De villa’s van Romeins Limburg

Romeins Limburg: het zal niet het eerste zijn waaraan je denkt bij het Romeinse Rijk. Het behoorde echter wel degelijk tot het wereldrijk. Het zuidelijke deel van Nederlands Limburg was rijk geworden door de productie van graan, waar in de wijde regio vraag naar was. Zuid-Limburg kende de hoogste concentratie landhuizen in Nederland. De tentoonstelling “Romeinse villa’s in Limburg”, momenteel te zien in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, brengt die landhuizen en de mensen die er woonden, weer tot leven met prachtige reconstructies en even interessante als mooie voorwerpen.

Caesars tegenstanders

Met zijn glooiende heuvels onderscheidt Zuid-Limburg zich van de rest van Nederland, dat immers een overwegend vlak land is. In de eerste eeuw v.Chr. had het heuvelland al een eeuwenlange geschiedenis van autarkische boerengehuchten, gelegen tussen velden vol wuivend graan.

Lees verder “De villa’s van Romeins Limburg”

De Vorst van Oss (in Oss)

Het zwaard van de Vorst van Oss

De beruchte uitspraak van staatssecretaris van Cultuur Halbe Zijlstra dat hij niet wist wat hij had aan musea vol lokaal opgegraven potten en pannen, had betrekking op museum Jan Cunen in Oss. Ik moest onwillekeurig aan al die misplaatste minachting denken toen ik dat museum onlangs bezocht. Er is momenteel namelijk een geslaagde expositie over de Vorst van Oss, over wie ik al eerder blogde. Het is nieuws dat de Vorst nu in Oss is, want de inhoud van zijn graf ligt normaliter niet in Oss maar in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden.

Het RMO buiten Leiden

De Osse expositie is om twee redenen interessant. In de eerste plaats natuurlijk om het onderwerp: een rijk graf uit de Vroege IJzertijd. Gevonden in 1933 en herontdekt in 1997 is dit een juweeltje van de Nederlandse archeologie. En in de tweede plaats omdat dit een van de eerste is uit een reeks exposities waarbij voorwerpen uit het Leidse museum gaan naar de plaats van herkomst.

Lees verder “De Vorst van Oss (in Oss)”

Nationale en regionale musea

De Merovingische munten van de offerplaats bij het Springendal

Grote kans dat u nog nooit heeft gehoord van Museum Moerman in Apeldoorn. Het bestaat niet meer. Ik kwam er als kind, keek er naar het oude Veluwse aardewerk, begreep voor het eerst hoe verschrikkelijk anders het verleden was geweest en begon historische belangstelling te krijgen. Nu mijn vrienden kinderen hebben, zie ik bij die kleuters hetzelfde. Toen opa en oma nog kind waren was het anders en dat is leuk. Elke onderwijzer en elke geschiedenisleraar weet dit: maak met kinderen een fietstocht langs het plaatselijke verleden en ze ontwikkelen geschiedenisliefde.

De sleutel is dat het verleden weliswaar anders moet zijn (dus verrassend, dus leuk), maar tegelijk herkenbaar. Dat laatste kan zijn doordat het gaat om familieleden (opa en oma) of de eigen regio (de Veluwe). U zult zich herinneren dat toen de politiek in 2006 verzon dat Nederland een nationaal historisch museum behoorde te hebben, nogal wat historici eraan herinnerden dat het geld beter besteed zou zijn aan lokale musea.

Lees verder “Nationale en regionale musea”

5000 jaar kralen

Kralenkettingen voor vroegmiddeleeuwse Romeinse dames (Santa Prassede, Rome)

In 2016 was er een kort bericht, dat nauwelijks de aandacht kreeg die het verdiende: in een graf in Noorwegen waren glazen kralen  gevonden, afkomstig uit het atelier van de glasmaker van Toetanchamon. De sterkste aanwijzing was het gebruikte kobalt. De kleuren van glas worden immers vervaardigd door metaal toe te voegen aan het mengsel van kwarts en potas dat glas feitelijk is. Met een techniek die bekendstaat als Laser Ablation Inductively Coupled Plasma Mass Spectrometry (kortweg plasmaspectrometrie) is vast te stellen waar welk metaal is gewonnen en dus een uitspraak te doen over de herkomst. Een ander instrument uit het kralenonderzoek is de stereomicroscoop, waarmee is vast te stellen welke technieken de oude kunstenaars hebben benut.

