
Ik blogde gisteren over het nieuwe boek van Ewoud Sanders, Jood. De vergeten geschiedenis van een beladen woord. Het lezen van Sanders’ boek bracht me op het idee eens een blogje te wijden aan het antieke gebruik van datzelfde woord – יְהוּדִי, Ἰουδαῖος, Judaeus.
Juda
Zulke woorden zijn afgeleid van de naam van de stam Juda, die in de IJzertijd leefde in de omgeving van de stad Jeruzalem. Koning David voegde die stad, die niet bij een van de twaalf Bijbelse stammen behoorde, toe aan zijn koninkrijk.noot Na het uiteenvallen van dat rijk, ergens rond 930 v.Chr., bleef Jeruzalem de hoofdstad van het zuidelijke koninkrijk. Dat bestond uit twee voormalige stammen, Juda en Benjamin, en omdat die laatste nogal klein was, heette het koninkrijkje dat vanuit Jeruzalem werd bestuurd, naar de grootste stam: Juda.
Het Bijbelse verhaal wordt niet onafhankelijk bevestigd, maar het koninkrijk Juda wordt in allerlei oosterse teksten genoemd. Ook het noordelijke koninkrijk, Israël, is in niet-Bijbelse teksten gedocumenteerd. Eveneens uit andere bronnen bekend is de deportatie van Israëlieten en Judeeërs naar Mesopotamië in 724 v.Chr. en 586 v.Chr. Van die eerste groep is sindsdien niets meer vernomen, maar de afstammelingen van de Judese gedeporteerden zijn bekend uit de hele Oudheid, Middeleeuwen en Ottomaanse tijd. Andere afstammelingen keerden op een zeker moment na 539 v.Chr. terug naar Jeruzalem.
Joden in de grotere wereld
Juda bleef dus herkenbaar en het was een bestuursdistrict in het Perzische Rijk. Het gebied heette nog in de vroege Romeinse tijd Judea. En nu begint het complex te worden.
Er waren inmiddels dus Joden – om dat woord maar te gebruiken – die woonden rond Jeruzalem en Joden in Mesopotamië. Er was ook een Joodse gemeenschap in Egypte. Zoiets was niet ongebruikelijk: Babylonië en Egypte kenden in de Perzische tijd ook gemeenschappen van bijvoorbeeld Kariërs en Grieken. Het verschil was dat de Joden maar aan één god offerden en dat betekende dat hun gemeenschap in religieuze zin was gedefinieerd.
Dat betekende echter weer dat iemand die geen Joodse ouders had, maar wel besloot uitsluitend aan Jahweh te offeren en de Wet van Mozes te volgen, eveneens een jood was. In de verwarring van onze geliefde spellingsregels: een bekeerling was wel een jood maar geen Jood. Voor zover ik weet is het Bijbelboek Ester, geschreven in de vierde eeuw v.Chr., de eerste tekst die het woord “jood” gebruikt in religieuze zin.
De Joden van Johannes
Dit soort verwarring is niet uniek. Niet alle hindoes zijn Hindoes, niet alle zouaven zijn Zouaven. Maar het wordt wel venijnig als de auteur van het Evangelie van Johannes zich, bij monde van Jezus van Nazaret, negatief uitlaat over οἱ Ἰουδαῖοι. En niet zo’n beetje ook: het zijn kinderen van de duivel.noot Dat kan dus slaan op joodse gelovigen uit alle volken, en u kunt zich voorstellen wat deze interpretatie van implicaties heeft voor, eufemistisch uitgedrukt, de joods-christelijke verhoudingen.
Een vriendelijker interpretatie is dat als de evangelist Johannes het heeft over Ἰουδαῖοι, hij kijkt vanuit Galilea, waar Jezus en zijn eerste volgelingen vandaan kwamen. Dan zijn het de bewoners van het Romeinse bestuursdistrict Judea. Dat klinkt al een stuk vriendelijker. Verder kan Johannes hebben gedoeld op de Joodse tempelautoriteiten. De wetenschappelijke discussie hierover is nog volop gaande, maar het moge duidelijk zijn dat het verhaal van het antieke woord “jood” net zo veelvormig is als het verhaal van het Nederlandse woord, waarover Sanders schrijft.
Israël
Tot slot: naast “Jood” was er “Israël”. Dat laatste woord kreeg steeds meer de functie van een zelfaanduiding, ongeveer zoals het volk dat door iedereen gewoon “Hollanders” wordt genoemd, zichzelf stijfkoppig “Nederlanders” blijft noemen. Een mooie illustratie van de relatie tussen “Jood” en “Israël” is te vinden in het Lijdensverhaal volgens Marcus: de Romein Pilatus kruisigt Jezus als “koning van de Joden”,noot maar als de Joden onder elkaar zijn noemen ze hem “koning van Israël”.noot Nog een voorbeeld: wat de Grieken en Romeinen aanduidden als de Joodse Opstand, was een opstand van mensen die zichzelf, getuige hun munten, aanduidden als Israël.
[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]
Zelfde tijdvak
Het Numidisch en het Proto-Berberfebruari 24, 2021
Rotsreliëfs aan de Indusmei 7, 2022
De Perzische Oorlogenjuli 21, 2022

“ongeveer zoals het volk dat door iedereen gewoon “Hollanders” wordt genoemd, zichzelf stijfkoppig “Nederlanders” blijft noemen.”
Dit begint inmiddels ook tot de rest van de wereld door te dringen.
Dit was wel de grappigste zin van de dag.
Dank voor deze you tube attentie.
De term ‘Nederlander’ heeft duidelijk niets met stijfkoppigheid te maken, maar alles met historisch besef.
Op de vrachtwagens van een Fries transportbedrijf staat echt: Gorredijk, Holland. Ik vraag me, als echte Hollander, altijd af of ik me daaraan moet ergeren.
@jona lendering: ongeveer zoals het volk dat door iedereen gewoon “Hollanders” wordt genoemd, zichzelf stijfkoppig “Nederlanders” blijft noemen.”
Deze wat trollerige opmerking doet pijn. Gebruikt Jona ook Engeland voor de VK, Amerika voor de VS? Dit voor alle delen van Nederland ‘fout’ gebruik van het woord Holland heerst vooral in de Randregio en in Hilversum, waar Max stijfkoppig Heel Holland Bakt en Denkend aan Holland uitzend. Max verdedigde zich met dat de Dikke van Dalen de betekenis Nederland ook geeft aan het woord Holland. Maar een woordenboek is registratie, geen mandaat om woorden ook ‘fout’ te gebruiken. Over stijfkoppigheid gesproken.
Alle regios van Nederland, verenigt U!