De Romeinse keizers van Gallië (2)

Tetricus, de laatste heerser van het Gallisch Keizerrijk (Bodemusem, Berlijn)

Omdat het Gallisch Keizerrijk zo goed was georganiseerd, kon het zijn stichter overleven. Postumus’ einde kwam in 269. Zijn munten waren altijd van hoger gehalte geweest dan die van Gallienus en diens opvolger Claudius II Gothicus, maar in 268 verlaagde de Gallische keizer onverwacht de hoeveelheid zilver in zijn munten. Het lijkt onrustig te zijn geweest en een zekere Laelianus riep zichzelf uit tot keizer, bezette de munt in Keulen en maakte Mainz tot hoofdstad. Postumus onderdrukte de opstand, stond zijn soldaten niet toe Mainz te plunderen en werd daarop door zijn eigen mannen gedood.

Zijn opvolger heette Marius en is een wat schimmige figuur. Hij werd vrijwel meteen vervangen door de commandant van de praetoriaanse garde van het Gallisch Keizerrijk, Victorinus. Ook die is een beetje kleurloos, al schijnt zijn huis in Trier te zijn geïdentificeerd. We weten alleen dat hij in 266 of 267 het consulaat deelde met Postumus en we mogen daarom aannemen dat hij de rechterhand van Postumus was. Hij lijkt de stad Autun te hebben moeten belegeren, maar in 270 was hij de situatie voldoende meester en het zegt veel over de stabiliteit van het Gallisch Keizerrijk dat de Germaanse stammen zich in deze crisis rustig hielden.

Lees verder “De Romeinse keizers van Gallië (2)”

Aardenburg

De westelijke poort van Aardenburg; achteraan de lage muur waarop de gedichtjes zijn te lezen.

Hoe presenteer je een antieke nederzetting? De ideale situatie begint ermee dat je een opgraving echt kunt tonen – denk aan DomUnder in Utrecht, het Thermenmuseum te Heerlen of de basiliek van Tongeren – en dat je vervolgens een manier hebt om aan te geven waarop de reconstructie is gebaseerd. Het publiek ziet immers alleen fundamenten en toch zeggen archeologen iets over het dak. Waarop baseren ze zoiets? Als je deze uitleg overslaat, roep je de scepsis over je af.

Maar dat is natuurlijk niet voldoende. Leuk hoor, zo’n fort of badhuis of kerk, maar wat betekende dat voor de mensen destijds? Hier komen teksten van pas en dit is wat ik in Aardenburg in Zeeuws-Vlaanderen zo verschrikkelijk aardig vind. De brokken natuursteen van het fort zelf zijn op verschillende plaatsen in het vestingstadje hergebruikt, zoals in de kerk, wat in elk geval het voordeel heeft dat de mensen weten dat er een Romeins fort is geweest. Met wat modern metselwerk zijn bovendien de resten van de westelijke poort aangeven.

Lees verder “Aardenburg”

Limesmoeheid (3)

De fundamenten van een Romeinse toren bij de poort van het limes-fort te Aardenburg. Op de achtergrond liggen borden waar een link wordt gelegd met de klassieke literatuur.

Ik wees er in mijn eerste stukje op dat het project om de limes te maken tot werelderfgoed een zodanige omslag is in ons denken over de Lage Landen in de Romeinse tijd, dat de voorlichting een tweede lijn behoeft om toekomstige critici de pas af te snijden. Die ontbreekt. In het tweede stukje wees ik erop dat de limes-organisaties een tweede communicatie-infrastructuur scheppen om mensen bij informatie te krijgen, terwijl er al een functionerende infrastructuur is. Het voornaamste effect van het limes-project is verwarring.

En informatie die aan de oppervlakte blijft. De website RomeinseLimes.nl bevat (deels onjuiste) informatie waar een kind iets mee kan, maar die er niet voor zorgt dat een volwassene ontdekt dat de Romeinen belangrijk zijn of waarom de ommekeer in perspectief (van noord-zuid-kijken naar zuid-noord-kijken) een verbetering is. Zo’n website is dus contraproductief en dat geldt voor wel meer projecten rond de limes. Wie een specifieke visie op het verleden wil promoten, en niet wil lijken op een Oezbeekse of Bulgaarse propagandist, zal beter moeten bieden dan momenteel gebeurt. Ik weet dat het klinkt als een hyperbool maar ik ben serieus: zolang de limes-organisaties er niet in slagen de Romeinse tijd als een intellectueel serieus te nemen onderwerp te presenteren, dragen ze vooral bij aan de trivialisering ervan.

Lees verder “Limesmoeheid (3)”

Germaans aardewerk

Germaans aardewerk uit Kontich
Germaans aardewerk uit Kontich (België)

De bovenstaande grauwe pot fotografeerde ik op de jubileumexpositie van de Antwerpse Vereniging voor Romeinse Archeologie, waarover ik gisteren blogde. Hij is opgegraven in Kontich en lijkt te dateren uit de late tweede eeuw of de eerste helft van de derde eeuw. Het voorwerp is heel anders dan het gelijkmatige, op pottenbakkersschijven gemaakte aardewerk dat normaal was in de Romeinse tijd. Deze pot is met de hand gevormd en geïmporteerd van buiten het imperium.

Lange tijd zouden archeologen het hierbij hebben gelaten. Als keramiek werd opgegraven – zeker in een Griekse of Romeinse context – keek men vooral naar de artistieke eigenschappen. Als het beschilderd was of gevormd in mallen was het mogelijk het aardewerk te dateren, wat weer handig was om de opgraving te dateren. Veel meer deed men er echter niet mee. Met grauw aardewerk als dit, dat dus ergens tussen 175 en 250 is vervaardigd, was men snel klaar.

Lees verder “Germaans aardewerk”