Sapfo, de maan en de Plejaden

Sapfo (Archeologisch museum, Sparta)

Ik heb weleens geschreven dat als iemand het woord “Sapfo” in de mond neemt, er onzin zal gaan volgen. Dat was natuurlijk een hyperbool, maar helemaal onzinnig is het niet. We kennen Sapfo’s in de Oudheid veel geprezen poëzie alleen uit een beperkt aantal zeer korte fragmenten. Over de authenticiteit is vaak discussie en toen een paar jaar geleden na een misdrijf enkele langere gedichten bekend werden, leerden we dat classici gedragscodes en strafrecht als onzin beschouwen en bij wijze van retractie ook weer onzin uitsloegen. Ik hoop nu dat dit blogje niet méér onzin bevat dan u verwacht van een blog: een uit de losse pols geschreven observatie.

Het gaat me om een van de allerberoemdste Sapfo-gedichten, fragment 168b, waarvan de authenticiteit overigens omstreden is. Hier is de vertaling van Paul Claes.

Lees verder “Sapfo, de maan en de Plejaden”

De tijd in het jodendom

De synagoge van Sepforis

“Hoe laat is het in de Oudheid?”: dat is de vraag waarmee de Groningse onderzoeker Arjen Bakker op donderdag 4 april in de Groningse synagoge een lezing begon. Hij gebruikte die vraag om aan te geven dat de verwoesting van de tempel in 70 na Chr. niet alleen een belangrijke datum vormt in de joodse geschiedenis, maar dat die datum tegelijkertijd onderdeel was van een al eerder ingezet proces van nadenken over tijd.

Voor ons begrip vormen de Dode Zee-rollen, met daarin allerlei versies van de joodse Bijbel en tal van andere joodse teksten, ouder dan de gangbare Bijbelse canon, belangrijk bewijsmateriaal Er zijn ook joodse kalenders bekend en – misschien verrassend – er valt informatie te ontlenen aan de mozaïekvloeren van de synagogen.

Lees verder “De tijd in het jodendom”

Geen tijd (2)

Romeinse zonnewijzer uit Aquincum (Hongarije).
Romeinse zonnewijzer uit Aquincum (Hongarije).

Ik schreef gisteren over de ideeën die Aristoteles en Augustinus over tijd formuleerden. Ze bewijzen dat de oude Grieken en Romeinen bepaald niet dom waren, maar zoals gezegd: ze zijn de uitzonderingen. Slechts weinig antieke auteurs bekommerden zich echt om het verschijnsel tijd, en uiteraard maakt dat Aristoteles en Augustinus alleen maar bijzonderder. Maar voor de anderen geldt: het lijkt wel alsof ze leefden in een wereld zonder tijd.

Lang geleden heb ik eens een laat-antieke tekst gelezen – ik ben vergeten welke, maar het zou wel eens kunnen staan in het proefschrift van Luuk de Ligt over antieke markten – waarin de auteur aan aristocraten het advies gaf dat ze markten moesten inrichten op hun landgoederen, omdat de arbeiders anders maar tijd zouden verliezen aan bezoekjes aan de stad. Het is een van de weinig keren dat een antieke schrijver zich lijkt te realiseren dat tijd waardevol was. Je kunt “tijd is geld” vertalen naar de oude talen, maar slechts weinig Grieken of Romeinen zouden het hebben begrepen.

Lees verder “Geen tijd (2)”

Geen tijd (1)

Stoep in Tabriz
Stoep in Tabriz (Iran)

Het is een bekende observatie over de grote steden in het Midden-Oosten: het trottoir – als het er al is – dient niet om over te wandelen. Het is er om stalletjes te zetten voor de verkoop van allerlei dingen. Voetgangers kunnen immers ook over de straat gaan, langs de geparkeerde auto’s. In Nederland zou zoiets natuurlijk ondenkbaar zijn: hier is het trottoir er voor wandelaars.

De verklaring voor dit verschil is, volgens een egyptologe met wie ik het er eens over had, dat in het Midden-Oosten ruimte schaars is, zodat de openbare ruimte wordt ingericht om er zoveel mogelijk activiteiten per vierkante meter te kunnen laten plaatsvinden. In West-Europa is daarentegen tijd hét schaarse goed, en dus wordt de openbare ruimte zó ingericht dat mensen zich snel kunnen verplaatsen. Het klinkt mij overtuigend in de oren. In elk geval: ons besef van ruimte en tijd is betrekkelijk. Je kunt anders denken over tijd en ruimte, je kunt er anders naar handelen.

Lees verder “Geen tijd (1)”