Het beeld van Zeus in Olympia

Het beeld van Zeus in Olympia (Bode-Museum, Berlijn)

We zijn geneigd om bij de zeven wereldwonderen te denken aan grote constructies: de piramiden in Egypte (het enige wereldwonder dat we nog kunnen zien), het mausoleum in Halikarnassos (tegenwoordig weinig meer dan een kuil in de grond), de (verzonnen) hangende tuinen van Babylon, de vuurtoren van Alexandrië (gereduceerd tot kasteel). Het oudste lijstje met wonderbaarlijke bijzonderheden, opgesteld door Antipatros van Sidon,noot Palatijnse Anthologie (9.58). bevat echter ook een standbeeld: de Zeus van Olympia. Ook van dit wereldwonder is niets over, al weten we in welke tempel het wereldwonder heeft gestaan. In de tempel van Zeus dus.

Het enorme beeld van de Griekse oppergod is gemaakt door de Atheense beeldhouwer Feidias. Die had, dankzij twee beelden van Athena op de Akropolis in Athene, al een grote reputatie toen hij en zijn collega’s Kolotes en Panainos zich in 437 v.Chr. in Olympia vestigden om het beeld te maken van de god ter wiens ere de Olympische Spelen werden gevierd. Hun werkplaats is geïdentificeerd en opgegraven.

Lees verder “Het beeld van Zeus in Olympia”

De werken van Herakles (4)

De Farnese Hercules (Museo archeologico nazionale, Napels)

[Vierde van vijf blogjes die Dieter Verhofstadt schreef over de traditie van de Twaalf Werken van de halfgod Herakles. Het eerste blogje was hier.]

Nu we in de voorgaande blogjes de geschreven traditie hebben bezien, kunnen we ons richten op de wijze waarop de mythe van Herakles en zijn twaalf werken iconografisch is geëvolueerd.

Vaasschilderkunst en hellenisme

De afzonderlijke werken van Herakles vinden we op tal van vazen, daterend vanaf de zesde eeuw v.Chr. Bekend zijn de vele Attische vazen die zijn gevonden in Etruskische opgravingen, en die worden toegeschreven aan de “Schilder (van) Antimenes”. Bij hem vinden we de Nemeïsche leeuw, de Hydra, het Erymanthisch zwijn en Kerberos.

Lees verder “De werken van Herakles (4)”

De werken van Herakles (3)

Herakles en Hippolyte (Musée de Mariemont, Morlanwelz)

[Derde van vijf blogjes die Dieter Verhofstadt schreef over de traditie van de Twaalf Werken van de halfgod Herakles. Het eerste blogje was hier.]

Hellenistische mythografie

Een belangrijke schakel tussen de in het vorige blogje beschreven poëtische traditie over Herakles en de latere mythografie vormt de vijfde-eeuwse auteur Hellanikos van Lesbos. In zijn genealogische en chronografische werken, waaronder de Atthis (een geschiedenis van Athene), behandelde hij Herakles niet als epische protagonist, maar als een iemand die is ingebed in dynastieke en lokale geschiedenis. Hoewel Hellanikos geen expliciete lijst of systematische behandeling van de werken van Herakles biedt, documenteert hij varianten en afwijkende tradities, vooral in genealogische en regionale details. Deze manier van ordenen – zonder harmonisering – leverde latere mythografen het materiaal waarmee ze selecties en canonieke structuren konden vormen. Bovendien draagt Hellanikos bij aan een bredere geografische contextualisering van Herakles’ daden: spelen diens eerste werken zich nog af op de Peloponnesos, dan is de uitwijking naar omringende streken een teken van een verder uitdijende Griekse invloedssfeer.

In de derde eeuw v.Chr. verschijnt het hellenistische epos van Jason en de Argonauten, opgetekend door Apollonios van Rhodos. Bij hem vinden we verwijzingen naar de hydra, het zwijn, de gordel, de appels en de vogels.noot Hydra: 4.1393. Zwijn: 1.122. Gordel: 2.774. Appels: 4.1393. Vogels: 2.1074. Opvallend genoeg zijn dat, afgezien van de hydra, werken die in andere bronnen ontbreken. Herakles neemt in dit gedicht tijdelijk de leiding van de Argonauten op zich, maar verlaat hen spoedig weer om zich aan zijn echte taak te wijden. De twaalf werken dienen als achtergrond voor de Argonauten, als een zich parallel voltrekkende mythe.

Lees verder “De werken van Herakles (3)”

Tartessos

Armband uit El Carambolo (Nationaal archeologisch museum, Madrid)

Ergens rond het midden van de zesde eeuw v.Chr. naderde een Perzisch leger de Griekse stad Fokaia in Ionië, in het westen van het huidige Turkije. Als Herodotos het daarover heeft, last hij een van de uitweidingen in die zijn werk zo onderhoudend maken.

De Fokeeërs zijn de eerste Grieken geweest die verre zeereizen hebben ondernomen. Het is aan hen te danken dat de route naar de Adriatische Zee, Etrurië, Iberië en Tartessos bekend is geworden. … Op een van hun tochten zijn ze dus in Tartessos beland. Hier kwamen ze op goede voet te staan met de plaatselijke heerser, een zekere Arganthonios, die niet minder dan tachtig jaar heeft geregeerd en al met al honderdtwintig jaar oud is geworden. Hij is zo op ze gesteld geraakt dat hij hun in het begin zelfs heeft aangeraden om Ionië voorgoed te verlaten en zich in zijn rijk te vestigen, ze mochten zelf een plaats uitkiezen. De Fokeeërs gingen hier niet op in.noot Herodotos, Historiën 1.163; vert. Van Dolen.

