Theodor Wiegand

Theodor Wiegand

We moeten het eens hebben over archeoloog Theodor Wiegand (1864-1936). Zomaar, omdat het  maandag is en omdat hij gewoon interessant is.

Maar eerst even terug naar de late negentiende eeuw. Het Duitse keizerrijk legitimeert zich als voortzetting van het Romeinse Rijk, want de keizertitel is via Karel de Grote en het Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie uiteindelijk beland bij Wilhelm II, die zich aandient als een moderne Antoninus Pius. In Constantinopel heerst sultan Abdulhamid II, die resideert in een oud-Romeinse keizerlijke hoofdstad. De twee gekroonde hoofden hebben een zekere belangstelling gemeen. En in hun landen zijn archeologische diensten.

Lees verder “Theodor Wiegand”

Prinses Marianne in Palestina

Prinses Marianne was een dochter van de Nederlandse koning Willem I en zijn echtgenote Wilhelmina. Rond haar twintigste trouwde ze met Albrecht van Pruisen, maar het huwelijk liep op de klippen en ze ontweek haar echtgenoot door vaak op reis te gaan. In juli 1849, kort na de dood van haar broer Willem II, vertrok ze weer eens, ditmaal naar Sicilië, Egypte en het Heilig Land. Reisgenoten hebben dagboeken bijgehouden en brieven geschreven, die door Kees van der Leer en Marieke Spliethoff zijn gebruikt om een mooi, pas uitgekomen boekje te maken, Op reis met prinses Marianne. Ik pik er wat krenten uit.

De negentiende-eeuwse en antieke Levant

Maar eerst wat context. Vanaf 1831 was de Levant bezet geweest door troepen van Muhamad Ali, de naar onafhankelijkheid strevende bestuurder van Ottomaans Egypte. De bezetter had het gebied in revolutionair tempo gemoderniseerd, wat had geleid tot grote onrust. In 1840 was weliswaar een einde gekomen aan het Egyptisch gezag, maar de onvrede was gebleven; ik citeerde Gérard de Nerval al eens. Traditionele leiders, die het vertrouwen van de bevolking hadden, waren verdwenen, en konden niet langer bemiddelen. Dit zou in 1860 leiden tot een geweldsuitbarsting zoals het Midden-Oosten al heel lang niet had gezien.

Lees verder “Prinses Marianne in Palestina”

Barbara van Baalbek

De heilige Barbara (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Iets wat me altijd heeft verbaasd, is dat in de Late Oudheid de persoonsnamen Barbarus en Barbara populair worden. Meneer Wildeman en mevrouw Woesteling. Een snelle zoektocht naar antieke Barbara’s levert me tientallen voorbeelden op uit Tunesië, Dalmatië, Italië, Raetia, Andalusië, Catalonië en de Gallische provincies. De Latijnse inscripties uit de stad Rome documenteren al bijna twee dozijn Barbara’s

De verklaring voor de populariteit van deze op zich toch negatieve naam is natuurlijk dat de Romeinen van binnen het Romeinse Rijk al sinds jaar en dag vertrouwd waren met de mensen van buiten het Romeinse Rijk. Ze waren aanwezig als koopleden en deden dienst in de legers. Sterker nog, in een tijd waarin het civiele bestuur en het militaire apparaat uit elkaar groeiden, presenteerden soldaten zich graag een tikje “barbaars”, want dat illustreerde hun positie. De gevoelswaarde was niet meer negatief. Het woord was iets gaan betekenen als “stoer” of “nobele wilde”.

Lees verder “Barbara van Baalbek”

Mark Twain in Baalbek

Baalbek

De Amerikaanse schrijver Mark Twain (1835-1910), de auteur van Tom Sawyer en Huckleberry Finn, reisde kort na de Amerikaanse Burgeroorlog naar het Heilig Land. Zijn reisbrieven bundelde hij later in The Innocents Abroad (1867). Op weg naar Jeruzalem bezocht hij ook Baalbek, en kwam de grote schrijver zijns ondanks woorden tekort. Wat hij de Tempel van Jupiter noemt, noemen wij de Tempel van Bacchus; en de bouwers van de heiligdommen waren, vanzelfsprekend, de Romeinen.

