Verdwenen Dresden

Dresden grüßt seine Gäste

Als u vroeger, vóór het neerkomen van de Muur, was aangekomen in Dresden, zou u zijn begroet door de bovenstaande wandschildering. Heel gepast heet het door Kurt Sillack en Rudolf Lipowski gemaakte kunstwerk “Dresden grüßt seine gäste”. Het stond en staat op de monumentenlijst, maar tegenwoordig zult u even moeten zoeken voor u zich kunt laten verwelkomen. Er staat namelijk een gebouw voor waarin onder meer een supermarkt is gevestigd. Nu heb ik niets tegen supermarkten, maar het is wel jammer als ze een erkend monument aan het zicht onttrekken.

Het viel me tijdens mijn bezoek aan Dresden, begin september, vaker op dat nogal wat moderne kunstwerken en hedendaagse architectuur waren weggewerkt. Na de Duitse eenwording zijn namelijk allerlei tijdens het bombardement van Dresden vernietigde barokgebouwen herbouwd, zoals de Frauenkirche. Die was na de Tweede Wereldoorlog als ruïne en gedenkteken blijven staan. De herbouw is echt heel netjes gedaan, en Dresden is zeker een prettige stad, maar het betekent dat nogal wat naoorlogse architectuur heeft moeten wijken.

Lees verder “Verdwenen Dresden”

De “Herkulanerinnen”

De Herkulanerinnen (Zwinger, Dresden)

De Duitser die rond het midden van de achttiende eeuw meer wilde weten over klassieke kunst, maar de middelen niet had om naar Rome te reizen, kon naar Dresden gaan, waar de keurvorst van Saksen een prachtige collectie had staan. Antiquarisme, dus het verzamelen van oudheden, behoorde destijds nu eenmaal tot de taken van een heerser. Friedrich August I de Sterke breidde in 1728 de Dresdense verzameling uit door de privécollecties van twee Italiaanse kardinalen te kopen – samen 164 stukken. Het materiaal stond opgesteld in de Groβe Garten ten oosten van de stad, waar de koning van Pruisen er danig van onder de indruk was. En dat was natuurlijk altijd de bedoeling geweest.

Winckelmann

Johann Joachim Winckelmann, de grondlegger van de kunstgeschiedenis die van 1748 tot 1755 in Dresden verbleef, oordeelde echter dat de collectie, mooi als ze was, niet goed stond opgesteld. Ze stonden “als haringen in een ton”. Dat weerhield hem er niet van zo’n beetje in katzwijm te vallen bij de bovenstaande drie beelden: de Herkulanerinnen. Ik overdrijf een beetje, maar met deze beelden begint de kunstgeschiedenis.

Lees verder “De “Herkulanerinnen””

De Dresdener Codex

De watervloed: een alligator (linksboven in het rechtse plaatje) spuugt het water uit.

In december 2012 was ik in Beiroet. De wereld zou immers vergaan – dat stond in de Maya-kalender – en Libanon leek ons wel een toffe plek om dat mee te maken. Een enorme regenbui was het ergste dat ons overkwam.

Die paniek om die Maya-voorspelling was voor een deel gebaseerd op een dertiende-eeuws manuscript dat momenteel in Dresden wordt bewaard in de Sächsische Landes-, Staats- und Universitätsbibliothek. Op negenendertig uitklapbare, dubbelzijdig beschreven bladzijden staan een rituele kalender, berekeningen met betrekking tot de planeet Venus, het een en ander over maans- en zonsverduisteringen, beschrijvingen van ceremoniën, afbeeldingen van goden en andere bovennatuurlijke wezens, en verder nog het een en ander over de regengod Chaac. Het boek is in 1740 verworven door Friedrich August II. Van heinde en verre trok de Codex Dresdensis bezoekers, zoals in 1791 Alexander von Humboldt, die later in Midden-Amerika probeerde meer te ontdekken over de Precolumbiaanse wereld en in 1810 enkele bladzijden publiceerde uit het handschrift in Dresden.

Lees verder “De Dresdener Codex”

Verwoest Dresden

Schlachthof 5, Dresden

Zoals u uit mijn blogje over Winckelmann in Dresden al kon opmaken, breng ik mijn zomervakantie door in “het Florence aan de Elbe”, de hoofdstad van het oude keurvorstendom en hedendaagse Bundesland Saksen. In de eerste helft van de achttiende eeuw was Dresden een van de grote Europese cultuurcentra. Denk aan de late barok. Ik heb in de Mathematisch-Physikalischer Salon prachtige wetenschappelijke instrumenten gezien; de toenmalige Antikensammlung vormde de grondslag voor het classicisme; de huidige bezoeker vergaapt zich aan het Residenzschloss en de Frauenkirche; de schilderijencollectie bevat schitterende doeken en, oké, ook wat minder geslaagde schilderijen. Maar een mens blijkt zelfs aan Anton Raphaël Mengs te kunnen wennen. Het achttiende-eeuwse Dresden was prachtig.

