Pausanias

Reconstructie van Feidias’ Athena Parthenos (Museumpark Orientalis, Berg en Dal)

Als we het hebben over een wereld waarover we onvoldoende informatie hebben, de Oudheid dus, luidt één van de meest overbodige en meest stuitende clichés – en een cliché dat ik helaas zelf ook wel heb gebruikt – dat over deze of gene auteur weinig bekend is, zodat we alle informatie over diens leven moeten afleiden uit diens werk. De Griek Pausanias is ook zo’n schrijver. Misschien kwam hij uit Magnesia-bij-de-Sipylos (in het westen van Turkije), misschien kwam hij daar niet vandaan. Hij was misschien al in de vijftig toen hij begon te schrijven aan het werk dat bekendstaat als Gids voor Griekenland, misschien ook niet. Wellicht was hij tevens arts, wellicht ook niet. Vermoedelijk heette hij Pausanias, maar zelfs dat is niet helemaal zeker.

Erg belangrijk is de auteur vanzelfsprekend niet. Het gaat om wat ’ie te vertellen heeft, en dat is gelukkig heel interessant. Vooral omdat hij ons informeert over een wereld waarover we veel te weinig informatie hebben.

Lees verder “Pausanias”

Prinses Marianne in Palestina

Prinses Marianne was een dochter van de Nederlandse koning Willem I en zijn echtgenote Wilhelmina. Rond haar twintigste trouwde ze met Albrecht van Pruisen, maar het huwelijk liep op de klippen en ze ontweek haar echtgenoot door vaak op reis te gaan. In juli 1849, kort na de dood van haar broer Willem II, vertrok ze weer eens, ditmaal naar Sicilië, Egypte en het Heilig Land. Reisgenoten hebben dagboeken bijgehouden en brieven geschreven, die door Kees van der Leer en Marieke Spliethoff zijn gebruikt om een mooi, pas uitgekomen boekje te maken, Op reis met prinses Marianne. Ik pik er wat krenten uit.

De negentiende-eeuwse en antieke Levant

Maar eerst wat context. Vanaf 1831 was de Levant bezet geweest door troepen van Muhamad Ali, de naar onafhankelijkheid strevende bestuurder van Ottomaans Egypte. De bezetter had het gebied in revolutionair tempo gemoderniseerd, wat had geleid tot grote onrust. In 1840 was weliswaar een einde gekomen aan het Egyptisch gezag, maar de onvrede was gebleven; ik citeerde Gérard de Nerval al eens. Traditionele leiders, die het vertrouwen van de bevolking hadden, waren verdwenen, en konden niet langer bemiddelen. Dit zou in 1860 leiden tot een geweldsuitbarsting zoals het Midden-Oosten al heel lang niet had gezien.

Lees verder “Prinses Marianne in Palestina”

Gustave Flaubert in de Libanon

De weg waarover Flaubert over de Libanon kwam

De Franse schrijver Gustave Flaubert, wiens Salammbô u lezen moet als u geïnteresseerd bent in de Oudheid en ook als u daar niet in bent geïnteresseerd, maakte in 1849/1851 een lange reis door het Midden-Oosten. Hij bezocht ook Baalbek en stak daarvandaan de Libanon over naar de Qadishavallei, de heilige vallei van de maronieten. Voyage en Orient bevat zijn aantekeningen, die nooit voor publicatie bestemd zijn geweest. Het boek is postuum verschenen.

***

De Libanon

Vertrokken uit Baalbek. Dinsdag rond 10 uur ’s ochtends verlieten we onze witgebaarde gastheer, die ons na de veertig piasters die we hem gaven overlaadde met zegeningen. Rechtstreeks op weg naar Deir el-Ahmar. We deden er drie uur over om de vlakte over te steken. Niets bijzonders gezien, behalve de Libanon tegenover ons: groen tot het midden van de hellingen, daarboven helemaal grijs. Vrouwen met grauwe gezichten en witte sluiers op hun hoofd, die tarwe maaien in het droge vlakke grasland. Ze stopten allemaal en staarden ons smachtend en verbaasd aan, met de sikkel in de hand.

Lees verder “Gustave Flaubert in de Libanon”

Temple boys (ofwel: enge baby’s)

Beeld van een baby uit Bustan-esh Sheikh (Nationaal Museum, Beiroet)

In het jaar 310 v.Chr. belegerde Agathokles, de alleenheerser van Syracuse, Karthago. De bevolking van de stad begreep al snel dat ze goddelijke steun nodig had en besloot tot een dramatisch offer. Diodoros van Sicilië schrijft daarover dit:

Ze kozen tweehonderd kinderen uit de voornaamste families en offerden die in het openbaar. Niet minder dan driehonderd anderen, die ergens van waren beschuldigd, offerden zich vrijwillig. In de stad stond een bronzen beeld van Baal Hammon, met naar de grond toe uitgestrekte handen, de handpalmen naar boven, zodat een kind dat daarop was geplaatst er vanaf kon rollen en in een soort vurige put kon vallen.

Er bestaan reconstructies waarin het beeld van Baal Hammon een beestachtige kop heeft met een grote openstaande bek, zodat de armen – bewogen door middel van kettingen – konden dienen als een soort scheplepel om de kinderen omhoog te tillen en via de muil in het vuur te laten vallen. Dat is een wel erg fantasierijke uitleg van Diodoros’ beschrijving, die zo al naargeestig genoeg is. Lees verder “Temple boys (ofwel: enge baby’s)”