De Bekaavallei

De Bekaavallei

Zo nu en dan haalt de Bekaavallei (wat je in het Libanees overigens uitspreekt als Be’aa) het Nederlandse of Belgische nieuws. En dat is meestal geen goed nieuws. Het betekent doorgaans dat Israëlische straaljagers stellingen hebben gebombardeerd van de Hezbollah, een door Iran bewapende en gesteunde sji’itische militie, die zich ten doel heeft gesteld een einde te maken aan de zionistische entiteit in Palestina. De Bekaavallei was al in de eerste jaren van de Libanese Burgeroorlogen het doelwit van zulke acties.

Van noord naar zuid

Zo is het ook vroeger geweest en zo zal het ook nog wel even zijn, want de Bekaavallei is van enig strategisch belang. Het is namelijk een belangrijke noord-zuid-verbinding. Ook heden ten dage is, zelfs wanneer er geen grenzen zouden zijn, de kustweg van Turkije naar Egypte moeilijk begaanbaar. De Libanonbergen reiken namelijk in het westen tot aan de zee. Daarom is, voor wie uit Turkije naar het zuiden reist, de weg door het binnenland, aan de oostelijke zijde van het gebergte, het eenvoudigste. Je reist dan als het ware door een sleuf, van de zee gescheiden door de Libanon, en van de Syrische woestijn gescheiden door de Antilibanon. Anders geformuleerd: de weg van Antiochië (het huidige Antakya) naar het zuiden loopt door een slenk. Feitelijk is de Bekaa het noordelijkste deel van de verzameling slenken die zich uitstrekt tot in Mozambique.

Lees verder “De Bekaavallei”

Romeins Judea (4 v.Chr. – 41 na Chr.)

Judea op de Peutinger-landkaart; middenin Jeruzalem, rechts Neapolis, de hoofdstad van Samaria

Een nieuwe zondag, een nieuw stukje over het Nieuwe Testament. En vandaag wil ik het eens hebben over het Romeinse bestuur van Judea. Ik weet niet hoe vaak ik het erover heb gehad, maar het mag wel wat toelichting.

Eerst maar even de korte inhoud van het voorafgaande. In de winter van 5/4 v.Chr. overleed koning Herodes de Grote en daarop verdeelde keizer Augustus het Joodse koninkrijk over drie zonen van de overledene. Dat koninkrijk was een samenraapsel van hellenistische steden, halfnomadische stammen, onbewoonde gebieden en een tempelstaatje, dus opsplitsing was minder dramatisch dan het lijkt. De verdeling was ook maar ten dele ingegeven door “verdeel en heers”, zoals we in een moment zullen zien.

  • Judea – dat wil zeggen: het tempelstaatje Jeruzalem – kwam in handen van Herodes Archelaos, die ook het aloude Samaria en enkele havensteden in handen kreeg. Verder regeerde hij over de Idumeeërs in het zuiden. De meeste mensen golden als Joden en hij gold daarom als de Joodse ethnarch, “volksleider”.
  • Zijn broer Herodes Antipas regeerde als tetrarch, “deelvorst”, over het noordelijke Galilea. Hij kreeg ook de vrijwel onbevolkte oostkust van de Dode Zee, waar zijn tetrarchie grensde aan het rijk van de Nabateeërs.
  • Tot slot was er hun halfbroer Filippos, die als tetrarch regeerde over de Golanhoogte en aangrenzende oostelijke nomadenstammen.

Lees verder “Romeins Judea (4 v.Chr. – 41 na Chr.)”

De monniken van Ierland

Clonmacnoise, een oud Iers klooster

Ik vertelde al eerder dat de zesde eeuw een grote crisis markeerde. De antieke cultuur liep ten einde. In West-Europa was bijvoorbeeld de financiering van de scholen, die ooit in elke stad in het Romeinse Rijk hadden gestaan, problematisch geworden. Dat de kunst van het lezen en schrijven dreigde te verdwijnen, blijkt wel uit kerkelijke richtlijnen betreffende ongeletterde geestelijken. Ook ontbraken de middelen om versleten boeken te kopiëren, zodat de bibliotheken in verval raakten. In Sevilla was bisschop Isidorus de koning te rijk met zijn vierhonderd boeken, terwijl zijn tijdgenoot paus Gregorius in Rome met moeite één bibliotheek geopend kon houden. In Tours begon zijn naamgenoot, bisschop Gregorius, zijn Geschiedenis van de Franken met de vaststelling:

De schrijfcultuur in Gallië is in verval en zelfs op sterven na dood. Intussen wisselen goed en kwaad elkaar af: volksstammen gaan barbaars tekeer, koningen razen als nooit tevoren, ketters vallen kerken aan, rechtgelovigen verdedigen ze, het christendom telt vele vurige aanhangers, maar ook tal van afvalligen, kerken worden door vrome mensen rijkelijk begiftigd en door ongelovigen leeggeroofd. En toch is er geen enkel getalenteerd auteur om dit alles in proza of in poëzie te beschrijven. Hoe vaak heb ik de klacht niet gehoord: “Wat een tijd! De letteren zijn verdwenen en er is niemand meer om de gebeurtenissen van vandaag te boek te stellen!”

