Moesia

De Donau bij Ruse

Europa kent al eeuwen twee grote handelsroutes. De ene was de corridor van de Noordzee via Rijn, Moezel, Saône en Rhône naar de Middellandse Zee. De andere stond daar haaks op en leidde naar het oosten: de Donau. De eerste landbouwers, de eerste metaalwerkers en de eerste Indo-Europees-sprekenden kwamen hierlangs stroomopwaarts, later gevolgd door Sarmaten, Hunnen, Avaren en Magyaren. Bij de Zwarte Zee zagen zij vóór zich een vruchtbaar gebied, begrensd door rechts de Donau en links het Balkangebergte. Die vruchtbare zone strekt zich uit tot Belgrado, het antieke Singidunum, waar de vlakte zich noordwaarts opende naar de Hongaarse poesta.

De naam Moesia

In de vijfde eeuw v.Chr. worden tussen Donau en Balkan genoemd:

  • de Dardaniërs (in wat nu Servië heet),
  • de Triballiërs (in het noordwesten van Bulgarije)
  • en de Geten (in het noordoosten van Bulgarije).

De laatste twee worden gewoonlijk gerekend tot de Thraciërs. Romeinse bronnen uit het begin van de jaartelling suggereren dat hier ooit ook Mysiërs hadden gewoond, een groep die later zou zijn verhuisd naar de Zee van Marmara. Naar hen noemden de Romeinen de regio Moesia.

Lees verder “Moesia”

De Germanen (4) Meer geschiedenis

Germaans krijgersgraf (Römisch-Germanisches Museum, Keulen)

[Dit is het vierde van zes blogjes over de Germanen. Het eerste was hier.]

In het vorige blogje had ik een begin gemaakt met een geschiedenis van de Germanen, een geschiedenis die grotendeels een geschiedenis is die door Romeinse auteurs wordt verteld. Maar die vertelden niet altijd de hele waarheid. Eén factor die ze niet lijken te hebben herkend, is dat de Elbe-Germanen de andere groepen wat opduwden richting Rijn.

Romeinse controle

Je kunt ook zonder legers een land beheersen, en dat was Romes nieuwe beleid voor de regio tussen Rijn en Donau. Het is grappig dat er enerzijds een culturele discussie was over “de Germanen”, die konden worden gepresenteerd als nobele wilden en als degenen tegen wie een Romeinse man kon bewijzen wie ’ie was, terwijl het concrete beleid was gericht op samenwerking met losse stammen of volken – dus niet “de Germanen”, maar de Chamaven, de Bructeren of zo. Rome wees leiders aan, stamkrijgers dienden in de Romeinse legers, en er was handel. Publius Cornelius Tacitus zegt ergens tussen neus en lippen door dat de Germanen het meeste hielden van “de oude munten” en dus voldoende wisten om te herkennen dat de Romeinen met het zilvergehalte sjoemelden. De Germaanse kooplieden wisten heel goed wat ze deden.

Lees verder “De Germanen (4) Meer geschiedenis”

Byzantijns Thracië

Het slagveld van Adrianopel

[Dit is het laatste van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]

Volksverhuizingen, deel één

Ik heb op deze blog regelmatig aangegeven dat de Grote Volksverhuizingen niet zo groot waren, dat er zelden hele volken bij waren betrokken en dat er eigenlijk ook niet meetbaar meer werd verhuisd dan anders. Op die regel zijn wel wat uitzonderingen, en het diocees Thracië is er daarvan een.

Om te beginnen verzochten in 375 allerlei groepen uit de noordelijke gebieden of ze zich mochten vestigen in het Romeinse Rijk. Het ging om de Goten die bekendstaan als Tervingi, maar er waren ook andere migranten. Zo’n verzoek was niet uniek en keizer Valens zag, zoals al zijn voorgangers in soortgelijke situaties, een gelegenheid om nieuwe boeren en belastingbetalers te werven. Dit keer liepen de zaken uit de hand. Weggelopen slaven en onderdrukte Thracische boeren sloten zich erbij aan – ook geen nieuw verschijnsel – en in 378 sneuvelde de keizer, die probeerde de groep in het gareel te dwingen, in de slag bij Adrianopel. Later auteurs zouden beweren dat de migranten waren opgejaagd door de naderende Hunnen (die op dit moment echter niet de geduchte vijand waren die ze een halve eeuw later zouden zijn) en dat ze in Adrianopel zouden hebben aangestuurd op een conflict (wat maar de vraag is).

