De villa’s van Romeins Limburg

Romeins Limburg: het zal niet het eerste zijn waaraan je denkt bij het Romeinse Rijk. Het behoorde echter wel degelijk tot het wereldrijk. Het zuidelijke deel van Nederlands Limburg was rijk geworden door de productie van graan, waar in de wijde regio vraag naar was. Zuid-Limburg kende de hoogste concentratie landhuizen in Nederland. De tentoonstelling “Romeinse villa’s in Limburg”, momenteel te zien in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, brengt die landhuizen en de mensen die er woonden, weer tot leven met prachtige reconstructies en even interessante als mooie voorwerpen.

Caesars tegenstanders

Met zijn glooiende heuvels onderscheidt Zuid-Limburg zich van de rest van Nederland, dat immers een overwegend vlak land is. In de eerste eeuw v.Chr. had het heuvelland al een eeuwenlange geschiedenis van autarkische boerengehuchten, gelegen tussen velden vol wuivend graan.

Lees verder “De villa’s van Romeins Limburg”

Een balsamarium uit Bocholtz

Balsamarium uit Bocholtz (Provinciaal Archeologisch Depot van Limburg, Heerlen)

In het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden is nog tot en met 25 augustus een expositie te zien over de Romeinse villa’s in het Nederlandse deel van Limburg. Ik wil er nog eens meer over bloggen, maar niet vandaag of deze week. Het museum toont stukken die in elk geval ik nog nooit eerder heb gezien, zoals dit zalfpotje ofwel balsamarium. Het is gevonden in Bocholtz, dus bijna op de grens van Nederland en Duitsland, aan de Romeinse weg van Heerlen naar Aken. Het bordje met uitleg vertelt dat het dateert uit de periode tussen pakweg 130 en 225 na Chr.

Net zoals het balsamarium uit Vlijtingen, in het Belgische deel van Limburg, heeft ook het balsamarium van Bocholtz de vorm van een mensenhoofd. Maar dit is niet zomaar een mensenhoofd: het is het portret van Antinoüs, de in 130 in de Nijl verdronken geliefde van keizer Hadrianus. De vorst liet nadien allerlei standbeelden voor de overledene oprichten, en er zijn ook munten aan hem gewijd. Een zalfpotje had ik echter nog nooit gezien.

Lees verder “Een balsamarium uit Bocholtz”

Etniciteit in de Romeinse Maasvallei

Wijding aan Vihansa (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Ik blogde gisteren over Al-‘Ula, de oase aan de rand van de antieke wereld. Ik vertelde dat oudheidkundigen het pluriforme karakter van de toenmalige samenleving reconstrueerden aan de hand van het gebruik van diverse talen. Ook de vereerde goden, afkomstig uit de hele regio van Syrië tot en met Jemen, vormden een aanwijzing. Wat geldt voor Saoedi-Arabië, geldt ook voor de andere uithoek van de oude wereld: de Lage Landen. Omdat volgende week in Leiden een expositie begint over de villa’s van Romeins Limburg, gaan we eens kijken in de Maasvallei.

Eerste constatering: na de genocidale campagne waarmee Julius Caesar de Eburonen had uitgeroeid, was het landschap betrekkelijk leeg. Er zullen heus wel wat mensen zijn geweest, maar pollenonderzoek toont dat akkers werden opgegeven en bossen terrein wonnen. Het voorbeeld dat ik ken is Jülich en hoe representatief dat is weet ik eigenlijk niet. Hoe dat ook zij: er was ruimte voor nieuwkomers. En die kwamen inderdaad.

Lees verder “Etniciteit in de Romeinse Maasvallei”

Romeinse villa’s in Limburg

Detail van een muurschildering uit de villa bij Maasbracht (Limburgs Museum, Venlo)

Het is een gemeenplaats dat het Romeinse Rijk een agrarische wereld was. Je kunt als vuistregel nemen dat negen boeren het eten produceerden voor tien mensen. Als we optimistisch zijn, waren tijdens het Romeins Klimaatoptimum acht boeren genoeg. In een zó agrarische samenleving hebben ook degenen die nooit ploegden en nooit met een kudde op pad gingen, een vanzelfsprekende boerenmentaliteit. Een schatrijke Romeinse senator als Plinius de Jongere stelde groot belang in het verwerven van de juiste gronden en het aantrekken van de juiste pachters. Zelfs de aanleg van een siertuin had zijn aandacht. (Vincent Hunink verzamelde Plinius’ teksten over het landelijk leven in een boekje dat Mijn landhuizen heet. Ik schreef er al eens over.)

Wat is een villa?

Dit betrof dus de landhuizen van iemand aan de top van de maatschappelijke elite van het oude Italië. We noemen die landhuizen vaak villa’s, maar dat is een onhandige term. Het Latijnse woord heeft namelijk de betekenis van “exploitatie-eenheid” en slaat niet zelden op betrekkelijk kleine bedrijven. Bovendien denken wij, eentwintigste-eeuwers, bij een villa aan een rustiek gelegen buitenhuis of een bungalow met een grote tuin. In de Oudheid gaat het toch meer om plantages waar slaven en deelpachters hard werkten om voldoende te produceren. Naast het bedrijfsgedeelte, de pars rustica, was er een woongedeelte, de pars urbana, doorgaans simpel.