Vaak heb ik over deze en andere verzuchtingen nagedacht. Ten slotte besloot ik zelf iets te doen om het verleden bij het nageslacht levendig te houden. Ondanks mijn gebrekkige stijl kon ik het niet laten de twisten van booswichten en het leven van rechtschapen mensen op te tekenen.noot Gregorius van Tours, Geschiedenis van de Franken, proloog; vert. Jef Ector.

Lees verder “De monniken van Ierland”

De rand van de oude wereld: Al-‘Ula

De omgeving van Al-‘Ula

Zoals u wellicht weet, proberen de Arabische oliestaten zich aan te passen aan een wereld waarin de petroleumdollars niet langer als vanzelf binnenstromen. Men investeert in groene technologieën, zet in op scholing, ontwikkelt filmstudio’s en haalt toeristen binnen. Saoedi-Arabië heeft het noordwesten, dat grenst aan Jordanië en de Rode Zee, aangewezen als ontwikkelingszone. Daar strekt de Al-‘Ula-oase zich uit over een lengte van ongeveer veertig kilometer. Althans, dat heb ik gelezen; ik ben nog nooit in Saoedi-Arabië geweest. In elk geval is het gebied weliswaar droog, maar zijn er flashfloods; wie dammen, qanats (ondergrondse waterleidingen) en cisternen bouwt, kan het water goed beheren en boomgaarden aanleggen. Denk aan palmbomen.

Dedan / Lihyan

Binnen de oase zijn diverse nederzettingen, die zich in de Vroege IJzertijd ontwikkelden tot het vroege koninkrijkje Dedan. De voornaamste nederzetting is geïdentificeerd bij Al-Khuraybah. Het is hetzelfde proces als waarmee in het noorden Edom, Moab, Ammon, Juda en Israël ontstonden. Hoewel onze informatie beperkt is, zijn diverse monumenten geïdentificeerd, zoals de tempel voor Dhu Ghaybah, de god van het water en de landbouw. De inscripties zijn geschreven in een alfabet en een taal die we Dedanitisch noemen. De Arabische taal arriveerde pas later.

Lees verder “De rand van de oude wereld: Al-‘Ula”

Romeins Jeruzalem

Laat-Romeins Jeruzalem op een mozaïek uit Madaba

[Dit is het tweede van drie blogjes over wat een toerist kan bekijken in Jeruzalem. Het eerste was hier.]

Vroeg-Romeins Jeruzalem

Waren de archeologische resten van Jeruzalem tot nu toe nogal schaars, dat verandert in de Romeinse tijd. Vazalkoning Herodes de Grote, aan de macht gekomen in 40 v.Chr. en overleden rond 5 v.Chr., heeft enorme bouwwerken laten construeren. In het westen was de Toren van David zijn residentie en later zou dit het paleis zijn van de Romeinse gouverneur. Het ooit door de Perzen gebouwde fort werd verbouwd en is bekend geworden als de Burcht Antonia. Dit is de huidige Umariyya-school. Ga erheen en geniet van het mooiste uitzicht op de Rotskoepel dat je kunt krijgen.

Herodes liet in 20 v.Chr. de tempel uit de Perzische tijd slopen en zette er een nieuwe voor in de plaats. Daartoe moest het tempelterras worden uitgebreid; de muren zijn nog altijd zichtbaar en de Klaagmuur is daarvan natuurlijk het bekendste deel. De Al-Aqsa-moskee staat op de plek van de oude vergaderzaal van het Sanhedrin, voltooid in 30 na Chr., en de Rotskoepel staat ongeveer op de plek van Herodes’ tempel – maar mogelijk net niet helemaal. Opgraven is niet mogelijk maar de waterreservoirs in het tempelplein zijn bekend en het is denkbaar dat de tempel iets zuidoostelijker heeft gelegen. Er is goede uitleg in het Davidson-centrum.

Lees verder “Romeins Jeruzalem”

Het altaar van Machnaqa

Het altaar in Machnaqa

Machnaqa – je spreekt de /q/ in het Libanees niet uit – is een klein dorp op de westelijke hellingen van het Libanongebergte, halverwege de aloude heilige stad Byblos en de bronnen van de Adonisrivier bij Afqa. Pelgrims die de rivier volgden, passeerden Machnaqa. Er staat nog altijd een oud altaar, waarbij u eigenlijk moet denken aan een lage toren. Zie boven. Altaren als deze stonden vaak op bergtoppen en dat is ook hier het geval. De vakterm is “high place of worship”.

