De krater van Vix

De krater van Vix (Musée du Pays Châtillonnais)

Vorige week zondag bezocht ik het Musée du Pays Châtillonnais in Châtillon-sur-Seine. Het is een museum zoals er in Frankrijk vele zijn, met een collectie die varieert van opgezette vogels via laatmiddeleeuwse sculptuur en zeventiende-eeuwse prenten tot herinneringen aan een buiten Châtillon allang vergeten generaal. Maar er is één pronkstuk: het enorme bronzen mengvat (“krater” in jargon) dat bij het dorpje Vix is gevonden in het graf van een dame die ietwat voorbarig “Prinses van Vix” is genoemd. Mogelijk gaat het niet om een vrouw, zoals aanvankelijk aangenomen, maar om een man.

De Prinses van Vix – zo zal ik haar toch maar noemen – moet tegen het einde van de zesde eeuw v.Chr. hebben gewoond in het met een Murus Gallicus omgeven heuvelfort dat bekendstaat als Mont Lassois. Een jaar of twintig geleden is daar een opvallend grote woning opgegraven die, met wat fantasie, mag worden aangeduid als haar paleis. Dat weten we natuurlijk niet zeker, maar het is wel zeker dat Mont Lassois lag in de regio van Lotharingen tot en met Beieren waar schitterende elite-graven zijn gevonden uit de Late Hallstatt-periode. De mensen die hier werden bijgezet, beheersten de handel tussen de noordelijke regio’s, waar allerlei grondstoffen vandaan kwamen (textiel, barnsteen…), en de steden in het Mediterrane zuiden.

Lees verder “De krater van Vix”

“Die Welt der Kelten”, Stuttgart

De kunst van de Kelten: glazen armbanden uit Manching

Als archeologen het hebben over de Kelten, bedoelen ze meestal de Hallstatt– en La Tène-culturen, ofwel de IJzertijdbeschaving van de mensen die tussen pakweg 800 en 50 v.Chr. leefden in een gebied dat als kernland de streek van Bourgondië, Lotharingen, Elzas, Baden-Württemberg, Beieren en Bohemen had. In Stuttgart zijn daarover momenteel twee tentoonstellingen, die samen worden aangeduid als “Die Welt der Kelten”.

De expositie over  de“Kostbarkeiten der Kunst” in het Altes Schloβ vond ik zelf vrij geslaagd, al haat ik het als voorwerpen in het halfdonker geheimzinnig liggen te zijn. De bezoeker krijgt vrij gedegen uitleg over de manier waarop kunsthistorici naar de ontwikkeling en functie van de Keltische voorwerpen kijken, waarbij een vraag als “is het eigenlijk wel kunst?” niet wordt geschuwd. Het belang is dat het idee dat de Kelten eigenlijk maar een soort primitieve imitaties maakten van de klassieke kunst, nog altijd bestaat. Het feit dat het in 1944 verschenen Early Celtic Art van Paul Jacobsthal nog altijd een standaardwerk is, bewijst dat er nog steeds betrekkelijk weinig onderzoek plaatsvindt.

Lees verder ““Die Welt der Kelten”, Stuttgart”