School van de Namen (3) Song Xing en Yin Wen

Chinese bijl (Museum für Kunst und Gewerbe, Hamburg)

[Kees Alders schrijft over de Chinese filosofische stromingen. Een inleiding was hier. Na een introductie, het Confucianisme en het Mohisme zijn we nu toe aan de zogeheten “School van de Namen”. Het eerste deel was hier.] 

De volgende twee in deze reeks te behandelen vertegenwoordigers van de School van de Namen zijn Song Xing en Yin Wen, waarvan we gisteren al zagen dat ze verbleven aan de Jixia-academie in de noordoostelijke staat Qi.

Song Xing

Over Song Xing (oude schrijfwijzen: Sung Hsing en Sung K’eng) weten we alleen maar iets doordat andere meesters, zoals de taoist Zhuangzi en de confucianisten Mencius en Xunzi, hem kort behandelen. Deze drie zijn het allemaal met meester Song oneens, maar spreken wel met waardering over hun collega.

Song Xing wordt niet door iedereen bij de School van de Namen ingedeeld. In sommige commentaren wordt hij mohist genoemd. Die associatie is begrijpelijk. Wat hij met de mohisten gemeen heeft, is dat hij vrede en gelijke liefde voor iedereen als ideaal lijkt te hebben gehad. Daarnaast wordt gezegd dat Meester Song extreme zuinigheid predikte: vijf koppen rijst per dag per persoon is wel genoeg om van te leven. Als iedereen nou gewoon een beetje zuinig is, redeneert hij net als de mohisten, is er voor iedereen genoeg.

Maar waarin Song Xing absoluut verschilt van de mohisten, is dat hij geen rangen en standen lijkt te erkennen. Al is het voor de mohist voor iedereen mogelijk om iedere rang of stand te bereiken, de mohistische maatschappij kent een piramidale machtsstructuur en rangen en standen zijn daarmee bij uitstek mohistisch. Song Xing lijkt daarentegen van mening dat, aangezien iedereen gelijk is, er ook geen hiërarchie mag zijn.

Dit levert hem dan vervolgens het verwijt van de latere confucianist Xunzi op dat met zijn filosofie geen relaties tussen leidinggevenden en ondergeschikten mogelijk zijn. Hoe moet zo een samenleving worden vormgegeven? Wat Songs ideeën hierover waren kunnen we helaas niet weten.

Het centrale argument tegen oorlog dat Song presenteert is dan weer wel heel mohistisch in zijn pragmatiek: oorlog levert onder de streep uiteindelijk voor zowel de agressor als de verdediger netto schade op. Song Xing voert zijn pacifisme echter een stuk verder door dan de mohisten: hij pleit voor algehele ontwapening, en raadt ook de verdedigende partij af zich te verdedigen. De mohisten waren juist zwaar bewapend om zichzelf en ook anderen te verdedigen tegen agressie: mohisten waren tegen offensieve oorlogsvoering, maar zeker niet tegen oorlog of voor ontwapening.

De mohisten zouden Song Xing hebben kunnen zeggen dat als alleen de verdediger zich aan Songs advies zou houden, Songs redenering voor de aanvaller niet langer gold. Als elke daad van agressie immers zou worden beloond met capitulatie, is er immers weinig schade voor de agressor, en dus weinig reden om de agressie te beëindigen.

Yin Wen

Yin Wen wordt vaak in één adem met Song Xing genoemd. Het is daarmee moeilijk om te zien of die twee ook daadwerkelijk van elkaar verschilden qua gedachten en zo ja, waarin. Ook is onduidelijk welke relatie ze hadden: waren zij vrienden, of leraar en leerling, of zijn ze alleen maar door anderen op één hoop gegooid en werkten ze in praktijk niet samen? Over het algemeen wordt ervan uitgegaan dat Yin Wen de jongere van de twee moet zijn geweest. Song Xing leefde vermoedelijk circa van 360 tot 291 voor Chr., Yin Wen was iets jonger, maar precieze jaartallen verschillen sterk qua bron.

Van Yin Wen hebben we niet veel meer dan twee anekdotes die in verschillende teksten terugkomen, en een korte tekst getiteld Yin Wen Zi (“Meester Yin Wen”) waarvan de kern door hemzelf geschreven zou kunnen zijn, maar die waarschijnlijk twee eeuwen later door taoisten is geredigeerd om in te passen in hun verhaal.

De belangrijkste reden om Song Xing en Yin Wen in te delen bij de Scool van de Namen is dat de Yin Wen Zi zich concentreert op het correct benoemen van zaken. De tekst maakt onderscheid tussen woorden die concrete vormen benoemen, woorden die waardeoordelen vormen, en woorden die abstracte normen beschrijven.

Volgens de tekst is er ook een relatie tussen het gebruik van woorden en goed besturen: volgens de Yin Wen Zi kan een bestuurder alleen goed besturen als hij de zaken ook juist benoemt. Ideaal bestuur kenmerkt zich door weinig wetten, die echter zo scherp geformuleerd zijn dat ze overduidelijk zijn. Aanvullend lezen we in één van de twee anekdotes over Yin Wen een betoog van hem waarin hij pleit voor wat we een “minimale staat” noemen. Als er weinig wetten zijn, zijn deze makkelijker toe te passen.