Zoals andere cultusplaatsen was ook Machnaqa omgeven door een grote, rechthoekige omheining (de “temenos”, om nog een jargonterm te gebruiken). We weten niet welke godheid hier vereerd is geweest, maar de grote omvang van de omheining suggereert dat er veel bezoekers konden zijn. Dat suggereert een zekere populariteit. Adonis is een plausibele kandidaat, want die werd zowel in Byblos als Afqa vereerd en de naam Machnaqa betekent zoiets als “plaats van rouw”, wat past bij de mythe over de gestorven en herlevende godheid.

Lees verder “Het altaar van Machnaqa”

Byblos’ pelgrimsweg naar Afqa

De Romeinse weg door de Jabal Moussa

Ik heb geen idee hoeveel pelgrims in de Romeinse tijd Byblos bezochten om de Dame van Byblos en Adonis te vereren. Ik heb nog minder idee van het aantal dat verder reisde de bergen in, maar het was voldoende om een weg voor ze aan te leggen. Een deel daarvan is nog te zien in het natuurreservaat dat bekendstaat als Jabal Moussa, de Mozesberg. Nog wat verderop was bij het huidige Afqa de bron van de rivier de Adonis, waarover we al eens een filmpje toonden.

Lees verder “Byblos’ pelgrimsweg naar Afqa”

De heilige weg naar Byblos

De “colonnaded street” naar Byblos

Wie van Beiroet naar Jbeil komt, zal vermoedelijk parkeren op een een paar jaar geleden aangelegd terreintje met een modern trappenhuis, en dan verder wandelen richting Kruisvaarderskasteel. Het pad naar de oude stad bestaat uit een lang, smal parkje met links en rechts wat pilaren.

Er is ook Romeins plaveisel te zien. Misschien hebt u het ook wel eens ergens anders gezien en dan weet u dat er altijd enorme geulen in te zien zijn, uitgesleten door karrenwielen die hier tientallen jaren lang elke dag overheen zijn gekomen. Gek genoeg ontbreken ze in Byblos en dat bewijst dat deze weg alleen door voetgangers is gebruikt. Het was de processieweg naar de heiligdommen van Adonis en de Dame van Byblos.

Lees verder “De heilige weg naar Byblos”

Libanees dagboek: Adonis achterna

Nahr Ibrahim

Elke oudheidkundige weet het: ’s werelds eerste ingenieurs waren ezels. Toen de Romeinen wegen door de bergen aanlegden, waren ze slim genoeg om de routes te volgen die ezels al eeuwen gebruikten. We volgden er zaterdag een paar in het natuurpark Jabal Moussa. Hier wilden we een Romeinse weg en een paar Romeinse inscripties zien, waarover ik zondagmorgen zal bloggen. Het is allemaal gelukt en we kregen er de net bloeiende pioenrozen bij, maar ik moet u bekennen dat ik de bergwandeling zwaar vond.

Adonis

Indrukwekkend was het wel: het landschap was prachtig en het heeft iets te lopen over een oeroude Romeinse bedevaartsweg. In de Romeinse tijd stonden in Byblos namelijk de heiligdommen van Adonis en Afrodite, terwijl Adonis ook werd vereerd bij de bron van de naar hem vernoemde rivier. De antieke Adonis heet tegenwoordig overigens Nahr Ibrahim. In het stroomgebied van de rivier waren overal heiligdommen gewijd aan dit koppel en we mogen ons voorstellen dat mensen van Byblos naar de bron wandelden en terug.

Lees verder “Libanees dagboek: Adonis achterna”

Robert de Fries en Sint-Nikolaas

Robert de Fries (Gent)

Nog even over de relieken van Sint-Nikolaas dus, waarvan afgelopen zondag een piepklein deel vanuit de Egmondse Abdij is overgebracht naar de Amsterdamse Nikolaasbasiliek. Of dat bot echt is, is volkomen irrelevant. Een heilige staat voor een waarde – in dit geval: het is goed te geven aan wie niets kan teruggeven – en al het overige is geneuzel. Een weldenkend mens heeft het er niet over. Of besteedt het uit aan bloggers.

Scepsis

Broeder Adelbert, de reliekenbeheerder en huisblogger van de abdij van Egmond, heeft echter aangegeven in te staan voor de authenticiteit van de relikwie. Dat maakt mijn historische belangstelling wakker. Religieus geloof is immers één ding, wetenschap een ander ding. Je moet sterk staan om iets als “het is echt waar” te zeggen wanneer dat irrelevant is. Dan word ik nieuwsgierig.

Lees verder “Robert de Fries en Sint-Nikolaas”