Antoninus Pius (3)

Antoninus Pius (Archeologisch museum, Constantine)

[Laatste van drie gastblogs over keizer Antoninus Pius door Dieter Verhofstadt. Het eerste blogje was hier.]

Antoninus Pius stond hoog in aanzien bij zowel het Griekse als joodse establishment, en zelfs bij verre mogendheden zoals het Indische Kushanarijk. Zijn schitterende reputatie steunde niet alleen op zijn weldadige en rechtvaardige regime, maar ook op zijn knappe voorkomen.

Toen Antoninus de gezegende leeftijd van zeventig naderde, droeg hij de macht over aan niet één maar twee adoptiefzoons: Marcus Aurelius en Lucius Verus, zoals zijn voorganger Hadrianus het hem had opgedragen. Zijn laatste woord sprak hij volgens de overlevering tot een schildwacht, aan wie hij het wachtwoord voor de komende dag gaf: “gelijkmoedigheid”. Hij ging liggen als om te slapen en stierf. Zijn regering was de langste sinds Augustus en zou dat blijven tot Constantijn de Grote. Als we al het bovenstaande beschouwen en vooral geloven, moeten we hem zien als een van de beste keizers die Rome ooit heeft gekend.

De apotheose van Antoninus Pius en Faustina (Vaticaanse musea, Rome)

Weten en interpreteren

Echter, er is geen primair bronmateriaal over het leven van Antoninus Pius. Ironisch genoeg zijn het rustige verloop van zijn bewind, het ontbreken van spectaculaire gebeurtenissen en de afwezigheid van grote militaire conflicten, wellicht net de redenen voor die relatieve schaarste. Cassius Dio, een bijna-tijdgenoot en een van de belangrijkste geschiedschrijvers uit de Oudheid, moet zijn boek 70 besteed hebben aan deze keizer, maar het is verloren gegaan. Enkel zijn opvolging van Hadrianus en de opvolging door Marcus Aurelius en Lucius Verus vinden we expliciet bij Dio terug.

Latere samenvattingen of verwijzingen door monniken-kronikeurs als Xiphilinus (elfde eeuw) of Zonaras (twaalfde) zijn zeer beperkt. Ofwel was het boek dus toen al verloren gegaan ofwel vonden latere historici het van weinig belang. Dankzij de “vader van de kerkgeschiedenis” Eusebius (263-339), weten we van zijn interventie bij christenvervolging en zijn onthouding bij gladiatorengevechten. Verder is het soms onduidelijk of er in die latere verwijzingen met “Antoninus” niet Marcus Aurelius wordt bedoeld, die de naam eveneens voerde in zijn titulatuur.

Tempel voor Antoninus Pius (Dougga)

Er zijn wel eigentijdse literaire bronnen: de Persoonlijke aantekeningen van Marcus Aurelius en de brieven van diens leermeester Marcus Cornelius Fronto. De adoptiefzoon schrijft heel summier maar positief over het karakter van zijn vader. De brieven van Fronto en de antwoorden van de keizer betreffen verontschuldigingen, gunsten en loftuitingen, maar leveren geen feitenkennis op over de man zelf. Een klein stukje informatie, namelijk de consuls die aangesteld waren tijdens zijn regering, halen we uit de Fasti Ostienses, een soort van in marmer gehouwen politieke kalender.

Historia Augusta

Bijna alles wat we weten over Antoninus Pius komt uit de secundaire bron Historia Augusta, die over het algemeen niet erg betrouwbaar is en aantoonbare verzinsels bevat. Historici schatten echter de biografie van Antoninus als geloofwaardig in. Er is bevestigende informatie in een vijfde-eeuwse samenvatting (epitome) van het verloren gegane vierde-eeuwse Liber de Caesaribus van Aurelius Victor. Mogelijk beschikte de onbekende auteur van de Historia Augusta dus over Dio’s 70ste boek of het originele Liber de Caesaribus.

De ereboog voor Antoninus Pius in Lepcis Magna

Daarnaast is er numismatisch en archeologisch bewijs. Uit gevonden munten kunnen we bijvoorbeeld afleiden dat Antoninus de overwinning in Brittannia in de verf zette en dat er handelsbetrekkingen waren met het Verre Oosten. De resten van de muur tussen de twee Firths bevat inscripties die naar Antoninus verwijzen. Hoe Antoninus Pius eruit zag weten we eveneens uit de munten maar vooral doordat marmeren standbeelden zijn overgebleven.

Verder vellen niet alle historici een gunstig oordeel over de vredelievende buitenlandse politiek en de verdienstelijke binnenlandse regering die deze “goede keizer” voerde. Zo stelt men zich de vraag of de voorspoed van het Rijk onder Antoninus Pius zijn eigen verdienste was, of grotendeels het gevolg van wat zijn voorgangers Trajanus en Hadrianus hadden bewerkstelligd: hoe groter immers het rijk, hoe voller de schatkist.

Omgekeerd wordt geopperd dat de moeilijkheden die zijn opvolger Marcus Aurelius ondervond, met name de invallen van de Parthen, een gevolg waren van de al te zachte aanpak door Antoninus Pius. Hoewel hij wordt geprezen om zijn diplomatie, leeft de overtuiging dat een harder preventief optreden de Parthen en andere invasieve volkeren langer op afstand had gehouden.

Antoninus Pius (Archeologisch museum, Filippoi)

Literatuur

PS

Overigens ben ik tijdens het uitpluizen van de bronnen gestoten op een flinke slordigheid die in het Engelse Wikipedia-artikel was geslopen. Daar stond dat Antoninus Pius de stad Rome en daarbuiten had voorzien van vrij toegankelijk drinkwater, door aquaducten te bouwen. Ik vond echter maar weinig aquaducten, zeker in Rome, die zijn aangevat in zijn regeerperiode. Toen ik de Historia Augusta erop na las, vond ik geen enkele verwijzing naar het gegeven van drinkwater. Dus ging ik na wie dat wanneer toegevoegd had aan het Wikipedia -artikel. Het bleek een zeer povere vertaling te zijn van het Italiaans artikel, waarin stond dat drinkwater al tijdens Augustus’ bewind beschikbaar was voor 200.000 burgers en Antoninus Pius nu ook wijn en olie had verdeeld aan nog meer mensen. Daar vond ik wél iets van in de Historia Augusta, zij het niet met vermelding van getal. Ik weet wel al langer dat we voorzichtig moeten zijn met Wikipedia, maar ik ben nu toch nog een stuk voorzichtiger geworden.

[Dit was een gastbijdrage van Dieter Verhofstadt, naar aanleiding van de Marcus Aurelius-expositie in Trier. Dank je wel Dieter!]

Deel dit:

Een gedachte over “Antoninus Pius (3)

  1. Han Borg

    Dank voor deze korte en heldere serie over Antoninus Pius. Niet mijn favoriete keizer (dat is en blijft toch echt Hadrianus), maar terecht dat er aandacht aan deze plichtsgetrouwe keizer wordt besteed. De opmerking dat we voorzichtig moeten zijn met het gebruik van Wikipedia als secundaire bron onderschrijf ik.

Reacties zijn gesloten.