Lees verder “Tartessos”

Pausanias

Reconstructie van Feidias’ Athena Parthenos (Museumpark Orientalis, Berg en Dal)

Als we het hebben over een wereld waarover we onvoldoende informatie hebben, de Oudheid dus, luidt één van de meest overbodige en meest stuitende clichés – en een cliché dat ik helaas zelf ook wel heb gebruikt – dat over deze of gene auteur weinig bekend is, zodat we alle informatie over diens leven moeten afleiden uit diens werk. De Griek Pausanias is ook zo’n schrijver. Misschien kwam hij uit Magnesia-bij-de-Sipylos (in het westen van Turkije), misschien kwam hij daar niet vandaan. Hij was misschien al in de vijftig toen hij begon te schrijven aan het werk dat bekendstaat als Gids voor Griekenland, misschien ook niet. Wellicht was hij tevens arts, wellicht ook niet. Vermoedelijk heette hij Pausanias, maar zelfs dat is niet helemaal zeker.

Erg belangrijk is de auteur vanzelfsprekend niet. Het gaat om wat ’ie te vertellen heeft, en dat is gelukkig heel interessant. Vooral omdat hij ons informeert over een wereld waarover we veel te weinig informatie hebben.

Lees verder “Pausanias”

Het Hefaisteion

Het Hefaisteion in Athene

Hefaistos, de Griekse god van de smeedkunst, had een bijzondere band met de stad Athene. Net als de stadsgodin Athena. Beide hadden de mensheid ambachten en kunsten bijgebracht, beide werden vereerd in een gedeeld festival, de Chalkeia, en samen deelden ze een tempel. Die lag op een heuvel bij de Atheense agora, verkeert nog in uitstekende staat en heet Hefaisteion.

De bouw van het Hefaisteion

De constructie van het Hefaisteion behoort tot de stedelijke vernieuwing van Athene rond het midden van de eeuw. Begonnen in 449 v.Chr. werd de bouw een project van de lange adem: het dak lijkt tussen 421 en 415 te zijn gebouwd en pas daarna kon het heiligdom in gebruik worden genomen.

Lees verder “Het Hefaisteion”

Klassieke literatuur (7c): wetenschap

Wat Germania Capta met wetenschap heeft te maken, leest u hieronder (Rheinisches Landesmuseum, Bonn).

[Het is alweer een tijdje geleden dat ik de vraag kreeg voorgelegd welke klassieke teksten en vertalingen ik mensen zou aanraden. In deze onregelmatig verschijnende reeks zal ik een persoonlijk antwoord geven, waarbij leesplezier voorop staat. Wie zich er echt in wil verdiepen, kan het beste aan een universiteit bij een cursus aanschuiven. Voor de Latijnse literatuur is er Piet Gerbrandy’s Het feest van Saturnus. Voor de Griekse en christelijke literatuur is zo’n boek er niet. Vandaag behandel ik de antieke wetenschappelijke literatuur.]

In het eerste stukje over de Griekse en Romeinse wetenschappelijke literatuur behandelde ik dé antieke wetenschappelijke tekst bij uitstek, Plinius de Oudere, en vervolgens behandelde ik in een tweede stukje de geneeskundige teksten, Vitruvius’ Bouwkunde en nog wat ander spul. Vandaag nog wat meer teksten, zoals Frontinus’ boekje over de waterleidingen van de stad Rome. De auteur, die ook een collectie krijgslisten heeft gepubliceerd, was aan het begin van de tweede eeuw na Chr. verantwoordelijk voor de watervoorziening van een stad met honderdduizenden inwoners en legt uit wat daarbij zoal komt kijken. Van De aquaducten van Rome is een Nederlandse vertaling van Vincent Hunink maar om u de waarheid te zeggen: laat dit niet de tekst zijn waarmee u uw kennismaking met de antieke letteren begint.

Lees verder “Klassieke literatuur (7c): wetenschap”

Olympisch kampioen

Portret van een Olympisch kampioen (Athene, Nationaal Archeologisch Museum)
Portret van een Olympisch kampioen (Athene, Nationaal Archeologisch Museum)

Ik kan het u niet veel klassieker geven dan de kop hierboven, gevonden in de tempel van Zeus in Olympia en tegenwoordig te zien in het Nationaal Archeologisch Museum in Athene. De man draagt een olijfkrans en dat wil zeggen dat we te maken hebben met iemand die een overwinning heeft behaald bij de Olympische Spelen, de meest prestigieuze van de klassieke Griekse atletiekfestivals. (De drie andere waren in Delfi, op de istmus van Korinthe en in Nemea.) Het moet een breedgebouwde kerel zijn geweest en om die reden hebben kunsthistorici er een bokser in herkend. Misschien is het wel omdat hij een beetje lijkt op de beroemde Bokser van het Quirinaal in Rome: een even onverzettelijke kerel met even onderzoekende ogen.

Ik vind het eerlijk gezegd maar raar om iemands beroep te baseren op zijn uiterlijk. (In elk geval heeft de Poolse zwaargewicht Adam Kownacki niet als eerste bokser de bijnaam “babyface”.) Maar misschien heb ik iets niet goed begrepen, want de man is zelfs geïdentificeerd met een zekere Satyros van Elis, die in 332 en 328 het boksen won. Ik sluit overigens ook niet uit dat die identificatie is gebaseerd op het feit dat de Griekse auteur Pausanias schrijft dat hij in Olympia een door de Atheense bronsgieter Silanion gemaakt portret van die bokser heeft gezien in de Zeustempel.

Lees verder “Olympisch kampioen”