Een metafoor voor het verleden

Aristoteles (Huis van de Europese Geschiedenis, Brussel)

Zonder Aristoteles zouden we geen debat hebben gehad over de val van het Romeinse Rijk, schreef ik geen blogjes over de Eerste Tussenperiode en hoefden we ook de Zeevolkencrisis niet te bediscussiëren. Hadden wetenschappers daarentegen wat meer Ovidius gelezen, dan was ons een hoop bespaard gebleven. Helaas is het niet zo en nou zitten we dus met de brokken.

Groei, bloei en neergang

De moeilijkheid is te illustreren aan de hand van een van Aristoteles’ bekendste werken, de Poëtika, waarvan het overgeleverde deel is gewijd aan tragedies. (Een slothoofdstuk over komedies ontbreekt.) De auteur beschrijft hoe het genre zich stap voor stap ontwikkelde, tot het zijn eindvorm bereikte. Aristoteles gebruikt dus een botanische metafoor: de tragedie groeide steeds meer naar wat de filosoof beschouwde als natuurlijk einddoel.

Lees verder “Een metafoor voor het verleden”

Tweemaal de Eerste Tussenperiode

Een grafmodel uit Henen-Nesut (Herakleopolis) (Nationaal Museum, Kopenhagen)

De geschiedenis van Egypte begint in de Naqada-tijd, met dat mooie rood-zwarte aardewerk, toen het land langzaam een eenheid werd. Ongetwijfeld heeft daarbij de scheepvaart op de Nijl een rol gespeeld. Rond 3000 v.Chr. ontstond ook het koningschap: het Palet van Narmer toont de vorst als overwinnaar, wat blijkbaar een belangrijke taak was van de vroege heersers. Die taak kaderde in een andere, nog belangrijkere koninklijke verantwoordelijkheid: het handhaven van Maät, ofwel orde en gerechtigheid. Verder representeerde de farao de mensheid tegenover de grote goden.

Hofcultuur

Zo iemand was meer dan een gewoon mens en zo iemand raakte je dus niet aan. Een hoveling die koning Khufu (Cheops) per ongeluk wél had aangeraakt, noteerde later opgelucht dat de vorst hem had toegestaan te blijven leven. Wat we hier feitelijk zien, is het ontstaan van een hofcultuur: een geritualiseerde levenswijze, waarin bepaalde handelingen waren toegestaan, andere handelingen waren verboden, en alle handelingen waren onderworpen aan regels. We zien het ook aan de hoftitels: de hovelingen hadden taken die alleen zij mochten uitvoeren. Niet dat anderen er niet competent voor waren, maar de rol was nu eenmaal aan iemand anders opgedragen. Een ritueel.

Lees verder “Tweemaal de Eerste Tussenperiode”

Junk news

Ik probeer me voor te stellen wat er zou gebeuren als de NASA zou melden dat er methaan was aangetroffen in de atmosfeer van Mars. Of hoe uw reactie zou zijn als scheikundigen aankondigen dat ze element 112 hebben ontdekt. Of wat de media zouden berichten als biologen opperen dat ijsberen kleiner worden. Of wat u zou denken als u las dat je voortaan je persoonlijke DNA-profiel kunt laten maken.

Inderdaad, u zou het gevoel hebben dat u in het ootje wordt genomen, want dit zijn berichten van tien jaar geleden. Maar oudheidkundigen doen niet anders. Neem “Precise timing of abrupt increase in dust activity in the Middle East coincident with 4.2 ka social change”. Door onderzoek naar stalactieten in een grot in Iran kunnen onderzoekers nu met iets meer precisie dan voorheen vaststellen dat er tegen het einde van het derde millennium v.Chr. een klimaatcrisis was waarbij opvallend veel stof in de lucht hing.

Ja. Oele.

Lees verder “Junk news”

Het oude Egypte van John Romer

Koning Senusret III van Egypte (“Sesostris”;Metropolitan Museum of Art)

Het verhaal is overbekend: toen Napoleon naar Egypte trok, reisden geleerden mee, die daar de steen van Rosetta vonden. Hiermee kon Champollion de hiërogliefen ontcijferen en de grondslagen leggen van de egyptologie. Zoals het gaat met dit soort heldenverhalen is het kort door de bocht maar in de kern juist: de egyptologie is als wetenschap ontstaan in de negentiende eeuw.

En dat maakt uit. Oudheidkundigen beschikken namelijk vrijwel altijd over te weinig informatie. Dataschaarste is hét methodologische probleem dat de oudheidkundige disciplines verbindt en onderscheidt van de meeste andere wetenschappen. Door dit informatietekort is het onvermijdelijk dat bij de reconstructie van de antieke culturen de aannames van de onderzoeker een rol spelen, zodat de hoofdlijnen die de eerste egyptologen in hun vakgebied ontwaarden, hun negentiende-eeuwse wereld weerspiegelden. En aangezien latere oudheidkundigen voortbouwden op het werk van hun voorgangers, spelen die ideeën nog altijd een rol.

Lees verder “Het oude Egypte van John Romer”