Gustave Flaubert in de Libanon

De weg waarover Flaubert over de Libanon kwam

De Franse schrijver Gustave Flaubert, wiens Salammbô u lezen moet als u geïnteresseerd bent in de Oudheid en ook als u daar niet in bent geïnteresseerd, maakte in 1849/1851 een lange reis door het Midden-Oosten. Hij bezocht ook Baalbek en stak daarvandaan de Libanon over naar de Qadishavallei, de heilige vallei van de maronieten. Voyage en Orient bevat zijn aantekeningen, die nooit voor publicatie bestemd zijn geweest. Het boek is postuum verschenen.

***

De Libanon

Vertrokken uit Baalbek. Dinsdag rond 10 uur ’s ochtends verlieten we onze witgebaarde gastheer, die ons na de veertig piasters die we hem gaven overlaadde met zegeningen. Rechtstreeks op weg naar Deir el-Ahmar. We deden er drie uur over om de vlakte over te steken. Niets bijzonders gezien, behalve de Libanon tegenover ons: groen tot het midden van de hellingen, daarboven helemaal grijs. Vrouwen met grauwe gezichten en witte sluiers op hun hoofd, die tarwe maaien in het droge vlakke grasland. Ze stopten allemaal en staarden ons smachtend en verbaasd aan, met de sikkel in de hand.

Rond half twee Deir el-Ahmar, nadat Max in galop is vertrokken en alle bagage van tweeënhalve muilezel heeft laten vallen. We slaan ons kamp op onder een soort afdak dat overeind wordt gehouden door twee palen. We zijn omringd door pluimvee, honden, ezels en vrouwen. Die laatsten zijn meestal lelijk en vies: hun puntborsten floepen in en uit hun jurken, helemaal grijs van het stof. Een oude schurk met een volle witte baard en een grote blauwe tulband (die me deed denken aan het kostuum van de hogepriester in Norma), leunt op zijn stok. Hij is een priester van dit land, zeg maar de plaatselijke kapelaan.

De maronieten

Donderdagochtend, wandeling naar de rand van het plateau, naar een heuveltje waarvandaan we Tripoli konden zien liggen aan de kust aan de rand van de vlakte. We praten over de maronieten. Hij is terughoudend over het onderwerp. Niet zo lang geleden wilden een paar Engelse dominees de zomer doorbrengen in Ehden; ze moesten vluchten voor de dreigementen van de maronitische sjeik, die hun huis in brand zou steken. De geestelijken probeerden het opnieuw, hetzelfde resultaat. De zaak werd uiteindelijk voorgelegd aan de rechtbank van Beiroet, die de maronieten in het gelijk stelde. De dominees gingen terug naar Tripoli.

Ik vroeg mijn metgezel of de monniken invloed hadden op het gedrag van de maronieten. “Helemaal niet”, zei hij. Misschien kwam mijn vraag te hard aan na het gesprek over de dominees. Jaloezie van de maronitische geestelijkheid ten opzichte van hun Latijnse geloofsbroeders. Vooral de getrouwden zijn onwetend. Ze moeten overdag gaan werken, waarop mensen meewarig en minachtend reageren.

De druzen

We praten over de druzen. De plaatselijke sjeik dist een paar onjuiste feiten op, die de prior corrigeert. Volgens hem is het volgende datgene waar het bij de druzen om draait. (Een paar jaar geleden, na een aanval op een van hun dorpen, werden enkele van hun mystieke boeken, zeer oud en geschreven in zeer zuiver Arabisch, in beslag genomen en naar Parijs gestuurd.) God schiep het Woord, dat Goed en Kwaad schiep. Het Woord wordt soms vlees. Momenteel is het verborgen, misschien in het lichaam van een dier of een zondaar. Vroeg of laat zal het opnieuw verschijnen; als er een waarlijk groot man verschijnt, zal Hij het Woord belichamen. Toen Napoleon in het Oosten was, waren de Druzen ervan overtuigd dat Hij het Woord was en ze haastten zich om hem te ontmoeten.

De druzische religie is een soort extreem verheven pantheïsme, vermengd met veel blabla. Ze staan dichter bij het christendom dan bij de islam, volgens de prior, die volgens mij veel respect heeft voor hun intelligentie. Sommige van deze Arabieren hebben een opmerkelijke metafysische geest; hij zegt dat hij vaak verbaasd is over de subtiliteit van hun theologische debatten.

***

PS

U hebt begrepen dat ik deze dagen extra blog over Libanon omdat het land, dat al rijk is aan problemen, er een oorlog bij krijgt. Mijn blogjes zullen de situatie daar niet verbeteren, maar u kunt dat wel. Als u wat kunt missen, doneer dan voor de zorg van de vluchtelingen: dat kan hier en daar. Ik weet toevallig dat dit project wordt geheroriënteerd om de displaced persons te helpen.

Kengetallen: er zijn in Libanon vier miljoen Libanezen, anderhalf miljoen Syrische vluchtelingen en 400.000 Palestijnse vluchtelingen. Inmiddels schijnen een miljoen Libanezen ook op de vlucht te zijn. Ik denk dat dat getal overdreven is, maar u heeft een idee van de dimensie van de problemen.

Deel dit:

6 gedachtes over “Gustave Flaubert in de Libanon

  1. Merit

    Het boek van Gustave Flaubert ‘Reis door de Oriënt’ vertaald door Chr. Van de Poel, uitgeverij Atlas, 3de druk 2004, is, om zo te zeggen ‘geen prettige lectuur’ i.h.b. de reis door Egypte.
    De beschreven slavernij toestanden zijn vreselijk, bijv. op blz 104, waar op de Nijl 2 schepen van slavenhandelaars langszij varen of blz. 152, waar melding wordt gemaakt van de havenstad Quseir aan de Rode Zee met 4 boten van slavenhandelaars.
    Waar zijn die slaven gebleven? In Libanon?

    1. Als u het weet mag u het zeggen, maar ze kunnen natuurlijk overal naartoe verhandeld zijn.

      Zoals een Jedische, nu 21, die met 11 jaren door IS tot slaaf werd gemaakt in noordelijk Irak en aan een Gazaanse ‘strijder’ werd verkocht die haar mee naar huis nam.
      Wie zegt dat de middeleeuwen voorbij zijn?

  2. Christo Thanos

    In het boek waar Merit naar verwijst staat in de inleiding ook “Niets is zo gezond als reizen!” Uitspraak van een van de twee reisgenoten van Flaubert. De drie heren hadden verschillende keren verschillende geslachtsziektes opgenomen. Stoere praat.

    Maar hoe verliep het dan met de vrouwen waarmee ze sliepen? Wie waren dat? Werden zij geholpen? Deden ze het werk vrijwillig? Naamloze slachtoffers van de reislustige reizigers in de 19e eeuw. Een vrij onderbelicht aspect in de studie van het reizen langs de Nijl.

    1. Die vrouwen waren ongetwijfeld arm, en ze bleven hoogstwaarschijnlijk de rest van hun leven arm.
      Armoede is de nr 1 oorzaak van prostitutie, en dat zal altijd zo geweest zijn.

Reacties zijn gesloten.