Opvallend is overigens dat de noodzaak van het correct benoemen net zo sterk wordt benoemd in de Analecten van Confucius. De drang om namen onder de loep te nemen beperkt zich dus niet tot de School van de Namen.

De weg naar binnen

De belangrijkste bijdrage van Song Xing en Yin Wen is dat ze als eerste bekende Chinese denkers wezen op de subjectiviteit van mensen. Volgens hen heeft iedereen een eigen perspectief, en we zouden ons veel ellende besparen als we wat vaker beseften dat alle mensen, en dus ook wijzelf, noodzakelijk fundamenteel vooringenomen zijn. Iedereen zit vastgeroest in zijn eigen voor- en afkeuren, en het zou beter zijn als we ons daar af en toe van konden losmaken om ook andermans perspectief te zien.

Een voorbeeld dat niet van die twee komt, maar wel met ze geassocieerd wordt, is dat van de man die zijn bijl mist, en de zoon van zijn buurman verdenkt het voorwerp gestolen te hebben. Alles wat de zoon doet ziet er verdacht uit, zijn houding, zijn loopje, zijn valse glimlach … totdat de man de bijl in zijn eigen tuin terugvindt: kennelijk gewoon slordig geweest en verloren. Hierna kan de man de zoon van zijn buurman weer gewoon zien als de simpele pummel die hij was. Maar die was zich echt niet anders gaan gedragen! Het was de vooringenomenheid van de man die het werk van de projectie deed.

Vaak zijn het kortom niet zozeer de omstandigheden die bepalen hoe wij ons voelen, maar onze eigen houding tegenover die omstandigheden. Hiermee zetten Song Xing en Yin Wen een stap in de richting van een cognitieve psychologie.

Behalve dat iedereen een eigen standpunt heeft, benadrukken Song Xing en Yin Wen ook dat wij mensen dan wel denken dat onze emoties diep zijn en veelvormig, maar dat onze essentiële emoties, dat wil zeggen de emoties die ons mens maken, eigenlijk maar simpel en oppervlakkig zijn, en zijn in te delen in verlangen en afkeer. Dit zijn volgens hen dan ook de emoties waar het eigenlijk om zou moeten draaien. De rest is maar afgeleid, en bovendien vaak afleiding van waar het om zou moeten gaan.

Specifiek hangen zij de stelling aan: “beledigd worden is niet oneerbaar”. Want wat maakt het nou uit als mensen je proberen te bespotten? Zelfrespect is echt niet afhankelijk van het oordeel van anderen – of zou dit niet moeten zijn. Als je beseft dat wat anderen van jou vinden je in de meeste gevallen niet hoeft te raken, dan leidt je een zoveel gemakkelijker leven! En als mensen dit in het algemeen meer zouden beseffen, dan waren de meeste conflicten er niet geweest.

De andere anekdote die we van Yin Wen kennen bevat dan ook een betoog waarin dialoog waarin hij betoogt dat heersers die laatdunkend zijn over ondergeschikten die zich laten beledigen en niet terugvechten, strijdig handelen met hun eigen wetten waarin ze geweld verbieden. Je moet als heerser kiezen, en dan kies je maar beter voor één simpele regel tegen geweld. Een goede ondergeschikte kenmerkt zich bovendien niet door eerzucht, maar door loyaliteit.

Parallelle denkers

Dit alles doet mij denken aan een denker van een heel andere cultuur, die 100% zeker niet met de Chinese denkers in contact stond: Aristippos van Kyrene, die gezien wordt als de eerste Griekse hedonist. Ook hij meende dat de basale gevoelens van mensen neerkwamen op genot en afkeer, dat andere gevoelens daarvan afgeleid worden, en in ons dagelijks leven vaak functioneren als onwelkome afleidingen. Aristippos raadt daarom aan om ons vooral niet druk te maken over sociale emoties als eerzucht. Volgens de anekdotes liet hij zich welwillend vernederen. Als hem dat wat opbracht, dan lieten vernederingen hem volstrekt Siberisch.

Het idee dat we weinig invloed hebben op onze uiterlijke omstandigheden maar wel op onze gevoelens daarover, spiegelt zich daarbij expliciet in de latere stoïcijnse filosofie van met name Epiktetos (Epictetus).

[Dank je wel Kees! Deze vijfdelige reeks wordt morgen vervolgd met de paradoxen van Hui Shi.

Deel dit:

2 gedachtes over “School van de Namen (3) Song Xing en Yin Wen”

  1. Saskia Sluiter

    Weinig, maar scherp geformuleerde wetten. Zou dat tegenwoordig nog kunnen? Jammer dat ik geen jurist ben, want het verschil tussen helder en scherp geformuleerd (hengel met haak en dobber) of juist breed en vaag (sleepnet) lijkt me een flinke discussie waard.

Reacties zijn gesloten.