Lees verder “Romeinse villa’s in Limburg”

Faits divers (10)

In eerdere afleveringen van de onregelmatig verschijnende rubriek faits divers lukte het me nog weleens om verwante onderwerpen te presenteren, maar vandaag zijn de faits wel heel divers.

Paul Veyne

Eerste berichtje: een van mijn vaste correspondenten attendeerde me erop dat de Franse oudhistoricus Paul Veyne anderhalf jaar geleden is overleden. Dat was me ontgaan. Zijn belangrijkste werk, Le pain et le cirque (1976), ging over de wijze waarop rijke mensen in de Grieks-Romeinse wereld zich presenteerden als weldoeners. Zulk évergetisme diende niet om verkiezingen te winnen of macht te verwerven, want macht hadden die rijke mensen al. Het was ook geen liefdadigheid, want ze gaven niet aan de armen maar aan de burgers. Het ging erom de maatschappelijke positie te bestendigen en herinnerd te blijven worden.

Lees verder “Faits divers (10)”

Een balsamarium uit Limburg

Balsamarium (Gallo-Romeins Museum, Tongeren)

Vorige maand fietste ik van Lanaken naar Tongeren en kwam ik door Vlijtingen, een dorpje even benoorden Riemst, dat op zijn beurt ligt aan de Chaussée Brunehaut, de grote weg tussen Tongeren en Maastricht. De naam Vlijtingen zei me iets, maar het wilde me maar niet te binnen schieten. Nu ineens realiseer ik me dat het bovenstaande hoofdje daar is gevonden. Het is een centimeter of 15 hoog en is te zien in het Gallo-Romeins Museum.

Balsamarium

Het is niet zomaar een hoofdje maar een zogeheten balsamarium, een bronzen potje voor geurige zalf of olie. Het moet afkomstig zijn uit een van de vier nabijgelegen Romeins landgoederen en wordt volgens het bordje in het museum gedateerd in de tijd tussen pakweg 90 en 300. En het stelt iemand voor uit Nubië, herkenbaar aan het kapsel. De twee hoorntjes die daar bovenuit lijken te steken, zijn eigenlijk de oren van het vaasje. Daar tussen ligt, als de kruin op het hoofd, het dekseltje.

Lees verder “Een balsamarium uit Limburg”

Drie stammen

Romeinse ruiterij (Institut archéologique du Luxembourg, Arlon)

Het zijn zomaar de namen van drie van de vele etnische groepen die worden genoemd in de Griekse en Romeinse bronnen: de Sunuci, de Frisiavonen en de Baetasii. De oudere Plinius noemt ze één keer. Achter de Schelde, zo schrijft hij, wonen de Catoslugi, de Atrebates (in Artesië), de Nerviërs (in Henegouwen), de Vermandui (rond Noyon), de Suaeuconen, Suessiones (rond Soissons), de Ulmanectes, de Tungri (rond Tongeren), de Sunuci, de Frisiavonen (Nederlandse archeologen zoeken die, om redenen die ik niet ken, in Zeeland), de Baetasii, de Leuci (in Lotharingen), de Treveren (rond Trier), de Lingonen (bij Langres), de Remers (rond Reims), de Mediomatrici (rond Metz), de Sequanen (in de Jura), de Raurici (achter Bazel) en de Helvetiërs (langs de Boven-Rijn).

Waar alle groepen uit deze grotendeels systeemloze lijst woonden, is een van de vele geografische puzzels uit de Oudheid, waarbij onderzoekers hypothese op hypothese stapelen. Als de Ulmanectes een schrijffout zijn voor Sulbanetes, dan leefden ze rond Senlis, waar een inscriptie die naam vermeldt. Als, als, als. We zullen vandaag eens speculeren over de Sunuci, Baetasi en Frisiavones.

Lees verder “Drie stammen”

Romeins Zuid-Limburg

Grafsteen van een Romeins echtpaar (Thermenmuseum, Heerlen)

De provincie Limburg – voor Vlaamse lezers: de Nederlandse helft van het oude hertogdom – was zo vriendelijk me een exemplaar te sturen van een reisgids voor Romeins Zuid-Limburg: Via Belgica. Romeins Zuid-Limburg. Het was hoog tijd dat zo’n gids er kwam, want ’s Neêrlands antieke verleden wordt steeds verder gereduceerd tot de limes. Een bizar voorbeeld van die verschraling is dit stuk in De Volkskrant, waarin een journalist zonder kritiek reproduceert dat in Nederland zichtbare Romeinse monumenten ontbreken. Hier is óf het badhuis van Heerlen (een van de grotere ruïnes benoorden de Alpen) weggereduceerd uit ons antieke verleden óf Limburg weggereduceerd uit Nederland. Ik stoor me weleens aan Limburgers die van alles wat vies en voos is de schuld geven aan de rest van Nederland, maar in dit geval hebben ze volkomen gelijk. Nu mogen die Limburgers ook zelf weleens de trom roeren om te verhinderen dat ze uit Nederlands Romeinse verleden worden weggeschreven, en gelukkig is er nu de reisgids.

Een andere vraag is of die zijn doel bereikt en daar kun je op twee manieren naar kijken: trekt dit mensen naar Limburg of trekt het mensen naar Romeins Limburg? Het eerste gaat beter dan het tweede.

Lees verder “Romeins Zuid-Limburg”