het ritueel waarmee de bouw in 324 was begonnen was heidens geweest. Sindsdien waren er nieuwe stadsmuren gebouwd en op 11 mei 330 werd de residentie plechtig ingewijd, opnieuw met een grotendeels heidens ritueel. Bij die gelegenheid werd ook het nieuwe forum in gebruik genomen, dat was aangelegd rond een porfieren zuil met daarop een beeld van de zonnegod. Het had de gelaatstrekken van Constantijn.

Even verderop was het paleis. Omdat de Blauwe Moskee over de resten is gebouwd, is archeologisch onderzoek onmogelijk, maar het staat vast dat het paleis de elementen bevatte die aanwezig waren in elke keizerlijke residentie: woonverblijven, een werkgedeelte, een basiliek, een badhuis en vertrekken voor de ambtenaren. Het was de zoveelste keizerlijke residentie, alleen dit keer niet voor een tetrarch. Dat Constantijn de hoofdstad van Rome naar Constantinopel zou hebben verplaatst, zoals het NRC onlangs beweerde, is quatsch en gaat terug op een middeleeuwse vervalsing, de zogeheten Constantijnse Schenking.
De zonnegod
Een hippodroom ontbrak niet. Die vormde in feite het middelpunt van de vernieuwde stad: ten zuidoosten ervan lag het paleis, ten noordoosten ervan waren de woonwijken. Middenin de paardenracebaan – en dus middenin de stad en middenin de Romeinse wereld – zou een Egyptische obelisk hebben moeten verrijzen, al duurde het nog zestig jaar voor het gevaarte daadwerkelijk werd overgevaren naar Constantinopel.
De keuze van een obelisk als symbolisch centrum van Constantijns rijk was geen toeval. De Romeinen beschouwden obelisken, die voor de oude Egyptenaren een visualisering waren geweest van een zonnestraal, als symbool van de zonnegod. Even verderop verrees de kerk van de Heilige Vrede. De stad stond onder bescherming van het licht der wereld in al zijn verschijningsvormen.

Andere goden
Niet dat de lichtgod de enige godheid in Constantinopel was. De christelijke auteur Hieronymus schrijft in zijn kroniek van de wereldgeschiedenis dat vrijwel elke andere stad werd uitgekleed om Constantijns residentie aan te kleden. Eusebios valt hem bij: de keizer haalde overal beelden van de oude goden weg om Constantinopel te versieren.noot Dat presenteert Eusebios als een aanval op het heidendom, maar het is goed denkbaar dat de heidenen hun beelden weliswaar misten, maar de verplaatsing van hun goden naar de residentie beschouwden als promotie.
Het is onduidelijk of bewoners en bezoekers Constantinopel destijds ervoeren als een museum vol heidense goden of als een christelijke schepping vol oude sculptuur. Evenmin is bekend of Rome werd ervaren als heidens met aan de randen wat christelijke kerken of als een door het christendom gedomineerde stad. Wat vaststaat is dat het christendom niet meer uit de openbare ruimte viel weg te denken.
[Dit was een bewerking/bekorting van een deel van het boek Het visioen van Constantijn, dat ik in 2018 samen met Vincent Hunink maakte. U kunt het nog bestellen. Wordt vanmiddag vervolgd.]

De Codex Sinaiticus
De Kushana’s
De joodse Diaspora (2)
“in het oosten de Sint-Jan van Lateranen liet bouwen in een oud keizerlijk paleis”
Hela, niet zomaar ‘een oud paleis’. Ooit wel was het een paleis van de ‘gens laterani’, maar delen waren veranderd in een fort tijdens de regering van Septimius Severus als Castra Nova equitum singularium, Dit was een eeuw later de bereden lijfwacht van Maxentius, die (samen met de Praetorianen) door Constantijn ontmanteld werden na zijn zege bij de Milvische brug.
Zinvol dus om juist dit gebouw een andere bestemming te geven. Al duurde dit even – het paleisgedeelte was in het bezit van Fausta, zus van Maxentius en later gehuwd met Constantijn. Ik vind de theorie van Zosimus dat Constantijn vergeving zocht middels het Christelijk geloof voor de moord op o.a. Fausta wel interessant, maar de consecratie van de kerk wordt op 424 gezet, en dat was 2 jaar vóór de dood van Fausta.
Een bekend beeld (letterlijk en figuurlijk) is de Statua Colossale di Costantino I (colossus van Constantijn I), van welk begin dit jaar een reconstructie is onthuld.
Het valt echter te betwijfelen of het beeld door/voor Constantijn gemaakt werd. Sowieso is het mogelijk dat het een omwerking was van een beeld van Jupiter uit diens tempel, maar mogelijk was Constantijn niet de eerste ‘bewerker’, maar volgde hij zijn overwonnen rivaal Maxentius . Het is zelfs mogelijk dat de eerste versie van Maxentius was.
Dit is wat mijn vriend Marco Cecini, historicus uit Rome, over het beeld te zeggen heeft:
“The statue was found inside the Basilica of Massenzio, and this already says a lot. The original hairstyle, is totally compatible with the one that Massenzio displays in coins and in the statues attributed to him. The nose, although the line of the hump is strongly accentuated probably for perspective reasons, since the statue rose over 13 meters from the line of the observer, is totally overlap with that of the sculptural portrait of Massenzio from the Dresden Museum. The jaws and chin still show the “punching” from the removal of a previous short beard, which was supposed to be the one of the previous statue owner. And it doesn’t appear to me that Jupiter had a short beard. The “Gioviana” pose is justifiable for Massentius more than for any other emperor of the period, since Massentius’ recall to the Principality of Augustus is clear and obvious: he will call himself “Princeps”, like Augustus, already in 306, he will decide to reside in Rome, by Senator Primus inter Pares who was, being a “vir clarissimus” unlike his fellow Tetrarchs, and will even go to have his imperial insignia buried inside the Curiae Vetres, exactly where according to ancient sources Augustus was born.”
Onthulling van de reconstructie:
https://www.museicapitolini.org/it/mostra-evento/statua-colossale-di-costantino#:~:text=Dal%206%20febbraio%202024%20nel,Colosso%20in%20scala%201%3A1.