Maar aan alles komt een einde. In 1756 brak de Zevenjarige Oorlog uit. Koning Frederik II van Pruisen liet de vijandelijke hoofdstad beschieten, eindeloos lang, en verwoestte de stad. Hoewel Saksen zonder gebiedsverlies uit de oorlog kwam, heeft het keurvorstendom zich nooit meer van de Zevenjarige Oorlog hersteld.

Lees verder “Verwoest Dresden”

Winckelmann in Dresden

Winckelmann (Japanisches Palast, Dresden)

Genieën worden gewoon geboren, net als iedereen. Ze worden pas geniaal als ze een onderwerp hebben waarop ze hun genialiteit kunnen uitleven. Dat geldt ook voor de kunsthistoricus Johann Joachim Winckelmann (1717-1768), die een heel arme jeugd heeft gehad. Toen hij eenmaal wat geld verdienen kon met het geven van bijles, moest hij de helft afstaan aan zijn ouders in het armenhuis. Hij kon echter een Latijnse school bezoeken en wist genoeg te sparen om twee jaar te studeren in Halle en twee jaar in Jena. Evengoed leefde hij van de bedeling. Een baan als huisleraar volgde, en een betrekking als conrector van een Latijnse school was de volgende stap. Het was een leven van hard werken en roofbouw op zijn gezondheid, maar hij ontgroeide de armoede.

Bibliotheekmedewerker

Alles veranderde in 1748, toen hij als bibliotheekmedewerker in dienst trad van graaf Heinrich von Bünau. Deze had zich drie jaar eerder teruggetrokken uit het openbare leven en leefde nu in kasteel Nöthnitz op een anderhalf uur wandelen van de barokstad Dresden. Daar werkte hij aan een Genaue und umständliche teutsche Kayser- und Reichshistorie, waarvan al vier banden waren verschenen. Nu hij alle tijd had, wilde hij het geschiedwerk afronden en hij was inmiddels bezig met de geschiedenis van de in de tiende eeuw aangetreden Ottoonse Dynastie. Veel succes heeft hij niet gehad bij die arbeid, want er is geen nieuw deel van de Reichshistorie meer verschenen.

Lees verder “Winckelmann in Dresden”

Toen Mulisch nog subtiel was

Dresden
Dresden

Het herlezen van Het stenen bruidsbed is geen onverdeeld genoegen, en dat bedoel ik als compliment. Zoals bekend beschrijft Harry Mulisch in deze in 1959 verschenen roman het bezoek van de Amerikaan Norman Corinth aan Dresden, de stad die hij tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft helpen bombarderen. De verwoesting van een stad zonder militaire betekenis was – althans binnen Mulisch’ roman – een oorlogsmisdrijf, waarvoor de verantwoordelijkheid ligt bij het geallieerde opperbevel. Corinth is echter verder gegaan dan hem is opgedragen: hij heeft geschoten op vluchtelingen die een veilig heenkomen uit de brandende stad zochten. Hij heeft daardoor ook een persoonlijke verantwoordelijkheid en verwoestte zo niet alleen Dresden maar ook zichzelf.

Mulisch beschrijft hoe er voor de oorlogsmisdadiger geen verlossing mogelijk is, en doet dat vooral door suggestie. Corinth belandt in verschillende situaties – een congres, een kortstondige relatie, een ruzie – en raakt steeds opnieuw geconfronteerd met het verleden, zonder dat hij een uitweg heeft of kan scheppen. Hij is verward en als hij een keer handelend optreedt, maakt hij nieuwe fouten. De beschreven gebeurtenissen, klein en onbeduidend als ze zijn, evoceren bij de lezer het gevoel van wanhoop, zonder dat Mulisch het expliciet maakt. The horror laat zich immers niet vangen in woorden. Het effect is overdonderend: Het stenen bruidsbed overmeestert de lezer, bedwelmt hem en sleept hem mee op Corinths hellevaart. Zoals gezegd: het lezen van deze klassieke roman is geen onverdeeld genoegen.

Lees verder “Toen Mulisch nog subtiel was”