Lees verder “Byzantijns Thracië”

Vragen rond de jaarwisseling (2)

De niet zo grote volksverhuizingen

Twee weken geleden nodigde ik u uit om de inmiddels traditionele vragen rond de jaarwisseling te stellen. Ik ontving er vrij veel en zal nu mijn best doen ze beantwoorden. Nadat we gisteren het “klassieke” deel van de oude wereld hebben bekeken, nu de fascinerende Late Oudheid.

Maar wat kunnen we nu echt weten van de laatantieke migraties?

We weten dat de vijfde eeuw gewelddadig is geweest, maar of dit kwam door grootschalige migratie, is niet helemaal duidelijk. Dat de bronnen erover schrijven, wil alleen maar zeggen dat de auteurs er belang in stelden, maar we lezen inmiddels wel dieper en herkennen beter wat ze niet zeggen. Veel van wat oudhistorici als migranten hebben getypeerd, waren feitelijk opstandige Romeinse legeronderdelen. Alarik was geen barbaar die de vijandelijke hoofdstad plunderde, maar een Romeinse officier met politieke eisen in de richting van zijn superieur.

Lees verder “Vragen rond de jaarwisseling (2)”

“Barbaren” in het Romeinse leger

Je kunt Elon Musk natuurlijk niet kwalijk nemen dat hij ondeskundige historische commentaren geeft. Als we immers iedereen zouden gaan corrigeren die op de proppen komt met een onjuiste historische analogie, kunnen we aan de gang blijven. Er is geen wetenschap waar amateurs zó vaak denken dat ze kunnen meepraten. Terwijl de simpele waarheid deze is: vrijwel alle historische analogieën zijn incorrect. Degenen die ze te berde brengen, doen dat om u een mening op te dringen over het heden, niet omdat ze geïnteresseerd zijn in het verleden of daar überhaupt verstand van hebben.

Hoewel historische incompetentie dus te ingeburgerd is om nog redelijkerwijs laakbaar te zijn, is het zinvol te kijken waar Musks fouten zitten. Jeroen Wijnendaele, de auteur van De Wereld van Clovis, nam op Twitter de handschoen op. Hier is een vertaling.

Lees verder ““Barbaren” in het Romeinse leger”

De Romeinse “war lord” Aetius (1)

Aetius (Museum Bourges)

Twitter, daar stonden ooit best leuke dingen op, zoals de draadjes van de Gentse oudhistoricus Jeroen Wijnendaele over de Late Oudheid. Hier is er weer eens een, voor u vertaald in het Nederlands.

***

1. Vandaag of morgen, maar dan in 454 na Chr., vermoordde keizer Valentinianus III zijn magister militum Aetius, de hoogste Romeinse commandant in de westelijke provincies van het Romeinse Rijk. Een eeuw later zou de geschiedschrijver Prokopios zowel Aetius als diens rivaal Bonifatius “de laatste der Romeinen” noemen, als een eretitel. Hun carrières waren feitelijk die van war lords, die enorme schade hadden toegebracht aan de westelijke helft van het Romeinse Rijk.

Lees verder “De Romeinse “war lord” Aetius (1)”

Alarik

Re-enactors van een laat-antiek Romeins leger (©re-enactmentgroep Fectio)

Twitter was leuk, tot schreeuwlelijkerds er de toon gingen zetten en Elon Musk er de macht overnam. Evengoed stonden er best leuke dingen, zoals de draadjes die de Gentse oudhistoricus Jeroen Wijnendaele postte over de Late Oudheid. Hier is er een over Alarik, vertaald in het Nederland.

***

Rome geplunderd

1. Vandaag 1615 jaar geleden, op 24 augustus 410 dus, werd Rome geplunderd door een groep die nu bekend staat als de Visigoten – een naam die zij zelf niet kenden. De gebeurtenis is wijd en zijd bekend, maar vermoedelijk is bijna alles wat u denkt te weten onjuist.