***

Om elf uur zagen we de muren en zuilen van Baalbek, een nobele ruïne waarvan de geschiedenis is als een verzegeld boek. De tempel staat er al duizenden jaren, en roept bij alle reizigers verwondering op, maar wie hem heeft gebouwd, en wanneer hij is gebouwd – dat zijn vragen die misschien nooit zullen worden beantwoord. Maar één ding is zeker: de grandeur van ontwerp en de elegantie van uitvoering, zoals te zien in de tempels van Baalbek, zijn ongeëvenaard, en zelfs niet benaderd in ook maar enig menselijk werk dat de afgelopen twintig eeuwen is gebouwd.

Lees verder “Mark Twain in Baalbek”

Al-Masudi in Baalbek

Baalbek: “houtsnijwerk” in de kleine tempel

Al-Masudi, die door iedereen destijds natuurlijk gewoon Abu al-Ḥasan Ali ibn al-Ḥusayn ibn Ali al-Masudi werd genoemd, is kort voor 900 na Chr. in Bagdad geboren, maakte enkele grote reizen naar onder andere India en Egypte, publiceerde daarover in 947 De weiden van goud en mijnen van edelstenen, maakte nog wat reizen, bewerkte zijn boek met informatie over Byzantium en overleed in 956. Ibn Khaldun, toch niet de geringste, beschouwde Al-Masudi als de belangrijkste geschiedschrijver en geograaf van de Arabische wereld, en dat oordeel is zeker niet uit de lucht gegrepen.

Al-Masudi bezocht ook Libanon en kende het enorme heiligdom te Baalbek, dat inderdaad bestaat uit twee delen. De beschrijving is vrij adequaat en de vergelijking van de steensculptuur met houtsnijwerk is zonder meer raak.

Lees verder “Al-Masudi in Baalbek”

Ibn Battuta in Libanon

Een van de middeleeuwse torens van Tyrus

Shams al-Din Abu Abdallah Muhammad ibn Abdallah ibn Muhammad ibn Ibrahim ibn Muhammad ibn Yusuf Lawati al-Tanji ibn Battuta, kortweg Ibn Battuta (1304-1369), was een Arabische wereldreiziger. Zijn reisverslag, met de fantastische titel Een geschenk aan al wie de wonderen van de steden en de wonderen van het reizen overweegt, beslaat de hele islamitische wereld en méér. Of hij werkelijk alles heeft bezocht dat hij claimt met eigen ogen te hebben gezien, is een onderwerp van discussie. Fascinerend is het wel en ik dacht dat ik eens moest vertellen wat hij zo rond 1325 zag in het huidige Libanon.

Tyrus

Deze stad, Tyrus, is spreekwoordelijk onneembaar, aangezien de zee haar aan drie kanten omringt en ze slechts twee poorten heeft, één aan de landzijde en één naar de zee. Die aan de landzijde wordt beschermd door vier buitenmuren, elk voorzien van borstweringen, terwijl de toegang naar de zee staat tussen twee grote torens.

Lees verder “Ibn Battuta in Libanon”

Gustave Flaubert in de Libanon

De weg waarover Flaubert over de Libanon kwam

De Franse schrijver Gustave Flaubert, wiens Salammbô u lezen moet als u geïnteresseerd bent in de Oudheid en ook als u daar niet in bent geïnteresseerd, maakte in 1849/1851 een lange reis door het Midden-Oosten. Hij bezocht ook Baalbek en stak daarvandaan de Libanon over naar de Qadishavallei, de heilige vallei van de maronieten. Voyage en Orient bevat zijn aantekeningen, die nooit voor publicatie bestemd zijn geweest. Het boek is postuum verschenen.

***

De Libanon

Vertrokken uit Baalbek. Dinsdag rond 10 uur ’s ochtends verlieten we onze witgebaarde gastheer, die ons na de veertig piasters die we hem gaven overlaadde met zegeningen. Rechtstreeks op weg naar Deir el-Ahmar. We deden er drie uur over om de vlakte over te steken. Niets bijzonders gezien, behalve de Libanon tegenover ons: groen tot het midden van de hellingen, daarboven helemaal grijs. Vrouwen met grauwe gezichten en witte sluiers op hun hoofd, die tarwe maaien in het droge vlakke grasland. Ze stopten allemaal en staarden ons smachtend en verbaasd aan, met de sikkel in de hand.