Er waren in 2016 in totaal 271 Mediterrane kralen gevonden op eenenvijftig plaatsen in Noorwegen en Denemarken en die kwamen niet alleen uit Egypte maar ook uit Mesopotamië. Het onderzoek toont wat er momenteel technisch mogelijk is, maar ook welke vérstrekkende conclusies bereikbaar zijn. Het handelsnetwerk van veertiende-eeuws Egypte strekte zich uit tot voorbij de Noordzee. Met tussenschakels, vanzelfsprekend, maar toch.

Lees verder “5000 jaar kralen”

De Dame van Simpelveld

De sarcofaag van de Dame van Simpelveld (© Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

De sarcofaag van de Dame van Simpelveld is een van de mooiste vondsten uit de Nederlandse archeologie. Gemaakt in de tweede helft van de tweede eeuw na Chr., is het een bijna uniek voorwerp. Terwijl men in destijds sarcofagen doorgaans decoreerde aan de buitenkant, heeft de steenwerker hier juist de binnenkant versierd. We zien het interieur van een mooi huis, inclusief de bewoonster. Een rijke vrouw, getuige de afgebeelde huisraad. En getuige het feit dat haar nabestaanden een sarcofaag als deze konden betalen. Uit het botmateriaal valt af te leiden dat ze tussen de vijfentwintig en veertig jaar oud is geworden.

Ik schrijf overigens “bijna uniek” omdat in het Gallo-Romeins Museum in Tongeren een enigszins vergelijkbaar buitenstebinnengekeerd graf is te zien. Daar was het echter geen beeldhouwer maar een schilder die de binnenkant versierde. Muurschilderingen in grafkamers kennen we natuurlijk wel en het kan zijn dat beschilderde graven als het Tongerse de artistieke tussenschakel zijn tussen zulke grafkamers en de Simpelveldse sarcofaag.

Lees verder “De Dame van Simpelveld”

Het belang van Buijtendorp (2)

Tom Buijtendorp heeft de laatste jaren naam gemaakt met enkele publicaties waarin hij de twee in het vorige stukje beschreven methoden toepast. Zo combineerde hij de informatie die we de afgelopen eeuw over Romeins Voorburg hebben verworven met wat we vernemen uit de opgravingsrapporten die twee eeuwen geleden door Caspar Reuvens zijn geschreven. Het leverde een lijvig proefschrift op, waarin Buijtendorp de inzichten van de archeologie en de vaardigheden van de geschiedvorser combineerde.  U zegt wellicht dat dat vanzelf spreekt, maar neem van mij aan: de gemiddelde Nederlandse archeoloog is geen archiefrat. Archivistiek komt in de archeologische opleidingen niet aan de orde.

Oude data en nieuwe speculaties

Ook in andere boeken heeft Buijtendorp alle bekende data – archeologische vondsten, kronieken en archivalia – gecombineerd. In Caesar in de Lage Landen herhaalt hij bijvoorbeeld de reconstructie van de grenzen van de gebieden van de Belgische stammen, gebaseerd op de middeleeuwse bisdomsgrenzen. Dat is heel negentiende-eeuws onderzoek, waarvan de resultaten volledig zijn ingeburgerd. Ze worden daarom als vanzelfsprekend aangenomen, en het is goed dit type onderzoek eens te herhalen om te zien wat het met de inzichten van nu oplevert. Minimaal leert de lezer dat die grenzen helemaal niet zo zeker zijn als de historische atlas suggereert.

Lees verder “Het belang van Buijtendorp (2)”

Een nieuw boek over Romeinse kleding

Een re-enactor in de rol van een Romeinse slavin.