Lees verder “Alarik”

De verdwijning van het keizerschap

Valentinianus II (Bodemuseum, Berlijn)

Eén van de kwesties die tot vervelens toe terugkeren, is die van de zogenaamde val van het Romeinse Rijk. Wanneer mensen daarover beginnen, gaat het eigenlijk steevast over de verdwijning van het keizerlijk gezag in westelijk Europa in de loop van de vijfde eeuw na Chr. Op andere terreinen overheerste de continuïteit. Jeroen Wijnendaele wijdde er een tijdje geleden op Twitter een draadje aan, waarin hij het interne geweld centraal stelde.

***

1. De vraag wat de oorzaak was van de verdwijning van het keizerschap uit de westelijke provincies van het Romeinse Rijk, kan verder worden verfijnd. Keizer Justinianus herstelde immers het keizerlijk gezag over diverse westelijke regio’s (inclusief Rome). Zijn opvolgers regeerden nog eeuwenlang over delen van Italië. In Apulië zelfs een half millennium!

2. Waar we uiteindelijk mee te maken hebben, is niet de verdwijning van het keizerlijke gezag, maar de verdwijning van het West-Romeinse keizerschap als zodanig. Dit verdwijnt eind vijfde eeuw en zal nooit meer terugkeren. Als we het hebben over “de val van Rome”, dan gaat het feitelijk hierom. Dus wat gebeurde er?

Lees verder “De verdwijning van het keizerschap”

VIII Augusta aan de Rijn

Maquette van de basis van VIII Augusta in Straatsburg (Palais Rohan)

Ik eindigde mijn vorige blogje met de constatering dat VIII Augusta in 70 na Chr. van de Balkan naar het westen werd overgeplaatst. Daar was het eerst gestationeerd in Mirebeau-sur-Bèze, vijfentwintig kilometer van Dyon. Een tweede basis was Argentoratum, het huidige Straatsburg aan de Midden-Rijn. Hier beschermde het legioen een belangrijke rivierovergang in Germania Superior. Het legioen zou daar nog ruim drie eeuwen blijven.

Het Zwarte Woud

In 74 legden de legionairs een weg aan van Straatsburg naar Rottweil en Hufingen: dwars door het Zwarte Woud. Dit was niet alleen een aanzienlijke bekorting van de reistijd tussen de Rijn en de Boven-Donau; het was ook het begin van de bezetting van het huidige Baden-Württemberg of, zoals het destijds heette, de Agri Decumates. Een Romeinse verovering, maar in de zin dat het een grensbekorting was ook een defensieve maatregel: de consolidatie van het imperium was begonnen.

Lees verder “VIII Augusta aan de Rijn”

Het einde van de Oudheid

Toen Romulus Augustulus in 476 werd afgezet, was Julius Nepos nog steeds de officiële keizer van het West-Romeinse Rijk (Bodemuseum, Berlijn)

Het handboek van Luuk de Blois en Bert van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, eindigt met een beschouwing over het einde van de Oudheid. Die begint met de opmerking dat het een onmogelijke taak is het einde van het behandelde tijdperk te markeren. Elke periodisering, zo schrijven de auteurs, heeft immers iets onnatuurlijks. Ze geven ook aan dat het jaartal 500 na Chr. alleen maar de gewoonlijke keuze is, en behandelen dan diverse mogelijkheden.

Politiek en religie

Wie kijkt naar de politiek, kan kiezen voor het einde van het Romeinse Rijk, maar dan deugt 500 niet. In plaats daarvan zou je 1453 moeten kiezen, als Mehmet de Veroveraar de laatste Romeinse hoofdstad Constantinopel inneemt. Het einde van het West-Romeinse Rijk in 476 is ook al een rare keuze, schrijven de auteurs, want feitelijk stelde dat politiek al een tijdje niet meer zo veel voor, terwijl de ideologie van de ene wereldheerser nog bleef bestaan. Dus wat wilde het afzetten van Romulus Augustulus zeggen? De Arabische veroveringen in de zevende eeuw vormden volgens de schrijvers wél een belangrijke politieke breuk. Ze geven althans geen redenen waarom het belang van dit proces genuanceerd zou moeten worden. Ik denk: terecht.

Lees verder “Het einde van de Oudheid”