Wie was Mozes? (2)

“De woestijn waar de kinderen van Abraham veertig jaar zwierven onder leiding van Mozes” (Peutinger-kaart)

Wat bij de totstandkoming van de traditie over Mozes lijkt te zijn gebeurd, is dat mondeling doorvertelde verhalen ergens in de Late IJzertijd zijn opgeschreven door iemand die er een datering 480 jaar voor koning Salomo aan toevoegde. Het lijkt mij op dit punt valide om te zeggen: we laten die chronologie wat ze is, want daarmee heeft een auteur ooit een voor hem belangrijk punt willen toevoegen dat losstaat van de voor hem liggende, oudere tradities. En die waren dus mondeling.

Nu is die mondelinge traditie, om eerlijk te zijn, eigenlijk de oudheidkundige jokerkaart. We schuiven er Mozes mee naar de verhalenvertellers, wier vertellingen niet langer reconstrueerbaar en controleerbaar zijn. Je zegt feitelijk iets als “ja, Mozes heeft vermoedelijk bestaan, maar nee, we kunnen er niet dichterbij komen”. Zo kun je ook het bestaan beredeneren van koning Arthur en Siegfried, die vermoedelijk wel hebben bestaan, of van Herakles en Berend Botje, waarvan het bestaan veel dubieuzer is. Eigenlijk is de constatering, hoe waar ook, dat Mozes aan de samenstellers van de Bijbel bekend was uit de mondelinge traditie, een verlegenheidsoplossing.

Lees verder “Wie was Mozes? (2)”

Joodse literatuur (2): Na de ballingschap

Dit kleitablet in het Pergamonmuseum (Berlijn) documenteert hoe de Judese koning Jojachin in Babylonië in ballingschap was.

Dit is het tweede deel van een chronologisch overzicht van de joodse literatuur, waarvan het eerste deel hier was. Een beredeneerd overzicht vindt u daar. In de nu beschreven periode, die begint in 587 v.Chr., vinden we de joodse schrijvers in Babylonië, waar een belangrijke redactie van de Wet van Mozes heeft plaatsgevonden. Die heb ik, wegens de enorme complexiteit, buiten deze tabel gehouden. In 539 onderwierp koning Cyrus van Perzië de Babyloniërs en keerden de joden terug uit hun Babylonische Ballingschap.

Deze terugkeer wordt meestal geplaatst in de jaren na 539, maar er is wel enige twijfel. Het nederzettingenpatroon in het land van Israël veranderde pas in het tweede kwart van de vijfde eeuw v.Chr. en de geslachtslijsten in Kronieken suggereren ook een latere terugkeer. (Als de joden meteen zijn teruggekeerd, zijn de generaties tussen 587 en 539 namelijk wel erg kort en die na 539 wel erg lang.) Deze kwestie is belangrijk, omdat een langer verblijf in het oosten meer gelegenheid laat voor de beïnvloeding die er evident is. Teksten als Kronieken documenteren een van oorsprong Perzisch dualisme. Satan maakt zijn opwachting.

Lees verder “Joodse literatuur (2): Na de ballingschap”

Oudheidkundige prietpraat

Naar het schijnt is dit een van de betreffende kleitabletten.

Zouden we toch deze week bijna hebben moeten laten voorbijgaan zonder oudheidkundige prietpraat… maar gelukkig, ook deze week is de overdrijving weer eens niet geschuwd. Een collectie kleitabletten die licht werpt op de Babylonische Ballingschap der Joden wordt getypeerd “la maggiore scoperta filologica dopo i manoscritti di Qumran”.

Kom op zeg. Het terugvinden van de Archimedescodex-C, de ontdekking van Achaimenidische documenten in Afghanistan, de Vindolanda-tabletten, de Faëthon van Euripides, het Evangelie van Judas: allemaal teksten die bekend zijn bij degenen die de kranten een béétje bijhouden. Diezelfde krantenlezers werden vandaag weer eens bevestigd in hun vooroordeel dat oudheidkundigen maar wat roepen.

Lees verder “Oudheidkundige prietpraat”