Even een kort stukje. Ik heb het weleens uitgezocht aan de hand van de vragen die ik zoal krijg: van alle mensen die de Oudheid uitleggen, gelden musea en re-enactors als het betrouwbaarst. Dat is ook logisch. Musea zijn nu eenmaal in voorlichting gespecialiseerd en hebben educatieve medewerkers; ze weten wat ze doen. Re-enactors doen hun werk uit liefde voor de Oudheid en hebben geen secundaire belangen. Dat maakt ze op voorhand geloofwaardiger.

Een re-enactor wil dat zijn of haar kit in orde is. Niet alleen omdat zo iemand niet voor schut wil staan, maar het dient ook een educatief doel, zoals die mevrouw die al jaren bezig is om de kleren van de Dame van Simpelveld zo perfect mogelijk na te maken. Ik weet dat haar gouden sieraden nogal ingewikkeld zijn, maar stel je eens voor hoe het is om zo iemand in een museum uitleg te horen geven!

Lees verder “Een nieuw boek over Romeinse kleding”

De musea gaan weer open

Constantijn (munt uit Museum Valkhof, Nijmegen)

Op een dag in de niet zo verre toekomst zal de rijksarchivaris het embargo opheffen dat ligt op de notulen van het beraad van het Derde Kabinet Rutte. Als ik dan nog leef zou ik wel willen weten hoe de vergadering heeft plaatsgevonden waarbij de ministers besloten dat de musea dicht moesten. We weten inmiddels dat een deel van de aanwezigen strenge coronamaatregelen wilde, dat een ander deel meende dat de maatregelen té streng konden zijn, dat het kabinet toch daadkracht wilde uitstralen en dat dus maar werd besloten dat de culturele sector op slot moest.

De minister van Cultuur schijnt niet bij de beraadslagingen aanwezig te zijn geweest. Waarom ze niet is opgestapt toen ze moest vernemen dat anderen beslissingen namen over wat toch haar beleidsterrein was, is me niet duidelijk. Vandaar dat ik zo benieuwd ben naar de vergaderstukken.

Lees verder “De musea gaan weer open”

De Oudheid uitleggen: vier adviezen

Restauratie op zaal: een mooie manier om wat diepgang te bieden (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Zoals de trouwe lezers van deze blog weten, is “de Oudheid uitleggen” mijn vak en zou ik willen dat we de mensen beter bereikten. Ik denk momenteel concreet aan een groepsblog, zodat tenminste de informatie die bij elkaar hoort, bij elkaar te vinden is. Bijkomend voordeel is dat journalisten een punt hebben waar ze zich kunnen informeren.

Toevallig verzorg ik binnenkort ook een college over mijn werk, waarin ik vier adviezen zal geven. Ik zet ze hieronder neer. Voor een deel van de lezers zal dit weinig nieuws zijn, maar niets dwingt u hier te blijven. Bekijk anders deze of die pagina!

Lees verder “De Oudheid uitleggen: vier adviezen”

De positivistische misvatting

De binnenkant van de sarcofaag van Simpelveld (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Wat weten we over de hierboven afgebeelde “dame van Simpelveld”? Je kunt het opsommen. Ze woonde in de buurt van het Zuid-Limburgse Simpelveld, want daar is de sarcofaag gevonden. Ze droeg sieraden, want die zijn in de grafkist aangetroffen. Ze werd gecremeerd, want haar stoffelijke resten lagen daar eveneens in. Dit zijn de harde feiten.

Harde feiten: dat was wat de Franse filosoof Auguste Comte aan het begin van de negentiende eeuw centraal wilde stellen in de menswetenschappen. Die harde feiten moesten dan worden verbonden in de wetmatige verbanden. Hij noemde deze aanpak “positivisme” en zo is het gekomen dat het wetmatige verklaringsmodel waarover ik vorige week blogde wordt aangeduid als “positivistisch”. Ook de nadruk op waarneembare feiten wordt aangeduid met deze uitdrukking. Wat ik opsomde in de eerste alinea zijn dan de positieve feiten over de dame van Simpelveld.

Lees verder “De positivistische misvatting”