De Romeinse keizers van Gallië (2)

Tetricus, de laatste heerser van het Gallisch Keizerrijk (Bodemusem, Berlijn)

Omdat het Gallisch Keizerrijk zo goed was georganiseerd, kon het zijn stichter overleven. Postumus’ einde kwam in 269. Zijn munten waren altijd van hoger gehalte geweest dan die van Gallienus en diens opvolger Claudius II Gothicus, maar in 268 verlaagde de Gallische keizer onverwacht de hoeveelheid zilver in zijn munten. Het lijkt onrustig te zijn geweest en een zekere Laelianus riep zichzelf uit tot keizer, bezette de munt in Keulen en maakte Mainz tot hoofdstad. Postumus onderdrukte de opstand, stond zijn soldaten niet toe Mainz te plunderen en werd daarop door zijn eigen mannen gedood.

Zijn opvolger heette Marius en is een wat schimmige figuur. Hij werd vrijwel meteen vervangen door de commandant van de praetoriaanse garde van het Gallisch Keizerrijk, Victorinus. Ook die is een beetje kleurloos, al schijnt zijn huis in Trier te zijn geïdentificeerd. We weten alleen dat hij in 266 of 267 het consulaat deelde met Postumus en we mogen daarom aannemen dat hij de rechterhand van Postumus was. Hij lijkt de stad Autun te hebben moeten belegeren, maar in 270 was hij de situatie voldoende meester en het zegt veel over de stabiliteit van het Gallisch Keizerrijk dat de Germaanse stammen zich in deze crisis rustig hielden.

Laelianus (Bodemuseum, Berlijn)

Het einde

Victorinus overleed in het voorjaar van 271 en werd opgevolgd door Tetricus, mogelijk een familielid. Pas nu probeerden de Franken en Alamannen het rijk binnen te vallen, maar ze werden gemakkelijk verslagen. Het einde zou dan ook niet komen door toedoen van de Germanen.

In de zomer van 274 stak keizer Aurelianus, die in 270 door de Romeinse Senaat was erkend, de Alpen over. Hij versloeg het Gallisch leger bij Châlons-en-Champagne in een van de bloedigste veldslagen uit de Romeinse geschiedenis. De overwinnaar noemde zichzelf trots restitutor orbis, “hersteller van de wereld”, en vanuit Italiaans oogpunt had hij gelijk. De Crisis van de Derde Eeuw liep ten einde. Voor Gallië en het Rijnland begonnen de problemen nu pas goed.

Victorinus (Bodemuseum, Berlijn)

Er was geen Rijnleger meer. Frankische en Alamannische krijgsheren trokken door het hele gebied benoorden de Alpen, waar ze de steun lijken te hebben gekregen van een deel van de Franken die door Postumus in het rijk waren gevestigd. Misschien waren de veertien jaar vrede niet voldoende geweest om hen volledig te romaniseren, maar waarschijnlijker is dat ze geen andere mogelijkheden hadden dan zich aan te sluiten bij de roversbenden.

De ramp

Keulen en Trier werden geplunderd, Neuss werd verwoest, Maastricht ontvolkt, Voorburg verlaten en Bavay met de grond gelijk gemaakt. Veel mensen in Tongeren hebben nooit een behoorlijke begrafenis gekregen. Saksische piraten kwamen ook tussenbeide en waren mogelijk verantwoordelijk voor grootschalige verwoestingen in Vlaanderen. Het Romeinse fort bij Aardenburg werd nooit meer bezet. In verschillende steden in Noord-Frankrijk werden haastig gebouwde muren door de indringers verwoest: Metz en Reims werden geplunderd en Parijs brandde. Dat de forten langs de Beneden-Rijn werden opgegeven, wat ik zelf ook weleens heb geschreven, is echter onwaar. Archeoloog Stijn Heeren heeft onlangs getoond dat de veronderstelde Limesfall grotendeels fictie is, gebaseerd op gebrekkig bewijsmateriaal.

Een terugkerend Germaans leger werd in 277 door keizer Probus gedwongen zijn buit in de Rijn achter te laten: de schat van Neupotz (Neues Museum, Berlijn). Een datering in 260 is overigens ook mogelijk.

De delen van Gallië die nog veilig waren, werden het slachtoffer van een andere ramp: de belastinginspecteur. Ze werden aangeslagen om de legers van de Donau en de Eufraat te financieren. Toch betekende ook dit niet het einde van de Romeinse cultuur benoorden de Alpen. Latere keizers als Probus en Maximianus herstelden de orde.

Postumus en Hercules, de beschermgod van het Gallisch Keizerrijk (Metropolitan Museum, New York)

Evenmin was dit het einde van het Gallisch Keizerrijk. Ideologisch bleef het in zoverre bestaan dat ook keizer Maximianus Hercules als beschermgod nam. En veel ingrijpender was de reorganisatie van het keizerrijk. In de vierde eeuw werd het verdeeld in vier prefecturen, die elk verantwoordelijk waren voor de verdediging van een deel van de grens. De westerse praefectuur was in wezen een wedergeboorte van het Gallisch Keizerrijk.

 [Een overzicht van de blogjes over het handboek oude geschiedenis is hier.]

Deel dit:

4 gedachtes over “De Romeinse keizers van Gallië (2)

  1. Ben Spaans

    En de Plaag van Cyprianus speelde ook nog mee, qua ontvolking? Had die b.v. niet de bevolking van Neder-Germania weggevaagd?

  2. Ben Spaans

    Het staat allerminst vast dat de Plaag van Cyprianus ebola was. En deze lijkt het eerst vanuit de Balkan te zijn gekomen.
    Ik verwijs naar het artikel dat ik eerder doorgaf.

    Volgens mij heb ik een aantal jaren terug, nog voor Harper (in ieder geval zijn boek, hij publiceerde eerder artikels hierover) een keer ergens gelezen (bijlage Volkskrant? Quest?) dat ook in het Noorden van het rijk de epidemie de bevolking wegvaagde, ook in ‘onze’ streken en dat daarmee elke band met de toenmalige bewoners en de ‘huidige’ Nederlanders niet-bestaand zou zijn.

  3. Pingback: Archaeology 2024-01-26 – Ingram Braun

Reacties zijn gesloten.