Lees verder “Gustave Flaubert in de Libanon”

De Bekaavallei

De Bekaavallei

Zo nu en dan haalt de Bekaavallei (wat je in het Libanees overigens uitspreekt als Be’aa) het Nederlandse of Belgische nieuws. En dat is meestal geen goed nieuws. Het betekent doorgaans dat Israëlische straaljagers stellingen hebben gebombardeerd van de Hezbollah, een door Iran bewapende en gesteunde sji’itische militie, die zich ten doel heeft gesteld een einde te maken aan de zionistische entiteit in Palestina. De Bekaavallei was al in de eerste jaren van de Libanese Burgeroorlogen het doelwit van zulke acties.

Van noord naar zuid

Zo is het ook vroeger geweest en zo zal het ook nog wel even zijn, want de Bekaavallei is van enig strategisch belang. Het is namelijk een belangrijke noord-zuid-verbinding. Ook heden ten dage is, zelfs wanneer er geen grenzen zouden zijn, de kustweg van Turkije naar Egypte moeilijk begaanbaar. De Libanonbergen reiken namelijk in het westen tot aan de zee. Daarom is, voor wie uit Turkije naar het zuiden reist, de weg door het binnenland, aan de oostelijke zijde van het gebergte, het eenvoudigste. Je reist dan als het ware door een sleuf, van de zee gescheiden door de Libanon, en van de Syrische woestijn gescheiden door de Antilibanon. Anders geformuleerd: de weg van Antiochië (het huidige Antakya) naar het zuiden loopt door een slenk. Feitelijk is de Bekaa het noordelijkste deel van de verzameling slenken die zich uitstrekt tot in Mozambique.

Lees verder “De Bekaavallei”

Snapshots uit Libanon

Iedereen in Libanon is fan van de zangeres Fayruz

Het is niet mijn opzet u iedere dag lastig te vallen met informatie over Libanon, maar toevallig maakt de onvermoeibare Kees Huyser net vandaag de vijftien filmpjes af die mijn vriendin en ik onlangs opnamen. Verwacht geen Hollywoodproductie! Het idee om weer eens filmpjes te maken, zoals we in Irak en Byblos en Zuid-Frankrijk deden, werd vorige maand ter plekke geboren. We hadden alleen een draagbare telefoon bij ons. Het zijn maar snapshots.

Zelf moet ik altijd denken aan de gonzojournalistiek van Hunter S. Thompson, die voorwendde in plaats van uitgewerkte verhalen zijn on the spot geschreven aantekeningen in te sturen. Die verhalen waren veel geredigeerder dan hij beweerde, en als mijn filmpjes ergens op lijken, komt dat ook door redactie: ze zijn dus de verdienste van Kees, die traditiegetrouw de filmpjes wat stabiliseerde, foto’s toevoegde en aan het begin een optiteling en aan het einde een aftiteling maakte.

Lees verder “Snapshots uit Libanon”

Libanees dagboek: de Bekaavallei

Moderne dansers voor een filmpje dat ongetwijfeld in Libanon nog eens op TV te zien zal zijn

Drie jaar geleden toonde de Bekaavallei nog allerlei soorten akkerbouw en veeteelt, maar inmiddels zijn er alleen graanvelden. Een monocultuur. Door de enorme economische crisis heeft Libanon de valuta niet meer om voedsel te importeren en het land schakelt steeds meer over op de productie van het eigen eten. Dat betekent dat het geen agrarische producten heeft om te exporteren, wat weer betekent dat er geen vreemde valuta binnenkomen, zodat het aanschaffen van buitenlandse producten lastig wordt.

Baalbek

Enfin. We reden naar Baalbek, waar een van de grootste tempelcomplexen uit de oude wereld is te zien. Dit was de vrije dag in mijn programma, dat verder toch vooral om Byblos draait. Er waren in Baalbek weinig toeristen en degenen die we zagen, waren allemaal jonge Libanezen, afgewisseld met een fotograaf die een kapiteel vanuit alle mogelijke en onmogelijke hoeken stond te fotograferen. Een archeoloog dus, die werkte aan AutoCad-data.

Lees verder “Libanees dagboek: de Bekaavallei”